Kansengelijkheid en inclusie
Welke invloed heeft afstandsonderwijs op de kansengelijkheid onder leerlingen? Hoe speelt hun achtergrond mee in de ontwikkeling van vaardigheden?
Wetenschapscollege: Digitale inclusie
Digitale inclusie betekent dat alle leerlingen en studenten kunnen meedoen in het onderwijs, ongeacht hun achtergrond of thuissituatie. In dit wetenschapscollege van het Expertisepunt digitale geletterdheid laat Alexander Smit (Rijksuniversiteit Groningen) zien hoe verschillen in toegang, vaardigheden en omstandigheden de kansen van leerlingen beïnvloeden. In het praktijkcollege deelt Oscar Lepoeter (Hogeschool Windesheim Almere) voorbeelden uit de klas en laat hij zien hoe leraren de digitale kloof kunnen verkleinen. Meer weten? Kijk het college terug op expertisepuntdigitalegeletterdheid.nl
Internationale verkenning inclusief onderwijs
In de Internationale toezichtscan inclusief onderwijs verkent de Inspectie van het Onderwijs hoe 6 voorloperlanden inclusief onderwijs vormgeven: Estland, Nieuw-Zeeland, Portugal, Zweden, Tirol (Oostenrijk) en Italië. De verkenning laat zien hoe landen via wettelijke verankering, samenwerking tussen onderwijs, zorg en gemeenten, en het gebruik van leerlingvolgsystemen werken aan onderwijs waarin alle leerlingen kunnen meedoen. Daarbij is er expliciet aandacht voor vroegsignalering, maatwerk en het voorkomen van uitval. Digitale middelen en platforms spelen in meerdere landen een rol bij monitoring, kennisdeling en het ondersteunen van leerlingen die (tijdelijk) niet volledig fysiek onderwijs kunnen volgen. De inzichten zijn relevant voor het Nederlandse onderwijs, onder andere in de context van afstandsonderwijs en het ondersteunen van thuiszittende leerlingen. Het bijbehorende inspiratiedocument biedt handvatten voor gesprek en reflectie in beleid en praktijk.
Verschil in ondersteuning door ouders
De Universiteit van Amsterdam onderzocht de effecten van onderwijs op afstand op sociale ongelijkheid en onderwijsresultaten. Uit de tussentijdse rapportage Ongelijkheid in thuisonderwijs tijdens de coronacrisis in Nederland blijkt:
- Er is grote variatie in hoe bekwaam ouders zich voelen om hun kinderen te helpen bij schoolwerk.
- Niet alle leerlingen hebben toegang tot een laptop of tablet voor hun werk.
- Kinderen maakten zich meer zorgen tijdens de pandemie.
- Ongeveer 1 op de 5 leerlingen in zowel primair als voortgezet onderwijs voelde zich eenzamer tijdens de pandemie.
Een aantal aanbevelingen uit het onderzoek:
- Zoek leerlingen meer actief op bij afstandsonderwijs.
- Breng in kaart welke leerlingen het thuis moeilijk hebben gehad tijdens afstandsonderwijs.
- Geef extra ondersteuning aan deze leerlingen wanneer zij weer op afstand het onderwijs volgen.
Achtergrond is gerelateerd aan digitale vaardigheid
Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam analyseerden data uit meer dan 50 landen over ongelijkheden in de mate waarin leerlingen en scholen digitaal waren voorbereid op de gevolgen van de pandemie. Hun bevindingen:
- De achtergrond van leerlingen is duidelijk gerelateerd aan hun digitale vaardigheden.
- Er bestaan in veel landen verschillen tussen scholen wat betreft digitale infrastructuur en ict-vaardigheden van het personeel.
Effectief verloren leertijd inhalen
Het Kohnstamm instituut heeft een nuttig overzicht van wat we weten uit onderzoek naar het effect van zomerscholen en verlengde schooltijd op het inhalen van achterstanden.
Onderzoeksinstituut LEARN! inventariseerde in opdracht van het NKO en OCW welke ondersteuning scholen ingezet hebben tijdens de pandemie:
- Verlengde schooldagen.
- Ondersteuning onder schooluren.
- Vakantiescholen voor leerlingen met een taal- of rekenachterstand.
Werkzame elementen van ondersteuningsprogramma’s zijn:
- Aantal uren onderwijs per leerling.
- Deelname van de doelgroep.
- Inhoud en structuur van het programma.
- Betrokkenheid van een gekwalificeerde leerkracht.
- Groepsgrootte.
- Aansluiting op het reguliere curriculum.
- Instructie in de klas.
LEARN! beschrijft in hun compacte verslag negen categorieën interventies die in Nederland worden ingezet, waaronder remedial teaching, adaptieve online programma’s, vakantiescholen, versterken van ouderbetrokkenheid, en een-op-eenbegeleiding.