Didactiek

voor PO en VO | gepubliceerd op 29 september 2020

Bij lesgeven op afstand blijven dezelfde didactische principes bestaan. Houd daarbij zoveel mogelijk hetzelfde instructiemodel aan als in de reguliere situatie: dit is herkenbaar voor leerlingen.

Wil je meer weten over de effectiviteit van een instructiemodel? Lees dan meer over directe instructie bij de Kennisrotonde. Probeer daarnaast zoveel mogelijk aan te sluiten bij de visie van de school en de onderwijsvorm die daarbij past, hierdoor kan de nadruk op de verschillende didactische principes verschillen. 

Het is de uitdaging de didactische principes zo goed mogelijk op afstand vorm te geven en dit regelmatig op een interactieve wijze te doen. Houd daarbij rekening met: 

Doel 

De les start zoals altijd met een doel: wat wil je leerlingen leren met deze les? Het is belangrijk dit goed voor ogen te houden, vooral ook omdat het voor leerlingen en eventueel ouders extra duidelijk moet zijn. Communiceer het doel goed met de leerlingen en eventueel de ouders.

Geef aan welke leerstof de leerlingen gaan leren, hoe dit zich verhoudt tot eerder geleerde leerstof, en waarom ze dit moeten leren. Daarbij is het van belang om ook verwerkingsopdrachten te hebben voor herhaling, die leerlingen de weken daarop kunnen maken.

Aan de hand van het doel kun je naderhand ook beter evalueren.

Zie voor meer informatie het filmpje van Pedro de Bruyckere:

Asynchroon en synchroon

Pas als het doel duidelijk is, kun je besluiten hoe je de lesstof het beste kunt aanbieden. Volgens Gino Camp van de Open Universiteit kunnen sommige doelen beter offline worden behaald en hoeft een interactieve les niet per se het meest passende middel te zijn.

Kijk dus altijd goed naar het doel, en bekijk vervolgens hoe je dat doel het beste kunt bereiken. Dat kan offline of online zijn, met een filmpje (asynchroon) of interactief (synchroon).

Zie voor meer informatie het filmpje van Gino Camp: 

Lesgeven op afstand kan dus op twee verschillende manieren:

Voorkennis ophalen

Zorg dat leerlingen weten welke concrete voorkennis en vaardigheden ze nodig hebben en waar ze de stof kunnen terugvinden die ze nog onvoldoende beheersen. Dit kun je zowel asynchroon als synchroon aanpakken:

Instructie

Marcel Schmeier geeft in zijn video tips die helpen bij het geven van een expliciete directe instructie op afstand:

Een aantal handige tips om te voorkomen dat er cognitieve overbelasting plaatsvindt:

Zie voor meer informatie ook het artikel van Kennisnet met Marcel Schmeier. 

De instructie kan zowel asynchroon als synchroon plaatsvinden:

Bij asynchroon is het belangrijk rekening te houden met de aandachtsboog van leerlingen. Korte video’s werken het beste: op een normale lesdag geef je ook geen urenlange instructie.

Let bij het maken van filmpjes ook goed op het taalgebruik. Kennen alle kinderen alle begrippen? Zo niet, zorg er dan voor dat de betekenissen duidelijk te vinden zijn. Doe dit bijvoorbeeld door het begrip uit te leggen of door te verwijzen naar de plek waar de uitleg staat. 

Bij synchroon is het belangrijk om goede afspraken te maken met de leerlingen. Menno Kolk noemt in zijn video alvast een paar tips:

Menno Kolk noemt daarnaast allerlei manieren en tools om de les nog interactiever te maken. Ook Irene van der Spoel geeft in haar handleiding informatie over verschillende tools die kunnen worden ingezet voor het leerproces.

Let op: Kijk bij het inzetten van de verschillende tools altijd goed naar de privacyvoorwaarden, bijvoorbeeld met behulp van de Privacy-quickscan.

Verwerking 

Na de instructie is het van belang dat leerlingen verwerkingsopdrachten krijgen waarmee ze de kennis kunnen ordenen (of waarmee de leraar de kennis voor de leerlingen ordent). Bied een goede structuur en geef aan wanneer en waar leerlingen of hun ouders terechtkunnen met vragen. Je loopt immers nu niet even langs en ouders nemen deels jouw taak over.

Als je synchroon werkt, kun je ervoor kiezen de video-omgeving open te laten terwijl de leerlingen bezig zijn met de verwerking. Zo ben je makkelijk te benaderen voor vragen, gesprekjes en korte evaluaties.

Zorg voor afwisseling tussen denken en verwerken en kijk ook naar variatie in de manieren waarop leerlingen de leerstof kunnen verwerken.

Zie het filmpje van Pedro de Bruyckere hierboven voor meer interessante tips over het geven van online instructie en verwerking.

Verlengde instructie 

Ook de verlengde instructie kan synchroon en asynchroon plaatsvinden.

Als je asynchroon werkt kun je bijvoorbeeld filmpjes opnemen voor de verschillende instructieniveaus. Ook kun je leerlingen een extra instructiefilmpje opsturen van specifieke leerstof die zij nog niet beheersen.

Als je synchroon werkt kun je verlengde instructie in kleinere groepjes geven. Je kunt er ook voor kiezen om leerlingen met verschillende instructieniveaus door elkaar te zetten, zodat ze van elkaar kunnen leren en zich kunnen optrekken aan elkaar.

Soms heeft een leerling een-op-een aandacht nodig. Meer hierover lees je bij Omgaan met verschillen.

Meer weten over wat werkt bij differentiatie? Lees dan dit rapport van het NRO over differentiatie in de klas.

Evaluatie en feedback 

Kijk als eerste of elke leerling de instructie heeft begrepen. Als je de instructie asynchroon geeft, kun je dit bijvoorbeeld doen door aan het einde een paar checkvragen te stellen. De leerlingen kunnen de antwoorden opschrijven en inleveren.

Wanneer je synchroon werkt kun je bijvoorbeeld tijdens de instructies vragen stellen of werken met wisbordjes. Ook kun je leerlingen de achterliggende gedachte laten uitleggen, aan jou of aan elkaar.

Zorg daarna voor een terugkoppeling op het gemaakte werk. Welke aanpak had je normaal gesproken? Keek een online systeem de opdrachten na, deed je dit steekproefsgewijs of keken leerlingen zelf hun werk na en lag het initiatief tot extra vragen stellen bij hen?

Uit onderzoek van de Kennisrotonde blijkt dat het belangrijk is dat leerlingen feedback van jou krijgen. Daarnaast blijkt dat beloningen en feedback bij online leren het liefst persoonlijk en inhoudelijk zijn, en meer gericht op de inzet en de taak dan op de prestatie of uitkomst. Dit feedback kan correctief zijn, maar beter is directief (korte uitleg van aanpak) of epistemisch (hoe ben je hierop gekomen? Was het antwoord anders als je rekening had gehouden met…?).

Als je een tijdje met hetzelfde doel bezig bent geweest, kun je de leerlingen ook een ‘oefentoets’ laten maken. Daarmee kunnen ze nagaan of ze de leerstof echt beheersen. Een oefentoets leidt tot leren, en laat jou en hen zien of zij de stof hebben begrepen. Ook kun je openboektoetsen inzetten met ingewikkelder vragen om te testen of de leerlingen de lesstof ook kunnen toepassen.

Dominique Sluijsmans voegt daar in haar filmpje nog aan toe dat deze gecombineerde informatie een veel betrouwbaarder beeld geeft van de leerling en waar die staat. Eigenlijk levert elk moment met de leerling zinvolle informatie op, zegt zij:

Aanvullende tips online lesgeven 

Op de kaarten van Irene van der Spoel geeft zij meer tips voor online lesgeven. De kaarten zijn ingedeeld in: een online les opstarten, online interactie, online instructie geven, online samenwerkend leren, online formatief toetsen, online feedback geven, een online les afsluiten en tips om online energie te behouden. Of bekijk het webinar waarin ze dit verder toelicht. 

Op wijslijst.nl vind je een overzicht van informatie over en tools voor didactiek.

Vakspecifieke tips

Elk specifiek vak heeft uitdagingen wanneer je online gaat lesgeven. Vakexperts hebben ook hun tips verzameld in video’s. Bekijk deze bij Slimmer leren met ict.

Prioritering in het po

Er is bij onderwijs op afstand vaak minder tijd voor lesgeven. Daardoor moet je keuzes maken in het onderwijsaanbod. Om dit proces te ondersteunen hebben de PO-Raad, OCW, SLO en de educatieve uitgevers gezamenlijk gewerkt aan verschillende handvatten, zoals concrete suggesties voor het prioriteren van leerdoelen

Deze kaart ondersteunt schoolteams, schoolleiders en schoolbestuurders bij het keuzeproces om onderwijs op afstand in te richten. Het uitgangspunt voor het gebruik van deze kaart is dat schoolteams zich baseren op de eigen onderwijsmethoden en daarin keuzes maken om te komen tot leerdoelen en een goed aanbod voor de leerlingen. Die keuzes zijn erop gericht de voortgang in de taal/lees- en reken/wiskunde-ontwikkeling zoveel mogelijk te laten aansluiten bij het niveau dat de leerlingen in de gewone schoolsituatie hadden. Ook gaat het om keuzes die moeten worden gemaakt als een school weer opengaat. Scholen bepalen zelf wat haalbaar is en op welke manier zij dit vormgeven binnen de eigen schoolcontext.

Kleuteronderwijs

Deze kaart biedt scholen handvatten om het onderwijs op afstand in groep 1 en 2 vorm en inhoud te geven. Uitgangspunt is dat het welbevinden en het gevoel van veiligheid van kinderen voorop staat. Het onderwijs aan jonge kinderen vraagt andere accenten dan het onderwijs in de hogere groepen. Deze kaart geeft handreikingen voor het leggen van die accenten.

Voor leraren en schoolleiders zijn vragen geformuleerd die kunnen helpen bij de inrichting van het onderwijs op afstand, bij het stellen van prioriteiten en bij het samenstellen van een aanbod en een aanpak die passen bij het leren en ontwikkelen van jonge kinderen. De scholen bepalen zelf wat uiteindelijk haalbaar is en op welke manier ze het leren op afstand voor kleuters vormgeven binnen de eigen schoolcontext.

Bij jonge kinderen is het van belang dat ze veel leren door activiteiten thuis te ondernemen. Denk bijvoorbeeld aan: vrij spelen, memory met ouders, buitenspelen, klusjes in het huishouden, iets bouwen of knutselen. Allemaal taakjes die je kunt meegeven aan de leerlingen en ouders om thuis te doen. Dit kun je ondersteunen door er instructiefilmpjes bij te maken.

Vervolgens kun je de resultaten met elkaar delen via een beschermde omgeving (schoolwebsite of schoolapp). Hierdoor blijven de leerlingen gemotiveerd en heb je als leraar zicht op wat de leerlingen allemaal ondernemen.

Het is fijn de dag te starten met een filmpje waarin de leerlingen de dagplanning horen. Dit is herkenbaar voor de leerlingen en het geeft ze houvast. Daarnaast kun je filmpjes opnemen, waarin je bijvoorbeeld een boek interactief voorleest.

Bij het stellen van vragen is het van belang even een moment te wachten, zodat de leerling eerst een eigen antwoord kan bedenken. Geef pas daarna het juiste antwoord.

In het filmpje van Floor Busio en Ellen van der Pluijm vind je meer goede tips bij het opnemen van filmpjes voor kleuters. Zij zijn samen met andere kleuterleraren een online kleuterklas gestart op YouTube (Kleuterklas tv):

Concrete lesideeën en tips 

Je kunt ook filmpjes opnemen om het spelen van kleuters te bevorderen. Neem bijvoorbeeld samen met collega’s een rollenspel op met alle themawoorden. Je kunt er ook voor kiezen een podcast op te nemen en zo de luistervaardigheden van de leerlingen te oefenen. Vergeet ook niet het bewegen mee te nemen in de opdrachten.

Zie het filmpje van Meester Sander voor nog meer concrete lesideeën en een overzicht van tools voor kleuteronderwijs op afstand:

Ook de Kleuteruniversiteit heeft veel bruikbare tips verzameld. 

De rol van ouders

Als laatste is het van belang goed stil te staan bij de rol van de ouders. Geef ze de ruimte eigen dagplanningen te maken met hun kinderen, motiveer ze met praktische tips en geef ook ruimte om vragen te stellen. Plan bijvoorbeeld 1 keer per week met elke ouder en kind even een video-afspraak of telefoongesprek in: om te kijken hoe het gaat, te checken of alle materialen aanwezig zijn, en om gewoon even persoonlijk contact te hebben.

Het kan ook een goed idee zijn een wekelijkse video-afspraak met de hele groep te organiseren, zodat ouders van elkaar kunnen leren en hun feedback in de groep kunnen bespreken. (Zie voor meer informatie Oudercommunicatie.) 

Terug