Wethouder Pieter Kos: ‘Mijn zoon zat acht maanden thuis, en niemand kon het oplossen’
Pieter Kos was onderwijswethouder in Den Helder tot hij stopte om zijn thuiszittende zoon te begeleiden. In de maanden die volgden, merkte hij hoe snel je als ouder vastloopt tussen scholen, instanties en procedures. Hij deelt zijn inzichten over de periode en wat er volgens hem anders kan.

‘Je denkt: dit is tijdelijk. We vinden wel snel een nieuwe plek’, vertelt Pieter Kos, momenteel wethouder in Albrandswaard, over het moment dat zijn zoon Otis (inmiddels 10) plotseling thuis kwam te zitten. Uiteindelijk duurde het acht maanden voordat hij weer op een school terechtkon. Dat het zo ingewikkeld zou zijn, had Kos niet voorzien – ondanks zijn ervaring als onderwijswethouder in Den Helder.
‘We schreven Otis in op een school die warm overkwam en een fijne speeltuin had. Maar achteraf bleek vrijeschoolonderwijs niet passend voor hem.’ Ze hadden gesprekken op school over wat hij nodig had, zoals meer structuur en meer voorspelbaarheid in de dag. Bijvoorbeeld een bord waarop staat: om tien uur rekenen en om elf uur taal. Kos: ‘Otis heeft geen diagnose, maar gewoon behoefte aan duidelijkheid. Het ging in mijn ogen om iets wat je samen kunt organiseren.’ Ze spraken af dat er iemand van buitenaf zou observeren in de klas om de behoeften van Otis te verhelderen.
Aan een tafeltje bij de administratie
Maar de school stond onder druk: er was een hoge instroom en het team groeide niet mee met het aantal leerlingen. Leraren en intern begeleiders vielen uit door ziekte. ‘Ik zat in de GMR (Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad) en zag het gebeuren. Het team donderde om.’ Daardoor konden ze leerlingen steeds minder de aandacht geven. ‘Zeker niet als een kind net wat extra vraagt. Dat kan van alles zijn: hoogbegaafdheid, behoefte aan structuur, extra uitleg.’
Toen een directeur uitviel en een interim-directeur het overnam, veranderde de situatie snel. Er was geen ruimte meer voor leerlingen met ‘extra’ behoeften en er volgde een schorsing. De school is daarna verplicht om een passende oplossing te bieden. ‘Hij mocht het schooljaar afmaken aan een tafeltje bij de administratie. Dat was de passende plek volgens de school.’ Dat was voor Kos geen optie, dus hield hij Otis thuis.
Vanaf toen zat hij formeel thuis, omdat zijn ouders de ‘passende plek’ van de school niet accepteerden. Dat had directe gevolgen, vertelt Kos: ‘We hadden geen boekjes of opdrachten waarmee Otis verder kon leren. Juridisch was het ook een grijs gebied. Wie is verantwoordelijk?’ Pas na vijf maanden aandringen kregen ze het lesmateriaal van de oude school.
Geschiedenis via straatnaambordjes
De zoektocht naar een nieuwe school duurde ook veel langer dan verwacht. Kos nam contact op met het samenwerkingsverband, leerplicht, het jeugdteam en andere instanties. ‘Iedereen werkt hard, iedereen is welwillend. Toch doet iedereen maar een stukje.’ Volgens hem ontbrak iemand die kon besluiten of overzien: ‘Niemand kan zeggen: we gaan dit oplossen.’
In de tussentijd probeerden Kos en zijn partner zelf structuur aan te brengen. Ze namen een abonnement op leerplatform Skula en bedachten manieren om de ontwikkeling van Otis te stimuleren. ‘We fietsten samen door Leiden en maakten de geschiedenis levend via straatnaambordjes. Je moet iets bedenken’, vertelt Kos. Hoewel het een moeilijke situatie was, vond hij het ook waardevol om een tijdje zo dicht bij zijn zoon te zijn. Tegelijkertijd merkte hij hoe ingewikkeld het is om onderwijs thuis te organiseren. ‘Ik ben geen leraar. Dan zie je hoezeer lesgeven een vak is. Methodiek, volgorde, opbouw.’
Maar onderwijs is niet alleen stof leren: ‘Je kunt rekenen oefenen, maar je kunt geen klas nabouwen.’ Otis miste zijn vrienden en voelde zich buitengesloten. ‘Op de momenten dat alle andere kinderen op school zijn en jouw kind thuis is, voel je hoe groot dat gat is.’ Ze probeerden het sociale gemis op te vangen met basketbal en scouting, maar het bleef behelpen.
Een blijer jongetje
Daarnaast kwam Kos een ander knelpunt tegen om Otis weer op school te krijgen: scholen beslissen zelf of ze een leerling aannemen. ‘Of ze zitten vol, of ze zeggen: we weten niet wat de ondersteuningsbehoefte is.’ Volgens hem was die behoefte niet ingewikkeld. ‘Meer structuur en voorspelbaarheid. Toch bleek dat onvoldoende helder.’ Gesprekken bleven hangen in abstracte termen, in plaats van concrete oplossingen.
Na acht maanden kwam er uiteindelijk een nieuwe school in beeld. Daar werd Otis vanaf het begin begeleid. ‘Na een paar maanden zeiden we al: deze klas is goed georganiseerd. Nu pas merk ik hoe ongelukkig hij was in de oude klas, ik zie een veel blijer jongetje. Hij heeft ontzettend hard gewerkt om weer aan te sluiten bij het niveau van groep 6.’
Hij benadrukt dat hij in de tussenperiode veel goede ondersteuning kreeg van het samenwerkingsverband en het jeugdteam. Hij raadt dan ook iedere ouder in dezelfde situatie aan om direct contact met hen op te nemen. Toch liep hij vast in de versnippering. ‘Iedereen doet een stukje, niemand heeft doorzettingsmacht.’
Hij noemt een voorbeeld dat voor hem symbool staat voor het systeem: een instantie die contact opnam toen Otis alweer op school zat. ‘Na acht maanden wachten op een intake.’ Voor Kos voelde dat als een bevestiging. ‘Je denkt dat het op papier goed geregeld is. Maar in de praktijk is het een spinnenweb.’
Samen doorpakken
Kos pleit daarom voor een overlegtafel of structuur waarin iemand daadwerkelijk kan besluiten en doorpakken. ‘Maakt niet uit of dat het samenwerkingsverband is, passend onderwijs, wethouders. Iemand moet kunnen zeggen: we gaan dit oplossen. Wat heb je nodig?’ Hij ziet het liefst dat scholen dit samen oppakken. In de meeste steden zijn er meerdere grote schoolverbanden die hierin goed zouden kunnen samenwerken.
Onderwijs op afstand had Otis ook kunnen helpen, vindt hij – niet als vervanging van de klas, maar als vangnet in de periode dat een leerling thuiszit. ‘Het zou mooi zijn als dat aanbod er snel is, of dat nu voor even of langer is.’ Hij ziet ook kansen in digitale vormen die sociale verbinding ondersteunen, zoals samen iets bouwen in Minecraft. ‘Die component is belangrijk, dat je samen dingen doet.’ Maar aanwezigheid in een groep blijft het doel: ‘Het daar zijn, je leert veel van elkaar.’
Tot slot vertelt Kos wat hem hielp in gesprekken met instanties en scholen: ‘Zet goed op papier wie je kind is. Een hele uitgebreide omschrijving van wie Otis is, helemaal los van de leerdoelen. Het hele palet.’ Dat hielp om het gesprek met potentiële nieuwe scholen concreter te maken en gaf richting. Tegelijkertijd vindt hij dat ouders dit niet alleen zouden moeten dragen. ‘Geen enkel kind zou in zo’n situatie terecht moeten komen. Dat moeten we samen beter organiseren.’
Op de hoogte blijven van nieuwe interviews en updates over digitaal afstandsonderwijs? Meld je aan voor de nieuwsbrief van Les op afstand.