Bijeenkomsten terugkijken
Een bijeenkomst van het actieprogramma Digitale School gemist? Hieronder kun je ze terugkijken.
Webinar ontwikkelingsperspectief (OPP)
In dit webinar vertelden Willeke Doornbos en Noëlle Pameijer over het ontwikkelingsperspectief (OPP). Samen schreven zij de Handreiking ontwikkelingsperspectief (OPP) van Steunpunt Passend Onderwijs. De opzet van hun masterclass via OPP-training vormde de basis voor het webinar, aangevuld met het hoorrecht van de leerling en digitaal afstandsonderwijs. De nadruk lag op bewustwording: hoe kan het OPP eerder houvast bieden, en welke rol speelt afstandsonderwijs daarin? Bekijk hieronder het webinar.
Transcript
Webinar ontwikkelingsperspectief (OPP) door Willeke Doornbos en Noëlle Pameijer op 28 september 2026, georganiseerd door Les op afstand
Beeldtekst:
Handreiking ontwikkelingsperspectief: een houvast voor regulier en gespecialiseerd onderwijs.
(Foto vrouw en jongen in klas)
Gelijke kansen vragen een ongelijke aanpak zodat elke leerling de beste kans krijgt!
Samen werken aan ontwikkeling, deelname en perspectief
Willeke Doornbos & Noelle Pameijer.
Webinar, 28 september 2026.
15:00 – 16:30
De digitale school
Het programma Digitale School richt zich op leerlingen die (tijdelijk) niet fysiek naar school kunnen. Het ministerie van OCW werkt samen met Kennisnet aan het programma Digitale School. De Digitale School is onderdeel van de verzuimaanpak en draagt bij aan de ambitie van het kabinet om het aantal thuiszittende leerlingen terug te dringen naar nul.
Beeldtekst:
Loading
TITEL: Vanessa Lambrecht
Beeldtekst:
Microsoft Teams. Webinar OPP 03 UTC.
Recorded by: Stephanie Hippolyte.
Organized by: Stephanie Hippolyte.
WILLEKE: “Zo, nou, welkom bij deze sessie vandaag over het OPP. Wij willen jullie vandaag meenemen in het werken met het OPP. En dan specifiek ook even inderdaad vanuit de bril. Wat betekent dit ook vanuit de context van de digitale school? En ja, de titel zegt het al een beetje. Die zegt ook al heel veel over de bril waarmee wij kijken. Gelijke kansen betekenen niet altijd dat leerlingen hetzelfde allemaal krijgen. Dus we willen vooral kijken wat er nodig is om ontwikkeling en deelname mogelijk te maken. Waarbij digitale ondersteuning voor ons geen eindpunt is. Waarom zetten we dit nu in? En hoe helpt dit ook voor leerlingen om onderwijs te volgen, verbonden te blijven met anderen en waar mogelijk ook om dit verder uit te bouwen? Nou, deze lijn komt eigenlijk gedurende dit hele webinar een beetje terug. Ontwikkeling. Deelname en perspectief. Maar vooral ook hoe we daar samen doelgericht aan werken.”
NOELLE: “Even kijken, gaan we even doorklikken. Ja, nu doet ‘ie het wel. Wij hebben samen de handreiking OPP geschreven. Het was een heel mooi en heel leerzaam en mooi proces. Ook omdat we dat met heel veel partners gedaan hebben. En die partners zie je hier op deze slide weergegeven. Dus er is veel draagvlak voor. Plus we hebben vanuit al die verschillende, ja, zeg maar betrokkenen, partners hebben we mooie feedback gekregen. En ik licht even, voordat we verdergaan, een paar feedbackzinnen uit van leerlingen uit het gespecialiseerd onderwijs. En ook van de stem van de leerling. Want we hebben in de bijeenkomst gevraagd van: Als we het over het OPP hebben, wat is dan voor jullie belangrijk? En dan kregen we echt in een notendop prachtige reacties. Bijvoorbeeld, bijvoorbeeld [lacht]. Ehm Ja, als jullie nu eens gewoon beginnen met wat. Als jullie nu gewoon eens beginnen met wat goed gaat. Met wat we wel goed doen en wat al wel lukt.”
Beeldtekst:
*Willeke Doornbos & Noelle Pameijer. In opdracht van Steunpunt Passend Onderwijs. In samenwerking met Ouders & Onderwijs, Sectorraad go, VO-raad, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. PO-Raad, Balans. Inspectie van het Onderwijs. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. LBVSO. “
NOELLE: “Als jullie onze ontwikkeling nu ook eens in een lijn plaatsen van: Waar was ik, waar ben ik nu en waar ga ik naartoe? Jullie beginnen altijd met: Dit kan je niet, en dit doe je niet en dit heb je nog niet bereikt. Dus dat is een hele mooie die we meegenomen hebben. En daar komen we straks op terug. Een andere was ook van: Hou het bij het hier en nu. Gooi al die, even een citaat van een leerling: Gooi al die shit van vroeger eruit. Heel herkenbaar. Soms staat in een OPP allerlei hele privacygevoelige of vervelende informatie uit het verleden. En de laatste die ze zeiden is: Kunnen jullie je misschien houden aan de afspraken die in het handelingsdeel staan? Dus af en toe refereer ik weer terug aan die feedback van leerlingen. Want uiteindelijk gaat het om de leerling.”
Beeldtekst:
Vandaag maken we vier bewegingen.
- BEDOELING: Waarom en waartoe een OPP?
- BEGRIJPEN: Overzicht ⇒Inzicht ⇒Uitzicht.
- SAMEN: Leerling, ouder, klas/groep en school.
- OPBOUW: Steeds meer deelname steeds minder afhankelijkheid van extra ondersteuning.
Na elk blok is er ruimte voor vragen.
Afronding: Wat neem je mee uit dit webinar? Welke kansen zie je n.a.v. dit webinar? Welke vragen liggen er nog? Na afloop bundelen we deze en geven we waar mogelijk een aanzet voor duiding/beantwoorden.
WILLEKE: “Ja. Nou, vandaag maken we eigenlijk vier bewegingen. We hebben vier blokjes waarin we vandaag met jullie aan het werk willen. Dus we gaan eerst even aan de slag met stukje rondom de bedoeling. Daarna met een stukje begrip. Begrijpen waarom de plannen en de aanpak zoals in het OPP wordt opgeschreven tot stand komt. Dan een ander onderwerp dat wij heel belangrijk vinden, namelijk: je doet dit altijd samen. En ja, specifiek voor deze setting, ook in de digitale school nog een extra stukje over opbouw. Want dat is heel belangrijk als we kijken naar de rol van het OPP. Juist voor leerlingen die misschien even wat meer nodig hebben. Wat we steeds doen, is eigenlijk dat we na elk blokje even jullie vragen willen verzamelen. Dus dat betekent dat we jullie willen vragen om in de chat dan wel nog even te reageren op een vraag van ons. En eventueel ook nog een vraag van jezelf toe te voegen. Het zal ons niet lukken vandaag om alle vragen direct te beantwoorden. Dus we hebben afgesproken met de collega’s dat wij alle vragen uit de chats vandaag ook verzamelen. En dat we na afloop ook samen even zorgen dat jullie daar nog een reactie van ontvangen. Ook interessant voor jullie zelf. Dat je ook kunt zien: wat zijn vragen die anderen nog bezighouden en hoe nemen we dat nu mee? Nou, dan weten jullie in ieder geval: vier blokjes met na elk blokje even ruimte voor vragen. En lukt het dus niet, wees gerust, we komen er later op terug.”
Beeldtekst:
Voordat we beginnen…
Vanuit welke bril kijken wij?
Vier korte uitspraken.
- Onderwijs is een sociaal proces.
- De groep/klas in de basis.
- We kijken naar leerling en context op school/thuis.
- Extra ondersteuning is gericht op opbouw en ondersteuningsonafhankelijkheid.
WILLEKE: “Ja, en voordat we beginnen, het is misschien wel goed om ook even te kijken: hoe vliegen wij dit nu aan? Want wij hebben natuurlijk samen die handreiking geschreven. En we vonden het heel mooi dat we ook deze vragen kregen vanuit dit platform. En we zeiden: en misschien is het wel goed. Hoe kijken wij nu naar dit vraagstuk? En voor ons is onderwijs altijd een sociaal proces. Leren en ontwikkeling doe je altijd samen met anderen. Daarom is voor ons wel belangrijk dat die klas of die groep, of het meedoen of contact houden met die klas en groep wel echt een belangrijke basis vormt. Ook als je kijkt naar het werken met het OPP. En daar gaat het niet alleen over de leerling, maar ook over die wisselwerking met school en met thuis. En wat we daar nog belangrijk in vinden is: hoe zorgen we, wat jij net heel mooi zei, wat die leerlingen zelf ook heel belangrijk vinden. Hoe zorg je nu dat we behouden wat lukt? Want vaak zijn er al best wel wat dingen die best heel goed gaan. Maar gaat er veel aandacht naar die dingen die moeilijk gaan of die niet lukken. Dus behouden wat lukt. En hoe kunnen we daaruit ook weer verder opbouwen? En hoe zorgen we dat we niet afhankelijk blijven van ondersteuning? Dus hoe maken we weer stapjes, zodat leerlingen zich ook weer zelfstandig voelen, zelf weer stappen kunnen zetten? Want ook dat is wel een hele belangrijke voor leerlingen om uiteindelijk ook weer stappen te kunnen maken. En wat betekent dat nu voor ons specifiek als we kijken naar digitale ondersteuning? Daar zullen we op een aantal plekken ook steeds even op terugkomen.”
Beeldtekst:
AANDACHTSPUNTEN (1)
- Van digitaal onderwijs elders ⇒ digitaal onderwijs in de school ⇒ meedoen in de lessen en pauzes.
- Interventies (onderzoek naar interventies), hybride: in zorgboerderij, in een school (kans: meer leerlingen erbij? Pauzes samen, contactmomenten, ontmoeten), vanuit thuis. – Flexibele interventies (maatwerk): thuis, zorgboerderij, hybride (lokaal in school) en/of in de klas (deels).
- Van individu ⇒ collectief. Van 1 leerling ⇒ meer leerlingen (samen leren van en met elkaar).
- Samen analyseren hoe komt het dat ….. en hoe bereiken we dat ….?
- Zet ook preventief in: hoe behouden we … en hoe voorkomen we dat …?
Beeldtekst:
AANDACHTSPUNTEN (2)
Bij overzicht: wat lukt wel en wanneer / waarmee kan leerling wel meedoen met de groep? Wat lukt nog niet? Dan bij uitzicht: Wat gaan we opbouwen/behouden en wie en wat nodig om de volgende stap te zetten?
Bereid OPP-gesprek voor met een helder doel (opstellen, monitoren, evalueren, bijstellen OPP). Zorg ervoor dat ook ouders en leerlingen het gesprek kunnen voorbereiden, bijvoorbeeld met gouden mailtje/appje (doelen, stappen, alvast nadenken over deze vragen) + animatie en infographic.
Vraag betrokkenen om feedback op OPP (gesprek en format)!
NOELLE: “Ja. Willeke zei het ook al mooi bij de inleiding. Maar een ander aandachtspunt is dat we echt een samenhang willen in het hele proces. En dat betekent dat we heel veel werken met overzicht. Wanneer lukt het wel, wanneer niet? Ja, eigenlijk heb je het net al heel mooi gezegd, Willeke. [lacht] Een ander aandachtspunt dat we heel belangrijk vinden is: zorg ervoor dat ouders, leerlingen, leraren, iedereen die bij dat OPP-gesprek is, zich kan voorbereiden. En zorg ervoor dat je aan het eind van het gesprek vraagt om feedback. Ouders. Leerling. Leraren. Wat vonden jullie ervan? Wat is goed? Wat kan beter? En dan komen we later ook nog een keer terug op die aandachtspunten: hoe doe je dat nu? En daarbij komt straks ook, een gouden mailtje noemen we dat. Hoe kun je het voorbereiden?”
Beeldtekst:
*HANDREIKING OPP.
Instemmingsrecht: Zijn we het eens met het plan.
Hoorrecht: Wat zijn mijn ideeën?
Extra ondersteuning: Wat hebben wij hier in de school voor nodig?
NOELLE: “En bij die voorbereiding zijn we eigenlijk heel tevreden over het animatiefilmpje dat gemaakt is. Een heel kort filmpje van nog geen twee minuten. En we zien niet vaak dat dat gebruikt wordt in de voorbereiding. Maar Willeke en ik zijn echt voor samen en transparant. Dus laat mensen bij de uitnodiging, zet een linkje naar de animatie. Wil je meer weten? Dan kun je ook naar de infographic kijken. En wat ik merk in de scholen waar ik werk met het OPP is dat ouders en leerlingen dan ook echt goed voorbereid op het gesprek komen. En dan pas kan je samenwerken.”
Beeldtekst:
Blok 1: Bedoeling. (illustratie mannetje) Wat was nu de bedoeling? Bedoeling als referentiepunt (Wouter Hart).”
Beeldtekst:
Kern van de handreiking.
Het OPP is geen doel op zich. Het OPP geeft houvast om doelgericht samen te werken aan ontwikkeling en uitstroom. Het belang van gelijke kansen en de rol van het OPP hierbij
- Van de individuele leerling naar goed onderwijs voor elke leerling.
- Wat hebben we tot nu toe geleerd van het werken met OPP’s?
- Aan de slag binnen deze context.
WILLEKE: “Ja, we starten nu dan het blokje. Het eerste blokje waarin we het echt even willen hebben over de bedoeling. En we zeiden: Misschien goed om nog even weer terug te komen bij de kern van de handreiking. We hebben natuurlijk een aantal jaar geleden die handreiking voor het OPP geschreven, voor regulier en voor het gespecialiseerde onderwijs. Voor primair en voortgezet onderwijs. Dus het is een handreiking die geschikt is voor alle doelgroepen. En wat eigenlijk voor ons de belangrijkste kern is van die handreiking, is dat we zeiden: het OPP is geen doel op zich. Het moet ons helpen om doelgericht samen te werken aan ontwikkeling. Deelname en uitstroom. En hoe zorgen we er nu ook voor dat wat we leren rondom een leerling of wat we hebben aangepakt, dat we daar ook steeds blijven leren in scholen, in teams. Wat vertelt ons dat nu over hoe we ons onderwijs ook misschien meer aan kunnen passen? Of ervan kunnen leren hoe we het nu zo ontwerpen dat de volgende keer weer meer leerlingen mee kunnen doen. Dus we zien het OPP vooral echt als een leerinstrument in scholen en in teams. Dus niet zozeer hebben we het OPP goed gemaakt? Maar helpt het ons om beter te begrijpen, koers te bepalen en te handelen? He, wat die leerlingen ook zeggen: zorgt het er ook voor dat we echt doen wat is afgesproken met elkaar? Maar ook dus de bredere bril op. Wat leren we er nu van met elkaar over ons onderwijs? Vanuit die bedoeling kijken wij dus naar de digitale ondersteuning.”
Beeldtekst:
- Basisattitude werken met een OPP.
Van… Probleem in leerling/schuld bij ander ⇒ Praten over (probleemgericht) ⇒ individuele oplossing (bij jezelf)
Naar… Wisselwerking ⇒ Praten met leerlingen en ouders (oplossingsgericht) ⇒ Handelen in context. Wat kunnen wij doen?
Wat kunnen wij samen beïnvloeden? OEN en OMA leren van en met elkaar, balend en stralend. Inclusieve mindset. “
NOELLE: “En daarbij gaat het, zoals wel bekend, altijd om cultuur, de basisattitude, de mindset en structuur. Het format, de manier van werken, waar de OPP-gesprekken in de jaarcyclus zijn. En het is heel belangrijk dat de cultuur en de structuur elkaar ondersteunen. Dat die elkaar versterken. En omdat in de basisattitude dat wel wat scherper kan, hier en daar lichten we even die basisattitude eruit. EN EIGENLIJK IS DIE VAN: In plaats van te praten over de problemen en de schuld bij de leerling, de leerkracht of de ouders te leggen, zeg maar child blaming. Waar een OPP soms wel toe uitnodigt. Alleen wat de leerling nog niet kan. In plaats van die schuld bij die ander te leggen, willen we met elkaar zoeken naar de oplossing. EN VOORAL DAARBIJ: Wat kun jij als professional ook bijdragen aan die oplossing? En het betekent ook dat we heel erg willen kijken naar wisselwerking en afstemming. Hoe ontwikkelt en gedraagt de leerling zich in de verschillende contexten? Daar valt altijd heel veel van te leren. En dat vooral samen met ouders en leerlingen. Wat kunnen we beïnvloeden? En we hebben dan twee, twee korte afkortingen qua cultuur en basisattitude. Stel je, als je met een OPP samenwerkt met leraren, ouders en leerlingen, stel je altijd op als een OEN. Open, eerlijk en nieuwsgierig. Wat werkt nu voor jou het beste qua digitaal onderwijs? Hoe zie je dat als je mag dromen? Dus een open, eerlijke, nieuwsgierige houding. En die straal je ook echt uit. Je gaat achterover zitten en laat je OMA’s thuis. Je oordelen, meningen, aannames. En we hechten er, tot slot, veel aan dat je van en met elkaar leert. EN DAARBIJ HEB JE ZOWEL STRALEND LEREN VAN: Oh, wat een prachtig traject is dit. Daar gaan we mee door. Of ook balend leren. Ja, dan schat je dingen gewoon verkeerd in. Kan gebeuren, maar dan leer je er wel van. En ook over dat balend en stralend leren zijn we heel open en transparant met ouders en leerlingen. Vertel ons wat we goed doen. En waar moeten wij mee doorgaan? En vertel ons ook wat in een volgend gesprek of in een volgend format, beter kan. Dus dat is de mindset en die wordt dan versterkt door het format. Dat laten we straks zien. We hebben een soort basisformat gemaakt. En dat dwingt als het ware ook een beetje die basisattitude af. Dus zo versterken ze elkaar.”
Beeldtekst:
- Waarvoor gebruiken we het OPP.
Om samen
- ambitieuze doelen te bepalen;
- te begrijpen wat ontwikkeling en deelname bevordert of belemmert;
- te bepalen wat leerling en/in context van school en omgeving nodig hebben;
- doelgericht te handelen en te evalueren.
WILLEKE: “Ja, en dat is denk ik wel mooi. De essentie hierin zit dus ook vooral in dat samen. Het is dus niet een document waarin we van alles vastleggen wat er met de leerling aan de hand is. Maar wat jij net zo mooi zei: hoe bouwen we eigenlijk samen die redeneerlijn goed op? Hoe begrijpen we nu wat er gebeurt? Vandaar ook dat het zo belangrijk is om aandacht te hebben voor die cultuur en de manier waarop we dat gesprek met elkaar voeren. En gaan we dus ook kijken dat het niet een beschrijving wordt. Maar dat het echt een soort houvast geeft voor waar we mee aan de slag gaan. En met name ook voor leerlingen en ouders, maar ook voor de collega’s die ermee moeten werken, is dat heel belangrijk. Want op het moment dat we echt goed helder hebben met elkaar: Wat beogen we hier nou mee? Dus niet te groot maken. Niet pagina’s vol opschrijven in je OPP. want dan weten we een ding: dan komt er gewoon niet zoveel van terecht. En dat helpt ook vaak niet om het te begrijpen. Dus ook om dat begrip te houden, om er echt mee aan het werk te kunnen, Maximaal twee A4’tjes. Ja, dat is echt ons ideaal.”
Beeldtekst:
WANNEER MOET EEN OPP?
Regulier onderwijs: voor leerling die extra ondersteuning krijgt:
- voor nieuwe leerlingen binnen zes weken na inschrijving (start)
- Als blijkt dat leerling die al op school zit extra ondersteuning krijgt (na signalering).
Praktijk onderwijs: OPP voor alle leerlingen.
Gespecialiseerd onderwijs: voor alle leerlingen een OPP.
Thuiszitters: voor alle leerlingen een OPP. Wanneer basis of extra?
Wanneer basis of extra?
Afspraken SWV (basisondersteuning), eventueel aangevuld met wat je in je schoolgids belooft.
Let op doel en middel: alleen een OPP bij extra middelen zorgt er in de praktijk voor dat je vaak te laat samen start.
WILLEKE: “Hier hoort natuurlijk ook altijd even bij dat we aandacht hebben voor: Wanneer moet je nu een OPP opschrijven? En daar is natuurlijk van alles over vastgelegd. Dat kun je ook terugvinden in de handreiking. Maar wat wij eigenlijk nog veel belangrijker vinden, is niet wanneer het moet. Dus hoe zorgen we dat we pas een OPP gaan maken op het moment dat je bijvoorbeeld de extra ondersteuningsmiddelen van het samenwerkingsverband gaat inzetten? Maar hoe zorgen we er nu voor dat die formele grens niet bepaalt wanneer je doelgericht begint samen te handelen? Want wat we zien, vaak ook bij kinderen die thuis zijn komen te zitten of kinderen waar al langer best wel zorgen over zijn vanuit ouders of vanuit school, is dat we eigenlijk vaak zien dat we veel te laat zijn begonnen met het opstellen van het OPP. En juist het format van het OPP, de manier van werken met het OPP, dat geeft juist ook veel duidelijkheid. Omdat je dan eindelijk ook het gesprek gaat voeren over het elkaar begrijpen, elkaar ontmoeten en kijken wat ook met elkaar belangrijk is. Dus wij zeggen altijd: let op doel en middel. Alleen pas bij extra middelen. Dan zorgt het er in de praktijk toch vaak voor dat je te laat start.”
Beeldtekst:
Doelgerichte Samenwerking.
Een functioneel OPP ontstaat door samenwerking met collega’s, begeleiders, leerlingen en ouders, waarbij doelgericht en transparant wordt gewerkt aan passend onderwijs in een cyclus van planmatig handelen.
WILLEKE: “En dan die doelgerichte samenwerking. We hebben dat eigenlijk al een paar keer benoemd. We kunnen dat niet vaak genoeg onderstrepen. Die samenwerking is ontzettend belangrijk, want dat is ook de manier waarop we die verschillende perspectieven bij elkaar brengen. Dus niet: hoe kijk jij als leerling of hoe kijkt de school? Of hoe kijken ouders of verzorgers of eventueel andere partners die betrokken zijn? Hoe zorgen we nu dat we samen die perspectieven ook in beeld brengen? En vervolgens dan ook kijken: wat betekent dat nu ook? En hoe kunnen we allemaal bijdragen om daar ook stappen in te zetten? En om het mogelijk te maken, zodat het ook echt zorgt voor het stukje houvast in het dagelijks handelen.”
Beeldtekst:
Theorie versus praktijk.
(Afbeeldingen: Tien retorische trucs / mag niet bestaat niet)
Argyris (1990, 2000, 2004)
- Praattheorieën. Wat ze zeggen te doen en belangrijk vinden.
- Gebruikstheorieën. Wat we in de praktijk doen.
Vragen & reflectie.
- Wanneer biedt een OPP jullie werkelijk houvast? Zet in de chat.
- Ruimte voor vragen n.a.v. blok 1. Zet in de chat.
WILLEKE: “Wat we daarbij interessant vinden, en dat is eigenlijk ook wat de leerlingen heel mooi konden benoemen, dat we vaak hele mooie dingen beloven. Dus het verschil tussen wat we zeggen dat we belangrijk vinden. Dus sla de schoolgids van de school open of het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband. En daar doen we vaak hele mooie beloftes. Dat we zeggen: elk kind telt. We zien ieder kind. Of: We hebben hele mooie routes vastgelegd. Maar totdat het soms zover is dat het schuurt en dat het ingewikkeld wordt. En dan is de vraag: wat ervaren ouders, leerlingen, maar ook de leerkrachten in de school nu van al die afspraken die we met elkaar hebben gemaakt? We zeggen bijvoorbeeld: we kijken naar de wisselwerking. We werken samen met de leerling. We vinden het belangrijk dat we ouders horen. Maar zien we dat ook terug op het moment dat we echt aan de slag gaan met het OPP? Of beschrijven we dan toch eerst weer allemaal dingen waar de leerling eerst nog wat mee moet of wat thuis of vanuit de thuissituatie eerst nodig is? En nog een belangrijke: maken we dat plan met leerlingen en ouders? Of maken we het vooral voor leerlingen en ouders? Dus dan schrijven we eigenlijk al op wat we denken dat het antwoord moet zijn. Dan is dat natuurlijk ook niet echt samenwerken of perspectieven bij elkaar brengen. Nou, iemand die daar veel over geschreven heeft, dat is Argyris. Die noemt dat het verschil tussen onze praattheorieën. Dus de dingen die we zeggen dat we belangrijk vinden. En de gebruikstheorieën, dat wat we in de praktijk zien als het soms toch ingewikkeld wordt. Dus daar, juist op dat moment, zien we dat wat we echt opschrijven, wat we besluiten, wat we doen. Ja, wat toch uiteindelijk leidend is in ons handelen. Nou, dat is vaak ingewikkeld. Maar wel iets waarvan wij zeggen: daar zit ook dat leren in. Wat wij zo straks ook zeiden van: hoe zorgen we nu ook dat we blijven leren van dat OPP? En dat is niet van het is goed of het is fout. Maar laten we wel met elkaar af en toe in die spiegel kijken. En kijken, dan wel moeten we misschien andere dingen beloven, als we het niet waarmaken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we wat dichter komen bij wat we met elkaar beloven? Noëlle zei het net al even.”
Beeldtekst:
Benut bijlage 1.
14 vragen waarmee je kunt checken in hoeverre jullie OPP past bij de bedoeling van de Handreiking OPP.
Bijlage 1: Checklist: wat maakt een OPP-format functioneel? Versie 2 (maart 2025) (OPP-FORMAT MET CHECKLISTVRAGEN IN TABEL. Schaal 1-2-3-4-5, niet —— sterk. n.v..t.)
WILLEKE: “Noëlle zei het net al even. We hebben hier ook een mooie bijlage bij gemaakt. Die is ook te vinden op de website van het Steunpunt Passend Onderwijs. Waarin we eigenlijk een soort checklist hebben gemaakt met veertien vragen. Waarmee je ook kunt kijken in hoeverre het OPP nu ook bij die bedoeling past. En ook daarin. Het is een hele mooie tool die je bijvoorbeeld met je collega’s in de school, of met ondersteuningsfunctionarissen of met een aantal mensen met wie je in gesprek gaat, eens kunt kijken van: Hé, wat schrijven we nu op? En wat was nu eigenlijk die bedoeling? En wat leren we daar nu van? Dus nou, zo is deze ook bedoeld. En eentje die, bij vraag één zien we trouwens vaak dat mensen al een beetje vastlopen.
NOELLE: “Wat is vraag 1?”
WILLEKE: “Vraag 1 gaat namelijk over: In hoeverre kijken we dus echt naar het perspectief van de leerling, van school en van ouders? En vaak zien we dat bijna alle OPP’s toch nog eigenlijk alleen gaan over de leerling zelf. Dus dat is eigenlijk al een hele mooie vraag om eerst eens mee te starten.”
Beeldtekst:
Blok 2. Begrijpen.
WILLEKE: “Nou, dit was het eerste blokje.”
Beeldtekst:
- Benut bijlage 1. (springt terug in beeld)”
WILLEKE: “Ik heb hier geen slide meer? Wi”
NOELLE: “Ja, kijk hier.”
Beeldtekst:
Theorie versus praktijk (Slide met afbeelding: tien retorische trucs/ Mag niet bestaat niet, komt weer in beeld)”
NOELLE: “Kijk hier, want chat ging iets vragen. “
WILLEKE: “Oh, heel goed. Ja, nu die hebben we hier nog bij. Dus mochten jullie nog vragen hebben naar aanleiding van dit eerste blokje, zouden jullie in de chat nog even willen zetten: A, wanneer biedt het OPP jullie echt houvast? Dus lukt dat ook in de praktijk? Of heb je voorbeelden waarvan dat nu lukt? En heb je nog andere vragen? Laat dat even weten. Dan hebben de collega’s hier, die in de chat kunnen kijken, die kunnen dan even kijken of er nog vragen zijn. Dan kunnen we daar nog even kort op terugkomen.”
COLLEGA: “Nu nog geen. Nee. “
WILLEKE: “Nee? Nou, gaan wij in de tussentijd door. Mocht je toch nog vragen hebben, stel ze gerust.”
Beeldtekst:
Blok 2: Begrijpen.
WILLEKE: “Dan gaan wij ondertussen door naar de volgende. En dat is het blokje over begrijpen.”
Beeldtekst:
Ondersteunende visualisaties OPP.
Visualisaties bevorderen transparante en effectieve communicatie, waarbij samenwerking wordt ondersteund door tekeningen en plaatjes.
We onderscheiden drie stappen. Voor iedere stap zijn er visualisaties die kunnen helpen om de situatie samen te begrijpen en koers te bepalen.
3 stappen OPP-cyclys:
- Overzicht (bevorderende en belemmerende factoren): Wat lukt al? Wanneer, waar en met wie lukt deelname wel? Wat lukt nog niet of onvoldoende? BEKNOPT (recent en relevant, hoeft niet op alle domeinen)
- Inzicht (analyse situatie en onderbouwing: hoe komt het dat? Wat betekent dit voor handelingsdeel (uitstroom en wat nodig)? KORT (integratief beeld hoeft niet)
- Uitzicht (handelingsdeel, doelen, behoeften, afspraken): wat streven we na en wie en wat is daarvoor nodig? ALLEEN BOVENOP BASISONDERSTEUNING (extra; extra)
NOELLE: “Ik zag een vraag. [lacht]”
WILLEKE: “Ja.”
COLLEGA: “De vraag is: waar kan ik de link naar de infographic zien?”
NOELLE: “Ja, die vind je op de, jullie krijgen achteraf ook de link. De link naar Steunpunt Passend Onderwijs, de handreiking. Dan kom je eigenlijk meteen in dat filmpje. En daaronder zie je die A4-infographic. Met dezelfde figuren of personen.”
WILLEKE: “Dank. “
NOELLE: “Oké. [lacht] Bij het begrijpen hechten we heel veel waarde aan visualisaties. Het is veel praten, maar het is gewoon heel fijn om samen te tekenen. Dan hoef je helemaal niet goed te kunnen tekenen of visualiseren. Het is vaak gewoon een ontwikkelingslijn uitzetten. Het is vaak met pijlen. Wat beïnvloedt wat? Oh, ik zie het, dat is de vraag. Oké. Dit is echt een hele. [lacht]
WILLEKE: “Wij zijn afgeleid.”
NOELLE: “Maakt niet uit. Oké, dus even niet aan de roze olifant denken. Niet naar de chats kijken.
WILLEKE: “[lacht]”
NOELLE: “Oké, sorry, excuus. Even tussendoor. [lacht] Oké, dus die visualisaties met tekenen en plaatjes. En we hebben die OPP-cyclus. De verplichte onderdelen daarvan hebben we ingedeeld in drie stappen, zodat het ook behapbaar wordt, zodat je er grip op krijgt. Nou, hier en daar vallen we wat in herhaling. Maar daar was niet aan te ontkomen, gezien deze opbouw. Dus eerst is er altijd het overzicht, bevorderend en belemmerend. Wat we extra toevoegen is niet alleen van de leerling, maar ook van de onderwijsleersituatie en ook van de thuissituatie en het bredere netwerk. Daar komt die groeitaal. Wat lukt al? Ook waar die leerlingen zo’n behoefte aan hebben. En wanneer en met wie? Als we het vertalen naar de digitale school. Wanneer en met wie lukt het deelnemen in de klas wel? En stel er is de optie: in de klas zitten en meedoen. In een lokaal in de school de digitale les volgen. Of op andere locatie. Op een zorgboerderij of thuis. Dan gaan we vooral kijken en in gesprek met elkaar. Waar lukt het wel en kunnen we dat uitbouwen? Als het in het ene lokaal wel lukt, is er misschien nog een ander vak dat je daar ook kunt doen, waarvoor je nu nog helemaal geen lessen volgt? En wil je daar misschien ook iemand bij hebben? Je ziet dus dat overzicht en uitzicht soms wat door elkaar lopen. Maar het is heel erg zoeken naar: Wat lukt wel? En ook natuurlijk: Wat lukt nog niet of wat lukt nog onvoldoende? Dus dat overzicht, dat wil je beknopt. Dat wil je recent. Alleen van dit schooljaar. En je wilt het relevant. En dat betekent dat het direct van invloed is op het begrijpen. We moeten dit weten, anders snappen we niet wat het komen naar school belemmert. Dan weten we ook niet hoe we het komen naar school weer uit kunnen gaan bouwen. Dan weten we ook niet welke lessen we nog meer digitaal willen gaan doen samen met de leerlingen. En uiteindelijk is de leerling vaak de enige die ons dat kan vertellen. En ik wil hier heel kort bij aanstippen. Want we zien veel OPP’s, ook via de helpdesk. Bij die bevorderende en belemmerende factoren. Dat hoeft niet op al die verschillende domeinen. Soms lijkt het wel alsof men denkt: hoe meer, hoe beter. Maar er zit vaak een soort doel van verantwoording of angst onder. Als we maar zoveel mogelijk opschrijven, dan is het goed. Hoe meer, hoe beter. En wij zeggen juist: less is more. Dus hoe minder, hoe beter. Dus je hoeft niet alle domeinen sociaal, emotioneel, fysiek, medisch, didactisch, motivatie. Kies wat op dit moment relevant is voor het begrijpen en het handelen. Nou.”
WILLEKE: “Ja, misschien is dat nog goed om even aan te vullen. Wat we zien, is dat veel digitale leerlingvolgsystemen vaak hele uitgebreide formats hebben. Waarin je dus als het ware bijna gedwongen wordt om al die stapjes te volgen. En het dus wel op al die verschillende domeinen in te vullen. Maar je kunt natuurlijk zelf ook heel goed in je eigen organisatie een soort draaiboek maken. Een soort handleiding maken voor je collega’s, dat je zegt: welke delen daarvan zijn nu relevant om wel of niet in te vullen? Dus je hoeft niet alles in te vullen, maar dan moet je daar zelf goed met elkaar in je organisatie over nadenken wat er echt relevant is om daarmee het ook zo beknopt te houden.”
NOELLE: “Ja, pak dus echt de regie. En laat het leerlingvolgsysteem niet bepalen wat je erin moet doen. Dat bepalen jullie. En dan een klein voorbeeld. En dat zie je ook in een filmpje dat op het Steunpunt Passend Onderwijs. Een filmpje over: Hoe maken we het klein? Samen met je team. Er is een collega van mij, Annelies van der Pad. Die heeft bijvoorbeeld gezegd van: vier bolletjes, leerling. Wat gaat al goed, wat moet beter? Drie bolletjes, onderwijs. En twee bolletjes, thuis. Ja, dan begrens je jezelf. Dus hier zie je ook een voorbeeld waarbij de cultuur van beknopt en samen, dat je dat met de structuur gaat afdwingen. Want je kan niet meer invullen, dan is het gewoon vol. Zoveel woorden mag het zijn. Nou, dan ga je naar het inzicht. Dan ga je het samen analyseren. Hoe komt het nu? Wat maakt dat? En vooral: wat betekent dit voor het handelingsdeel? Wat betekent dit voor de uitstroom? Dus het is de onderbouwing van de uitstroom. En ook hier, dat kan heel kort, wat analyses. Het zit vaak op wisselwerking en afstemming. Het zit vaak op iets in de context, wat moeilijk gaat of juist goed. En ook hier weer kort. Ik kan het niet genoeg benadrukken. En we zien nog veel; in OPP zit het integratieve beeld. Dat zijn prachtige, samenhangende beelden. Soms heel mooi qua taal gepolijst. Ik zelf weet uit ervaring uit het verleden: dat kost heel veel tijd. En ouders, leraren en leerlingen, die kijken er even naar. Dus het gaat er meer om dat je dat inzicht doet om te begrijpen en te onderbouwen waarom je voor deze uitstroom kiest. En ja, eigenlijk is dat heel simpel. Je kiest voor een bepaalde uitstroom en je wil altijd hoge ambities en verwachtingen, maar wel realistisch. Dus die bevorderende factoren, die helpen je om een hogere uitstroom te halen. En de belemmerende factoren halen je als het ware weer naar de realiteit. Dus daarom zeggen we altijd: ambitieus doch haalbaar. Dan pas komt het uitzicht, het handelingsdeel. Daarin zie je de doelen. Doelen, niet alleen activiteiten. Doelen, behoeften en afspraken. Dat zijn die afspraken die je maakt en ja, waarvan we ook aan de leerling laten zien, en zijn ouders: Ja, we houden ons ook aan deze afspraken. We vinden het belangrijk. Wil je dit deel beknopt houden? Dan is er ook altijd onze oproep. Je beschrijft alleen wat er bovenop het basisaanbod extra-extra is. Dat is of voor de leerling zelf of met een aantal andere leerlingen. Dat betekent ook dat voor de vakken die de leerling gewoon op school volgt, als daar niks extra-extra is, hoef je ook in het handelingsdeel niks op te nemen. Wordt een deel van de lessen digitaal gegeven, dan beschrijf je heel kort wie, wanneer en wat dat gedaan wordt. De digitale lessen. Dus zo, met deze drie aanbevelingen en onze oproep kun je het beknopt houden, horen wij. En uit, oh sorry Willeke?”
WILLEKE: “Ja. Nou, als je dus nadenkt van: hoe doe je dat nu ook in evenwicht tussen die stimulerende en belemmerende factoren? Probeer dat ook altijd in balans te brengen. Dus als je een stimulerende factor hebt, probeer dan ook maximaal een belemmerende te hebben, zodat we niet straks weer heel veel lijstjes hebben met dingen die het heel ingewikkeld maken. En dat we heel lang moeten nadenken over dingen die misschien wel stimulerend zijn. Dus probeer jezelf ook te dwingen dat je dat goed in balans brengt en dus inderdaad wat jij zei, het beknopt houdt. Dus dat je zegt: nou, maximaal drie. De dingen die echt relevant zijn. De dingen die er echt toe doen. En dan zullen er vast nog veel meer dingen zijn waar je het over kunt hebben. Zo hou je het gesprek ook beknopt. En zorg je ook voor de leerling en voor ouders, dat ze ook denken: Hé, maar jullie zien ook nog dingen die wel goed gaan. Of: Jullie zien mijn kind ook van de kant die wij ook zien. Dus het zijn niet alleen maar de dingen die moeilijk en lastig zijn. Er zijn ook heel veel dingen die heel mooi zijn. En dat je dat ook goed een plek weet te geven.”
NOELLE: “Ja, Willeke, jij zegt: Mooie balans. Als we het over visualiseren hebben, kun je ook gewoon samen een weegschaal tekenen. Het is samen wikken en wegen. Zitten we nu niet te veel te belemmeren? Dan moeten we weer meer bevorderen. Dus dat zijn kleine schetsen die je kunt maken. Want zodra je samen gaat schetsen, dan gaat iedereen ook om die tafel zitten. Geef iedereen een pen, een kleurstift. Zo kun je echt samen. Wat ook interessant is bij thuisonderwijs. Wat belangrijk is, is om samen met de leerling te beslissen. Wat wil je? Wil je eerst vanuit je droom? Waar wil je over zoveel jaar zijn? Wat wil je worden? Wat wil je gaan doen? Dan is de droom de lange termijn. Dat is de uitstroom. En dan ga je vanuit daar terug naar middellange, naar korte termijn. Maar sommige leerlingen vinden het veel fijner om gewoon vanuit de korte termijn te kijken: nu kan ik al dit. Dan wil ik dat. En geleidelijk aan wil ik daarnaartoe. Dus je ziet daarin dat die twee elkaar ondersteunen. De korte termijn en de lange termijn. En zo bevorder je ook het doelgericht werken. Ja.”
Beeldtekst:
Overzicht ⇒ Inzicht ⇒ Uitzicht.
OVERZICHT.
Wat gaat al goed? Wat kan nog beter?
INZICHT.
Hoe begrijpen we dat, in wisselwerking met de context?
UITZICHT.
Wat streven we na en wie en wat is daarvoor nodig?”. Wat streven we na en wie en wat is daarvoor nodig?
(Cyclisch diagram met tekst in kaders:)
Bevorderende & belemmerende factoren van leerling, onderwijs & ondersteuning thuis
⇒
Doelen van leerling voor leren, motivatie, sociaal-emotioneel, gedrag & welzijn (korte termijn) & uitstroom (lange termijn)
⇒
Onderwijs- & opvoedbehoeften van leerling
⇒
Doelen onderwijs & ondersteuning thuis ⇒ aanpak van/extra ondersteuning door leraren & ouders (handelingsdeel) ⇒ Ondersteuningsbehoeften van leraren & ouders ⇒ Uitvoering aanpak/extra ondersteuning en evaluatie: doelen leerling behaald?
⇒
(Opnieuw v.a. start)
NOELLE: “Ja, deze cyclus noemen we de OPP-cyclus. Die staat ook in de handreiking. En deze hebben we kort uitgelicht, omdat in deze cyclus zie je weer: overzicht, inzicht, uitzicht. En waar we kort bij stil willen staan, is dat je van doelen naar behoeften gaat. Er moet een consistente relatie zijn tussen de doelen die de leerling wil behalen, de doelen die de leraar of de docent of de coach, de digicoach, wil behalen en de doelen die ouders willen behalen om de leerling, hun kind, te ondersteunen. Dus eerst die doelen en dan pas naar de ondersteuningsbehoeften. Waar in deze handreiking ook meer aandacht is dan voorheen in een OPP is: Bespreek ook met leraren. Wat hebben jullie nu nodig? om deze leerling te ondersteunen? Wat heb jij als docent of als leerkracht nodig om ervoor te zorgen dat die digitale lessen goed aansluiten bij jouw lessen? Wat heb jij nodig om tegen die leerling die het op een gegeven moment moeilijk vindt. omdat hij misschien naar een ander lokaal gaat of dat die juist dat wel wil hebben. Niet in de les blijven. Wat heb jij nu nodig als leerkracht om stevig tegen de leerling te kunnen zeggen: We hadden een afspraak, we houden ons daaraan. Dus we gaan daar- of daarheen. Een ander belangrijk punt is: in deze cyclus zie je het is geen verantwoordingsdocument. We gaan samen op weg. En het is ook geen leerlingvolgsysteem. Die zijn er meer dan genoeg. En je kunt deze cyclus ook toepassen voor een preventieve inzet. We zien dat het OPP heel vaak veel te laat ingezet wordt. Dan zitten we, als je kijkt naar de piramide, we zitten al in het rood. En zodra je in het rood zit, zijn er emoties. Bij leerlingen, bij ouders, bij docenten, bij digicoaches. Bij iedereen die erbij betrokken is. Dus je mag het gerust eerder inzetten. En dan kun je zeggen: nou, we noemen het nog geen OPP maar we gaan in deze preventieve inzet wel alvast de werkzame elementen van het OPP benutten. En dan zou je kunnen zeggen: we gaan met elkaar al van vraag, overzicht, inzicht, uitzicht naar afspraak. Dus wacht er ook niet te lang mee. En ja, je ziet op allerlei scholen sommigen noemen het een kleine OPP, sommigen noemen het pre-OPP sommigen noemen het OPP-light. Dat maakt ons eigenlijk niet zoveel uit. Maar zodra je merkt: een leerling krijgt het moeilijk op school. Een leerling krijgt tegenzin. Zodra er een paar dagen verzuim is, meteen om de tafel. Want je kent vaak de leerlingen heel goed. En je weet wat mogelijk het risico is.”
Beeldtekst:
Visualisaties OPP.
Stap 1: Overzicht.
Waar staat de leerling nu, in relatie tot geplande uitstroom? Van links ⇒ rechts.
Van rechts ⇒ links.
(Visuele weergave van een OPP-trap. Op de horizontale as staat de tijdslijn van groep 3 tot en met groep 8, en op de verticale as staat het functioneringsniveau. De gekleurde achtergrondvlakken tonen trapsgewijs de verschillende uitstroomniveaus, variërend van ZML en Praktijkonderwijs tot VMBO en HAVO/VWO. Vier gekleurde lijnen met datapunten visualiseren de individuele leerlinggroei voor de vakken Technisch lezen AVI, Spelling, Begrijpend lezen en Rekenen.)
NOELLE: “Dit is een visual die inmiddels, denk ik, wel bekend is. Daar is ook op het Steunpunt Passend Onderwijs een heel filmpje over te vinden. Waarom zijn OPP’s zo lang? Een van de redenen, naast die we al genoemd hebben, is dat men soms wel één of soms twee bladzijden die hele didactische ontwikkeling schetst. Dat kan in functioneringsniveaus, vaardigheidsscores. We zien zelfs nog wel eens DLE’s. En dan krijg je allemaal van die zwart-witte, saaie tabellen. En ja, als ik die al lastig vind te analyseren, hoe moet het dan voor een ouder of een leerling zijn? Dus we hebben heel graag een trap waarin je die ontwikkeling ziet. En met zo’n trap kun je met de leerling zeggen: Je was daar, je bent nu al hier en je gaat door naar. Dat geeft veel meer die ontwikkeling weer. Tegelijkertijd moet ik vermelden dat dit het schetst alsof het een lineaire ontwikkeling is. En we weten natuurlijk allemaal dat we ons allemaal zo ontwikkelen met ups en downs. Dus je kunt die trap gebruiken en daar dan nog wat doorheen die routes maken. Er is een heel mooi voorbeeld van een meisje. Maar gezien de tijd denk ik dat ik daarvoor verwijs. Ook een beetje als, hoe noem je dat nu? Niet een spoiler, maar?”
WILLEKE: “Een teaser.”
NOELLE: “Ja, een teaser. Dankjewel Willeke. Als teaser, want er is een leuk filmpje over het OPP. En daar hoor je het voorbeeld van een meisje uit het sbo. Gespecialiseerd onderwijs. Waar we toewerkten naar terugplaatsen regulier. Zie je wat daar nog nodig was? Rekenen, rekenen, rekenen. Dat is die rode lijn. En ook met deze trap kun je zeggen, met ouders en leerlingen en leerkracht samen, of met wie je ook om de tafel zit. Ehm, ik begrijp de trap niet. Oké. Je kunt van links naar rechts of van rechts naar links. Korte termijn. Lange termijn. Lange termijn. Kort. Oké. Voor de trap, gezien de tijd, wat je doet met die trap is. En ik zal het even heel kort toelichten. Dit is een trap voor het basisonderwijs. En die kun je gebruiken in het regulier basis. Je kunt hem gebruiken in een sbo of gespecialiseerd basisonderwijs. En ook in cluster 4-so. Even kort door de bocht hoor. En het is gewoon: Waar gaan wij naartoe? En je ziet stromen. En je ziet de stromen. Het wit is havo/vwo. Oranje is vmbo, theoretisch gemengd. Basis. Geel is praktijkonderwijs. Groen is zml. En je ziet daarin de lijnen. Donkergroen is technisch lezen. Je ziet dat dit meisje, waar het voorbeeld van is. En kijk op dat filmpje. Jullie krijgen allemaal de links. En dan hoef je alleen maar het filmpje aan te klikken. En daar hoor je ook het verhaal van dit meisje. Daar hoor je ook het verhaal van dit meisje. Want zij wilde niet meer technisch lezen, want ze wil niet naar de mavo. Maar dat geeft aan dat ze grip heeft. Begrijpend lezen en spelling zitten mooi in die route waar we met haar naartoe willen. Dat is in dit geval vmbo-basis. Dat is de Groenschool. En willen we daar komen. We hebben nog twee jaar. Dan gaan we met zijn allen inzetten op die rode lijn. Dat is rekenen, dat is rekenen, want ze moet in het lichtblauw komen, want we kennen de Groenschool. We kennen haar en we kennen haar krachten, haar talenten. Dus zo kun je die trap gebruiken. Is er ook een ontwikkelingstrap voor kleuters? Die is er nog niet. Er zijn wel allerlei zelfgemaakte trappen. En in Frequently Asked Questions 7, die bij de handreiking hoort, zie je daar allerlei voorbeelden van. En voor kleuters is die gewoon simpeler. En daar is de uitstroom eigenlijk een soepele overgang of een soepele doorgang naar groep 3. Wat gaan we daar nog aan doen? Ik kijk echt niet meer naar de chats, Wil.”
WILLEKE: “Oké”
- OF MET PARNASSYS-GROEIGRAFIEK (LIB): Of met Parnassys Groeigrafiek (LIB): leerontwikkeling, stromen en doelen?
(Grafiek: De x-as toont de Didactische Leeftijd (DL 0-60). De y-as toont het leerniveau (FN/DLE 0-90). • Achtergrond: Brede, lichtgrijze banen lopen schuin omhoog. Ze vertegenwoordigen de uitstroomniveaus, van VWO (bovenin) via VMBO-niveaus tot VSO-ZML (onderin). • Grafieklijnen: Vier gekleurde lijnen met meetpunten lopen van DL 5 tot circa DL 40: • Paars (Rekenen) & Groen (Technisch lezen): Stijgen stabiel en eindigen rond DL 40 in de baan voor VMBO GTL. • Lichtblauw (Spelling): Stijgt iets daaronder en eindigt in de baan voor VMBO KBL. • Geel (Begrijpend lezen): Loopt tussen DL 15 en 30 vlak op het lage PrO-niveau, maar stijgt daarna zeer steil tot de grens van VMBO KBL bij DL 40).”
NOELLE: “Werk je met Parnassys? Pak dan de groeigrafiek van de leerling in beeld. Willeke en ik hebben soms wel wat vragen daarbij. Bij de OPP-module, want die is heel uitgebreid. En dan komen we een beetje in de knel met de bedoeling. Tegelijkertijd is deze trap heel handig, want zoals dat heet, alles is dan al ingeklapt. Dus er zijn trappen voor het basisonderwijs. Voor het voortgezet regulier onderwijs, voor zover ons bekend is, is daar nog geen OPP-trap van. Weet iemand dat? Natuurlijk heel graag in de chat. Want het is een prachtig voorbeeld van samen visualiseren. En er is inmiddels ook, en die zal je straks zien, een trap voor het zml. Zeer moeilijk lerende leerlingen, zowel so als vso. Ja?”
Beeldtekst:
Visualisaties OPP.
- Overzicht.
Bevorderende en belemmerende factoren van leerling (PO, VO en GO):
Wat lukt al en wanneer, waar en met wie lukt deelname wel? Wat is nog moeilijk?”
Cirkels met tekst:
- Moeilijk, om te leren, langzamer, zwak, niet fijn/leuk.
- Heel…
- Makkelijk, lukt al goed, sneller, sterk, heel leuk/fijn.
- Net als meeste leerlingen in groep/klas, gewoon leuk, fijn of goed op school.
- Heel…
NOELLE: “Dit is een visualisatie, misschien wel leuk voor jullie als primeur. Ik weet niet of jij dat al weet, Willeke? Die heet nu niet meer Mickey Mouse, maar die heet Mickey Muis.”
WILLEKE: “Kijk.
NOELLE: “Kijk. [lacht] En waarom? Omdat ik toen ik de freakende kwast…
WILLEKE: “Frequently Asked.”
NOELLE: “Question maakte, hadden we deze ook erin. Hoe je met leerlingen in kaart kunt brengen wat er al lukt en wat nog niet. Heb je eigenlijk van Disney toestemming om de term Mickey Mouse te gebruiken? En zeg ik: nee, dat heb ik niet. Dat hebben we niet en het staat overal in de handreiking. Nou, dat is wel wat risicovol, want sinds AI gaan ze via die pdf-bestanden gaan ze overal op Mickey Mouse. Dus nu heet ‘ie Mickey Muis, dat is ook genderneutraal. Vonden we wel leuk”
WILLEKE: “[lacht]”
NOELLE: “En we zijn tenslotte in Nederland, dus dat is pas sinds kort. Zodra je Mickey Muis ziet, dan weet je dat die pas een paar weken oud is. Nou, dit kun je prachtig gebruiken om samen met elkaar bevorderend en belemmerend in te vullen. Je kunt het maken voor de kernvakken. Je kunt het maken voor motivatie. Je kan het maken voor welbevinden. Ook hier weer: de cirkels zijn klein, daar kan niet meer in dan nodig. En kies vooral zelf de termen. Ik was laatst op een school en die hadden heel mooi gezegd: Wij gebruiken Mickey Muis en daarbij is de groei zoals verwacht. Is de groei hoger dan verwacht of is de groei lager dan verwacht? En wat betekent dat voor ons onderwijs?”
Beeldtekst:
Van overzicht via inzicht naar uitzicht.
Hoe komt het dat het soms wel en soms nog niet lukt.
Analyse van de context (onderbouwing handelingsdeel):
hoe kan het dat…? En wat betekent dit voor uitstroom?
Van schuld bij kind ⇒ oplossing in context.
(Afbeelding Model van de drie cirkels: Leerling, School en Thuis. Met een analyse per cirkel: Groene plustekens (+) oranje pijlen (↗) en blauwe vraagtekens (?).
Bovenaan kaders met:
- Aanwezig, datum.
- Doel overleg OPP bespreken met leerkracht, leering, ouders (e.a.) geplande uitstroom.
- Afspraken n.a.v. overleg (wie doet wat, waarom hoe en wanneer). School: Ouders: Leerling: Anderen:.
Kaders onder cirkels:
- Doel:
Onderwijsbehoeften (in school):
Opvoedbehoeften thuis.)
NOELLE: “Dit zijn de drie cirkels. Ja, dank je Willeke. Denk aan de tijd. De drie cirkels. En soms zien jullie mij zo wat kijken, beste mensen thuis. Maar dat is omdat de vragen erdoorheen komen en ik ben nogal afleidbaar.”
WILLEKE: “[lacht]”
NOELLE: “Ik kan het heel moeilijk van me afzetten. Dus dat heeft niks te maken met mensen thuis of met Willeke. Of met alle geweldige ondersteuning hier van Ellen, Stefanie en Vanessa. Ook bij dit filmpje, of bij deze drie cirkels is er een filmpje. Die kun je gewoon aanklikken en dan krijg je in tien minuten de uitleg bij deze drie cirkels. Er zijn drie cirkels voor school en ouders samen met oudere leerlingen. Er zijn ook drie cirkels voor jongere leerlingen. En ook deze cirkels helpen. En het interessante is dat je in deze drie cirkels eigenlijk alle verplichte onderdelen van een OPP ziet. Je ziet de uitstroom. Geplande uitstroom vinden wij ook veel mooier dan verwachte uitstroom. Het is een beetje passief. Nee, je plant iets. Je ziet bij de leerling de drie belangrijkste bevorderende en belemmerende factoren. Hier is ruimte voor de context van thuis. Wat lukt ouders al om het onderwijs te ondersteunen? Wat kan eventueel beter? En ook het onderwijs. Met deze visual voorkom je de basisattitude van: Blaming de student. De schuld bij de leerling te leggen. En dit dwingt als het ware op een vriendelijke manier, want je doet het samen, de contextuele benadering. En wat heeft de leerling nodig? Wat hebben ouders nodig? Wat heeft de school nodig? Wie of wat, heb ik ook van jou, vind ik zo leuk. Jij zegt altijd: wie of wat? In plaats van: Wat? Om ook op de samenwerking te focussen. Wat heb je nodig? En er is ook een document waarbij je in alle drie cirkels inspiratie krijgt. Wat weten we uit onderzoek dat bijdraagt aan het behalen van de uitstroom? Dus ook dat krijgen jullie in een document achteraf. Via een link kun je daar allemaal bij komen. Dus wij stippen ze nu in dit webinar kort aan. Als je belangstelling hebt, kan je veel meer informatie vinden. Ja, gezien de tijd, Willeke, gaan we door.”
Beeldtekst:
Nu we begrijpen wat er speelt: wat streven we na en wat is daarvoor nodig?
Handelingsdeel: concrete leerdoelen en/of gedragsdoelen die school nastreeft voor leerling en ondersteuning die nodig is om leerling naar geplande uitstroom te begeleiden (zie bijlage 2 Handreiking)
- Alleen voor domeinen waarbij extra ondersteuning de basisondersteuning overstijgt. Voor overige domeinen, verwijs naar basisondersteuning. In oranje wettelijk verplichte onderdelen.
- Langetermijndoel (uitstroom) EN
- Middellangetermijndoelen (einde schooljaar) EN
- Concrete en te evalueren korte termijn (tussen) doelen (periode/blok)en bijbehorende behoeften.
Drie oranje blokken:
- Leerling. Doelen gekoppeld aan uitstroom met ondersteuningsbehoeften.
- School/leraren. Aanpak = handelen + ondersteuningsbehoeften gericht op onderwijs.
- Thuis. Afspraken + eventuele ondersteuningsbehoeften gericht op onderwijsdeelname.
Plan van aanpak: wie doet wat, waarom, wanneer en hoe? Wanneer monitoren en evalueren we en wie zijn daarbij betrokken?
Hoe weten we of het ons is gelukt?
NOELLE: “Nou, nu we begrijpen wat er nodig is en nu we begrijpen wat er speelt, gaan we door. Doelen, daar altijd tussen. De soep laat ik even achterwege. Later komt misschien soep koken van John Hattie.”
WILLEKE: “Ja. Misschien nog wel even goed over die lange en middellange termijn nog even wat vertellen.”
NOELLE: “Ja, je hebt dus die uitstroom en ik vind het wel leuk. Dat woord rijmt op droom, bedenk ik nu ter plekke. Je hebt daartussen ook middellange doelen, vaak half, start schooljaar, midden schooljaar, einde schooljaar. En je hebt die hele concrete tussendoelen. Voor een periode, voor een week, voor een dag. En als we het hebben over ondersteuningsbehoeften. Die zijn vooral gekoppeld aan die concrete, kleine doelen. Wat heb jij nu nodig om morgen weer vrolijk de les in te komen? Docent, wat heb jij nu nodig om als hij komt te zeggen: Welkom, nieuwe dag, nieuwe kansen. Digicoach, wat heb jij nodig om goed samen te werken met de mentor, zodat je precies weet waar gaan we het digitale afstandsonderwijs op inzetten? En hoe krijgen we dat in die school samen? En ook belangrijk bij dit handelingsdeel: alleen als het maatwerk is. Want deze manier, zoals wij het zien, en dat realiseren wij ons ook echt goed, hè Willeke, is eigenlijk heel erg flexibel en out of the box. Er is een basis, doe daarin mee waarin je het kan. Want geen leerling gaat expres zeggen: ik kan dat niet. Daar moeten hobbels overwonnen worden, maar hobbels kunnen we overwinnen. Daarom hechten we ook heel erg hieraan: het zit tegen. Wat heb je nodig om er weer uit te komen? En geniet ook van je successen. En vier die. Stel dat je moeite hebt met twee vakken. Ja, kijk dan of al die andere vakken wel gewoon in de school of in het lokaal kunnen. Of dat die andere vakken wel samen met andere leerlingen kunnen. Zodat die afstemming goed blijft.”
WILLEKE: “Ja, en ook mooi als je het dus weer zo klein weet te maken van: deze doelen voor morgen. Dat is ook helemaal niet heel raar voor leerlingen en helemaal niet bijzonder voor alleen kinderen met een ondersteuningsbehoefte. Ga een willekeurige basisschool of voortgezetonderwijsschool in. Wat heeft die les van vandaag nu te maken met mijn toekomst van morgen? En heel veel verder dan morgen of volgende week lukt vaak ook helemaal niet. Dus zo ver weg plannen. Ja, dat is vaak nodig voor ons, omdat wij als volwassenen veel meer vanuit de langere termijn werken en denken.”
COLLEGA: “We hebben precies daarover een vraag ook. Wat als de leerling zelf geen langetermijndoel kan bepalen? Doe je dat dan als professional? Wat moet en wat mag?”
NOELLE: “Ja, dat ja, daar kan ik een vrij kort antwoord op geven. Wat moet en wat mag? Dat is een hele belangrijke. Kijk, als een leerling zegt: ‘ja, ik weet het gewoon nog niet. Mijn vader zegt dat ik dit moet doen. Mijn moeder zegt dat ik dat ik dat moet doen. De juf zegt dat ik dat kan. Ik weet het nog niet.’ Dan kun je zeggen: ja, voor deze manier van werken moeten we iets gaan zeggen qua uitstroom. Dus dat houd je dan gewoon vrij globaal. En dat is dan een leerling waarmee ik zou zeggen: nou, laten we dan van korte termijn kijken naar lange termijn. Maar wel uitleggen: Ja, daar gaan wij ook niet over in discussie, want dat is gewoon het wettelijke kader. Ik zeg ook altijd tegen leerlingen en ouders: ja, het moet gewoon. Klaar, uit. Soms weten we het. Soms weten we het nog niet. En als je met een trap werkt, dan zeg ik wel eens: symbolisch kun je die uitstroom eerst met potlood omcirkelen bij jonge leerlingen, want het is en blijft natuurlijk lastig. En je wil hoog inzetten, maar niet te hoog. Dan kun je hem alvast met potlood omcirkelen. Nou, na anderhalf jaar. Ze zeggen vaak: na drie toetsmomenten kun je een redelijke voorspelling doen. Dan doe je hem met een pen of wat dikker. Geleidelijk aan doe je met een stift. En richting, vanaf groep 6, zeg ik wel eens, dan kun je echt met een vette permanente marker. Nee, niet permanent; met een dikke stift kun je dan dat zeggen. Dus ja, later.”
WILLEKE: “Hoe dichter je erbij komt. Dus hoe dichter je bij je perspectief komt, hoe meer je daar ook iets over kunt zeggen. En dat is denk ik vooral belangrijk. Dat je wel zegt: we zetten in, ook al vanaf kleuters, ook al vanaf start voortgezet onderwijs moeten we een uitstroomperspectief vaststellen. En dat is gewoon, als dit ongeveer de ontwikkeling is, dan zou dit ongeveer een te verwachten uitstroomperspectief kunnen zijn. En dat is niet iets wat dus vaststaat. Of wat ouders of kinderen, dat je denkt: hé, maar dat staat er nu eenmaal en daar kunnen we dus nooit meer aan tornen. Nee, dat is ook iets wat gewoon mee-ontwikkelt door de jaren heen. Wat je dus echt als een soort eerste inschatting moet zien op jonge leeftijd. En hoe verder je komt in de schoolloopbaan van de leerling, hoe vaster dat komt te ontstaan. En dat is op zich ook logisch, want dan hebben we elkaar veel beter leren kennen. En weten we ook beter wat er wel en niet lukt. En is dat ook veel makkelijker om met elkaar wat vaster te zetten. Gezien de tijd sla ik deze even over.”
Beeldtekst: OPP-wijzer ZML 12-20 jaar.
Linkergrafiek: toont de voortgang van een leerling op verschillende leerlijnen zoals technisch lezen, spelling, begrijpend lezen, rekenen, mondelinge taal en sociaal gedrag, uitgezet tegen de leeftijd (van 12 tot 20 jaar).
Rechtergrafiek (Niet-methode toetsen): toont de scores op onafhankelijke toetsen (zoals Cito of LVS) voor onderdelen als technisch lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen.
Aan de rechterkant van de grafieken staan de landelijke uitstroombestemmingen weergegeven (van Profiel 2: Taakgerichte dagbesteding tot Profiel 5: 1F+onderdelen 2F Arbeid/MBO Entree)
Beeldtekst:
Infographic (kort in beeld, terug naar de OPP-wijzer ZML 12-20 jaar).
NOELLE: “Willeke, sorry. Alleen deze laten zien. Ook hier is een filmpje van op Steunpunt Passend Onderwijs. De trappen voor go, gespecialiseerd onderwijs en gespecialiseerd voortgezet onderwijs voor de zml. Een prachtige zml-wijzer. Die helpt enorm en die is ook nog gekoppeld aan aanbod. Dus die laten we inderdaad alleen maar zien. Ook daar is een filmpje bij.”
Beeldtekst:
Infographic Samen helpen we jeugdigen naar een levenlang ontwikkelen. v(s)o leerroute diplomagericht v(s)o leerroute niet diplomagericht Maatwerk Call to action. 1, 2, 3.
NOELLE: “Deze ga ik ook niet heel uitgebreid doen. Dit is een visual die is ontwikkeld voor specifiek kinderen in het voortgezet onderwijs. Die hebben we zelf ontwikkeld en gemaakt. En deze is ook te vinden op de website van het Steunpunt Passend Onderwijs. En we hebben deze met name gemaakt, omdat we merkten dat veel examencommissies, en ook veel leerkrachten en ondersteuners in het voortgezet onderwijs, niet precies weten wat alle wettelijke mogelijkheden zijn die er op de verschillende instroomniveaus van het voortgezet onderwijs zijn. En dat wisselt dus. Voor het praktijkonderwijs, het vmbo-basis en het beroepsgerichte onderwijs zijn weer andere wettelijke mogelijkheden dan voor de andere leerwegen. En hiermee zijn best nog een aantal meer mogelijkheden dan alleen een volledig diploma mogelijk. Dus niet om helemaal nu uit te leggen. Maar op de website van het steunpunt kun je daar meer informatie over vinden. En we zien gelukkig ook dat steeds meer scholen en ook examencommissies hier werk van maken. Zodat meer kinderen ook met maatwerk op een hoger niveau met deze aanpassingen het mbo in kunnen stromen.”
Beeldtekst: Uitzicht:
Aanpak in OPP: beschrijf alleen wie er extra handelen, inzet bovenop basisaanbod en extra ondersteuning in dat basisaanbod.
Per vak of domein.
Hoe dragen we met deze ondersteuning bij aan opbouw?
(Mickey Muis Schema met blauwe en rode pijlen naar tekst in cirkels:)
-Grote oranje cirkel, linksboven (het linkeroor):
Leerlingen die meer instructie + oefening + tijd nodig hebben om doelen te halen (intensivering)
-Kleine oranje cirkel, links):
Zeer intensief Vertragen (OPP)
-Blauwe cirkel, midden:
HELE GROEP Basisaanbod: doelen en aanpak groep.
-Grote groene cirkel, rechtsboven (het rechteroor):
Leerlingen die minder instructie + oefening nodig hebben (verrijking: verdieping en/of verbreding)
-Kleine groene cirkel, rechts:
Zeer verrijkt Versnellen (OPP) Legenda linksonder:
Blauwe pijlen: hoge doelen
Rode pijlen: heterogeen groeperen?
NOELLE: “Ja, de gemiddelde uitstroom. Sorry hoor, ik zag even. Dat wou ik nog zeggen. Je kunt ook die OPP-trap gebruiken. En dan zetten de meeste van onze leerlingen 75% gaat naar deze uitstroom, 10% gaat daarheen. Zo kun je ook gewoon je schoolpopulatie benutten. Om toe te lichten. Dat naar aanleiding van die chat. Een andere waar je de Mickey Mouse voor kunt gebruiken, is om je handelingsdeel beknopt te houden. Want een Mickey Muis gaat je helpen. Want alles wat al geboden wordt aan de hele groep. Zie basisaanbod. Alles in het linkeroor. De leerlingen die extra ondersteuning, meer tijd, intensivering, meer instructie. Dat is in principe meestal ook al beschreven. Dus zie bij wijze van spreken, zie aanbod linkeroor. Rechteroor. De leerlingen die sneller leren. Makkelijker leren. Die uitdaging nodig hebben. Verdieping en verrijking. Ja, zie aanbod zoals beschreven. En dan ga je eigenlijk alleen die oorbellen beschrijven. want dat is vaak dan extra-extra bovenop het basisaanbod en bovenop de basisondersteuning. Dus je zou voor de vakken die de leerling gewoon op school volgt en waar niet veel extra’s is, zie, ik zeg het even kort door de bocht, zie het hoofd en de twee oren. En dan kun je voor het digitale onderwijs die mogelijk in die oorbellen zitten. Dat ga je dan heel kort beschrijven, zodat duidelijk is met welk doel je wat gaat doen. In deze visual zie je ook de blauwe pijlen. Die helpen ons en dat is ook een mooi, nou niet een mooi antwoord. Maar een antwoord op de mooie vraag over het doel. Je kan zeggen: Weet je leerling, jij hebt een doel. Wat goed, wat fijn. Mooi idee. Dus dat moet, dat je dat erkent. En je mag dan zeggen: je zou best hoger kunnen inzetten. Maar je mag ook zeggen: Nou, zullen we eerst gaan voor een doel net iets daaronder, want dan weten we zeker dat het gaat lukken. En dan blijft het leuk om samen eraan te werken. Dus die blauwe pijlen, die helpen ons om voor die ambitieuze doelen te blijven gaan. De rode pijlen, en daar gaat Willeke straks ook iets over zeggen. Die zorgen ervoor dat we leerlingen zo heterogeen mogelijk groeperen. Stel je voor, er is een locatie waar leerlingen digitaal onderwijs volgen. Kijk eens of er een leerling is die daarin al heel ver is. Of je die kunt samenkoppelen voor een les aan een leerling die wat extra uitleg nodig heeft. Want op deze manier kun je ook zorgen voor die sociale inbedding. Wat jij straks gaat vertellen. Want het grote risico van deze Mickey Muis is dat kinderen langdurig in een zwakkere groep komen. En dat is zeer demotiverend. Dus het is een soort geheugensteun om in het handelingsdeel mee te nemen. En nogmaals, het gaat om het out-of-the-boxdenken. Bijvoorbeeld hybride. Wie is er dan bij in dat lokaal? En dat vergt ook nogal wat van leerkrachten en docenten. Dat het niet is van: Ja, hij mag dan alleen, want hij heeft dat nodig. Soms hoor je wel eens: ja, gelijke monniken, gelijke kappen. We gaan niet één leerling met een laptop in een lokaal laten zitten; dan willen ze dat allemaal. Maar als je dat uitlegt als manier van omgaan met verschillen. Dat het nu tijdelijk nodig is. En je zegt van: die of die kan er ook aan meedoen. Dan zit je op heel flexibele trajecten. Als ik even nog verder mag dromen. Stel dat een leerling thuis digitaal onderwijs krijgt. En dat is in de buurt. Ja, misschien een heel gek idee hoor. Maar gewoon om wat out of the box te denken. Misschien is er nog een leerling uit de klas die daarin mee kan doen. Dus dat je echt met elkaar gaat denken: waar liggen de mogelijkheden, zodat we deze leerlingen ook weer erbij houden? Willeke?”
Beeldtekst:
Integraal Plan voor Onderwijs en Opvoeding. – Wat hebben leerling, school en thuis nodig om de doelen te behalen? – Een integraal plan, met samenwerking tussen betrokkenen thuis, in de vrije tijd en/of zorg, vergroot de kans op effectieve ondersteuning. – In het OPP neem je dit op als helder is wie er een extra bijdrage doet om de onderwijsdoelen en opbouw van onderwijs te behalen. -Thuis en op school ontmoeten we hetzelfde kind anders. Zo leren we meer van het kind kennen.
WILLEKE: “Ja. Nou ja, wat wij daarin ook zeggen: eigenlijk is een OPP daarin ook altijd een integraal plan. Dus wat is er nu voor nodig? Er zitten doelen in voor onderwijs, maar ook breder. En wat wij daarin wel belangrijk vinden, is dat we zeggen: Het zijn onderwijsdoelen. Zorg er nou voor dat een OPP geen zorgplan wordt. Dat we daar doelen voor hulpverlening of andere zaken in opnemen. Dus wat hebben de leerling, school en thuis nodig om echt die onderwijsdoelen te halen? En daarbij hoeven we ook niet altijd hetzelfde te zien. Juist als je verschillende perspectieven bij elkaar brengt. Wat we heel veel tegenkomen is soms dat er toch wel wat misverstand is. En juist ook rondom leerlingen waarin ze misschien thuis zitten of afstandsonderwijs speelt. Het is wel belangrijk om dat nog even te noemen. Dat het beeld soms kan zijn dat hoe het kind op school zich laat zien, of heeft leren kennen, dat dat heel anders kan zijn dan thuis. En dat betekent niet dat thuis gelijk heeft of niet gelijk heeft. Of school, of andersom. Of dat we per se hetzelfde moeten zien. Want we hebben ook gewoon echt iets anders met elkaar te doen. We hebben een andere relatie als leerkrachten met leerlingen dan jij als ouder soms thuis met je kind hebt. En wij zien dat veel meer vanuit het begrijpen in het OPP. Dus dat we zeggen: Goh, interessant, verschillen zijn vooral ook waardevolle informatie. Dus niet: welk beeld klopt er nu? Maar waarom lukt het nu misschien wel thuis om bepaalde dingen op te pakken? En waarom lukt het misschien niet op school? En wat leren we daar nu van over wat er misschien ook op school of in de andere setting mogelijk is? Dus het is niet of-of. Of het tegenover elkaar zetten. We zien het niet echt als perspectieven die naast elkaar staan, zodat we het kind op een andere manier kunnen leren kennen. En dat het dus ook best zo kan zijn dat we op school een kind heel anders leren kennen dan het kind zich thuis laat kennen. Ja?”
COLLEGA: “Even een vraag tussendoor? Wat als een leerling nog niet aan schoolwerk toe is en je in het grijze gebied tussen school en zorg terechtkomt? Hoe kun je dat dan toch als onderwijsdoel op zich?”
WILLEKE: “Ja, gaan wij zometeen iets meer over vertellen, goed? Dus er is nog een vraag van: Als een leerling nog niet heel direct aan de onderwijsdoelen kan meedoen, hoe schrijf je dat nu op? Nou, wij hebben zometeen nog een mooi schemaatje gemaakt waarin we jullie even proberen mee te nemen om daar dan wat tips bij te geven.”
Beeldtekst:
Jullie praktijk.
Kijken we in ons OPP voldoende naar wanneer, waar, met wie en waardoor deelname al wel lukt?
Zet in de chat.
Vragen & reflectie.
Ruimte voor vragen n.a.v. blok 2.
WILLEKE: “Nou, dus voor nu nog even inderdaad de vraag in de chat. Mochten jullie een belangrijke vraag hebben waarvan je denkt: over dit blok waarin we het vooral ook even over de visualisaties en ondersteuning daarbij hebben gehad. Laat het even weten en anders gaan wij door. Er zijn ook al wel wat vragen her en der langs geweest waar we.”
NOELLE: “Zet misschien even in de chat van: Hoe gaan wij? [lacht] Hoe gaan wij? Gaan we te snel? Gaan we te langzaam? Moeten we zo doorgaan of moeten we het anders doen? We hebben nog ruim een halfuur. Dus tussentijdse feedback. Heel graag.”
COLLEGA: “Ik denk dat jullie goed gaan, Noëlle. Geen vragen. Geen vragen. Geen opmerkingen. Nog niet.
WILLEKE: “Oké, mooi. “
WILLEKE: “Dan gaan we zo door.
Beeldtekst:
Blok3:
Samen.
Van praten over ⇒ samen koers bepalen.
(Logo) Coöperatie. Samen aan de slag.”
WILLEKE: “Gaan we nog even naar het derde blokje. Dat gaat vooral van praten over naar hoe kunnen we nu ook echt samen aan de slag?”
Beeldtekst:
OPP wordt pas vastgesteld nadat ouders daadwerkelijk hebben ingestemd met het handelingsdeel (instemmingsrecht). Vanaf 2024 hebben leerlingen hoorrecht, zij mogen input geven en hun mening moet worden meegenomen in hun OPP.
Neem ouders en leerlingen vanaf het begin mee:
Stel OPP samen met hen op, monitor/evalueer het samen met hen en stel het (als nodig) samen met hen bij.
(Illustratie: Cijfer op grond, popje spreekwolk links: ‘six’, rechts: ‘nine’. “Just because you are right, does not mean, I am wrong. You just haven’t seen life from my side.”)
NOELLE: “Eigenlijk is het samenwerken aan een beknopt en doelgericht OPP ontzettend leuk. Want je maakt met elkaar een plan en iedereen, ehm. Oké, mag bondiger. [lachen] Dus eigenlijk is het heel erg leuk. En daarom zijn wij ook heel blij met het op overeenstemming gericht overleg. Maar vooral ook heel blij met het hoorrecht en met het instemmingsrecht. Leerlingen hebben hoorrecht. Zij mogen input geven en wij kunnen kijken. Dit doen we wel en dit doen we niet. Soms is er een misverstand met hoorrecht. Ja, we moeten alle meningen overnemen van een leerling. Nee, je luistert er serieus naar. Nou, wat een mooie tip. Dat gaan we doen. Dit snappen we, maar het gaat even in de ijskast of dat zetten we even opzij. Dit gaat ons niet lukken. Of, gezien dat flexibele programma wat we gemaakt hebben voor de komende zes weken. Dus wees daarin ook heel duidelijk. Het interessante is: ook een misverstand. Ouders hebben instemmingsrecht. Ze hoeven formeel niet te ondertekenen. Ik merk vaak dat er conflicten zijn en dat men maar blijft inzetten; die ouders moeten hun handtekening zetten. Ja, dat is natuurlijk het mooiste, omdat je daarmee kunt laten zien: ze hebben het gezien of ze zijn akkoord. Maar als ouders dat niet willen, respecteer het en zeg: ‘We moeten wel noteren wanneer we het met jullie besproken hebben. En noteren waar jullie het mee eens en oneens zijn.’ Bovendien, als ouders het echt niet eens kunnen zijn: let op met taal. Het is nooit opzettelijk tegenwerken. Nee, het is voor hen gewoon heel moeilijk. Als de school van mening is dat het echt in het belang van de leerling noodzakelijk is om dit handelingsdeel uit te voeren, dan mag je dat gewoon doen. Er zijn mooie voorbeelden, ook van de geschillencommissie, en ook in Frequently Asked Questions 6, over samenwerken met ouders, staat dit beschreven. Onze boodschap is eigenlijk: neem ouders en leerlingen vanaf het begin mee. Stel het samen met hen op. Stel het samen met hen bij. Monitor het samen en evalueer het samen. Zoals dat OPP bedoeld is, is het niet de bedoeling dat ze start schooljaar een uitgebreid document voor hun neus krijgen. Ik chargeer een beetje. Maar teken even. Nee, echt van het begin af aan samen. Welke geschillencommissie passend onderwijs? Ik blijf het doen. Erg he? Vind je het irritant, Willeke?”
NOELLE EN WILLEKE: “[lachen]”
COLLEGA: “[buiten beeld niet verstaanbaar] [lachen]”
NOELLE: “Ja, en ook een tip met leerlingen en ouders. We zeggen wel eens: wij op school hebben het allemaal te druk en weinig tijd. Ouders ook. Dus combineer bijvoorbeeld een startgesprek met een start-OPP-gesprek. Maak het wat langer. Doe het samen. Ik zie nog wel eens scholen met twee gesprekken en afstandsonderwijs. Natuurlijk zijn die gesprekken, als leerlingen en ouders dat ook willen, altijd samen met de digicoach en degenen die het digitale onderwijs ondersteunen.”
Beeldtekst:
Waarom ouderbetrokkenheid in het OPP? lerarencollectief.nl/tutorials/welbevinden-van-leraren-en-leerlingen/4-ouderbetrokkenheid-en-welbevinden-noelle-pameijer/.
- Hoger welbevinden
- Minder verzuim
- Betere leerprestaties
- Minder gedragsproblemen.
Ouders:
- Grotere tevredenheid.
Leraren: - Meer werkplezier
- Meer welbevinden.
Marzano (2009); Hattie (2023); Mitchell (2024); De Bruyckere (2022).
Een afbeelding van de zorgpiramide waarin de samenwerking tussen het kind, de ouders, en de school zichtbaar is.
- Onderste laag (Groen) – HGW-Cyclus. Goed onderwijs voor alle leerlingen. • Middelste laag (Blauw) – Leerlingbespreking: Extra interne ondersteuning voor sommige kinderen.
- Bovenste laag (Oranje) – MDO: Extra externe ondersteuning voor enkele leerlingen.
Het kind staat centraal bovenaan, met aan de linkerkant de school en aan de rechterkant de ouders.
NOELLE: “Een heel kort uitstapje. Want ook hier kun je naar een filmpje kijken. Het OPP hebben wij ingekaderd in de bekende driehoek. En ik merk dat ik vaak moet benadrukken: mensen, geen OPP zonder ouderbetrokkenheid. En er is heel veel onderzoek naar gedaan. Dat wordt uitgelegd in dit filmpje. Je krijgt een PowerPoint, dus je kunt hem aanklikken als je wilt. Hier zie je de impact van samenwerken met ouders, op volgorde van. Nou, het verzuim is in dit kader heel interessant. Als het lukt om ouders achter de school te krijgen, is er minder kans op verzuim. Als de ouders achter het plan staan. We gaan deze lessen in de les doen. We gaan deze pauze samen met het kind buiten doen. Maar in die pauze is er behoefte aan ontprikkeling. Dus daar mag de leerling zelf een ruimte uitzoeken. En die lessen doen we digitaal. Als je dat samen met ouders en leerling opstelt, dan is de kans heel groot dat ze het ermee eens zijn. En dan kunnen ze erachter staan. En dan zien we allemaal mooie, positieve effecten. Kijk even naar leerkrachten. Meer werkplezier, meer welbevinden. In dat filmpje wordt uitgelegd hoe dat komt. Dus vandaar ook de why? Waarom roepen wij zo op om het samen met ouders te doen? Ook al kost dat meer tijd? Dat weten wij.”
Beeldtekst:
Wat verwacht school van ouders? Dat ze onderwijs aan kind ondersteunen, zodat we samen uitstroom halen (FAQ 7).
- Opvoeding. Op tijd naar bed, gezond eten, op tijd op school, geen verzuim, thuis ‘verder leren’, geen middelen gebruik. – Begrenzen social media, tv, games; stimuleren lezen, bibliotheek e.d. – Achter plan school staan, aanpak leraar ondersteunen naar kind – Compliment geven (dan weet school dat ze goed bezig zijn)
- Betrokkenheid ouders bij school.
- Belangstelling tonen, goed gedrag op school waarderen.
- Thuis gewenst gedrag extra oefenen.
- Komen op gesprek op school, meedenken bij aanpak kind.
- Verwachtingen ouders:
Hoog maar realistisch.
NOELLE: “En dit is een slide waarbij we zeggen: Ja, natuurlijk is er in de cirkel onderwijs de kwaliteit van het onderwijs. Differentiëren, klassenmanagement, positieve relaties leerling met leerlingen. Noem maar op. Ook ouders kunnen bijdragen aan het behalen van de uitstroom. En dit is een lastige slide soms. En de taal is belangrijk: Ouders, wij gaan heel veel doen en we hebben jullie ook nodig. Dus we gaan met jullie soms dingen hiervan bespreken. Lukt het? En als het niet lukt, gaan we kijken. Wat Willeke net al zei. In een integraal plan. Hoe kunnen we jullie daarbij ondersteunen? Kan misschien iemand van de gemeente dat doen? Of kan misschien die digicoach ook met jullie dit doornemen? Zodat je weet wat te doen als het gebeurt, misschien wel eens. Tenminste, dat weet ik. [lacht] Dat iets stokt. Een digitale les, opeens valt het internet uit. De leerling gaat helemaal uit zijn dak. Ja, wat doe je dan, als dan? En dan heb je ouders heel hard nodig.”
Beeldtekst:
Hoorrecht: leerlingen formuleren eigen onderwijsbehoeften (dear teacher).
(afbeelding van jongetje)
NOELLE: “Ja, de wachtlijsten voor hulp zijn enorm. Kijk dan wat je zelf vanuit school al kunt doen. En soms is wat ouders nodig hebben dat zijn soms kleine dingen. Leg even uit hoe het werkt. Of als jij nu tegen mijn kind zegt: ‘Je moet die les thuis voorbereiden, want dan haal je er meer uit als je in de klas zit.’ Wil je dat ook nog tegen mijn kind zeggen? Dus maak het ook niet te zwaar, wat nodig is.”
WILLEKE: “Dat geldt ook voor het hoorrecht.”
NOELLE: “En dat geldt ook voor het hoorrecht. Dankjewel Willeke. Leerlingen formuleren hun eigen onderwijsbehoeften. Dit is een heel mooi filmpje. Dat kijk ik heel vaak in lerarenteams. Ik kijk het ook wel eens met leerlingen samen. Daar herkennen ze heel veel van. En dan zeggen ze: ‘Dat wil ik ook in mijn OPP.’ Waar hebben we het over? Even overleg hier, gezien de tijd. Wat gaan we doen? Ik zie Willeke zo. Dit filmpje staat in de PowerPoint die jullie krijgen. Het heet Dear Teacher, dus ik zou zeggen: kijk ernaar, laat je verrassen door welke prachtige oplossingen kinderen kunnen geven. Jij wilt dit worden. Dan heb je een examen nodig. Dat moet. En je denkt mee: Wat mag? Oh sorry, ik moet het even stilzetten. Zo, hebben jullie het begin even gehoord.”
NOELLE EN WILLEKE: “[lachen]”
NOELLE: “Het is heel mooi, heel aandoenlijk. Heel hartverwarmend.”
COLLEGA: “Zal ik even een vraag doen?
NOELLE: “Ja, is goed.”
Beeldtekst: Animatie + infographic bespreken met leraren, ouders en leerlingen? ⇒ Voorbereiding OPP-gesprek!
(INFOGRAPHIC)
COLLEGA: “Soms komen er niet-relevante, privacygevoelige dingen in een OPP. Bijvoorbeeld door een medische brief die ter info gedeeld is door ouders. In dit soort brieven staat vaak een behandelhistorie. Wanneer dit in het OPP wordt gezet, hebben ouders het recht om dit te laten schrappen uit het OPP.”
WILLEKE: “Kijk, wij zeggen vaak: het is helemaal niet. Dat gaf Noëlle net ook al even aan. Is het relevant voor wat je morgen doet? En als dat niet zo is, dus er is een verschil tussen wat je in het OPP zet, zodat we met elkaar weten wat we morgen moeten doen, en wat zijn dingen die in het leerlingdossier zitten? Dus maak van een OPP alsjeblieft geen leerlingdossier. En andersom ook. Ik sprak een tijdje terug iemand. Die heeft ook jarenlang in het onderwijs gezeten en begeleiding gehad. En dat was een leerling, die was blind en daar stond bovenaan elk OPP weer dat hij blind was. En dat vond hij zo vervelend, omdat hij dacht: Ja, dat weet ik nu wel. Wat vertelt dat over wat we nu gaan doen? Dat wisten we al. Nou, ook voor kinderen. Kinderen horen soms best heel gekke dingen. Of lezen soms toch nog weer dingen van zichzelf terug in het OPP die helemaal niet helpend zijn om met elkaar een plan te maken. Soms omdat het al heel lang geleden is. Soms, omdat het ook heel pijnlijk kan zijn. Dus hou er ook rekening mee. Draagt het echt bij aan de stapjes die we morgen in de school willen zetten? Niet? Nou, neem het dan ook niet op.”
NOELLE: “Ja, en echt, ouders hebben terecht dat recht. Het is privacygevoelige informatie. Stel dat we dat moeten opnemen in het OPP want het speelt een hele grote rol in de onderbouwing van de uitstroom en we hebben het nodig in het handelingsdeel. Dan zeg ik wel eens tegen ouders en leerling: Hoe zullen we het dan noemen? Hoe zullen we het een ander woord geven, zodat jullie zeggen: Oké, zo mag het er wel in. Want inderdaad, het gaat om een kind en om ouders. Dus ja, we hechten daar heel erg aan.”
NOELLE: “Ja, dit is die infographic en die animatie die we gebruiken bij de voorbereiding van het gesprek. Zorg dat ouders, kind, leerkracht, en onderschat de digicoach niet in dit kader, dat die weten wat het doel van het gesprek is. Is het het opstellen van een OPP? Is het het monitoren of is het het evalueren? En over deze vragen kunnen jullie alvast nadenken. En we hebben daar nu al een tijdje hele mooie voorbeelden van.”
Beeldtekst:
Zorg dat iedereen voorbereid aan tafel komt. Leerling, ouders en school denken vooraf na over (gouden mailtje of appje).
- Wat willen we vertellen, wat willen we wie vragen en wat willen we laten zien?
- Wat gaat goed en willen we behouden?
- Wat lukt nog niet?
- Wat willen we bereiken?
- Wie en wat zou daarbij helpen?
- Wat spreken we samen af.
NOELLE: “We noemen dat het gouden mailtje of het gouden appje. Ja, waarom noemen we het zo? Omdat het zeer succesvol is. We hebben uitgebreidere varianten. We komen bij elkaar. Die en die zijn erbij. Wat is hun rol? Van hoe lang, tot hoe lang duurt het? Soms komen ouders echt nog voor een open gesprek op school. Ze weten niet wie erbij zijn. Ze weten niet waarom. Ze krijgen opeens dat OPP voor hun neus. Ik was een ouder waarmee vroeger altijd wel fijn samen te werken was. Maar als ik dat krijg, vind ik het moeilijk om het OPP te ondersteunen. Dus zorg dat ze het van tevoren kunnen voorbereiden. De simpele variant is: leerling en ouders, wat willen jullie vertellen? Wat willen jullie vragen? En die laatste is heel leuk. Wat willen jullie laten zien? En soms komt een leerling met een filmpje van: Nou, als de pauze zo is. Ja, een beetje privacy, andere kinderen. Maar als de pauze zo is, dan ga ik wel met die pauze meedoen. Maar als dit gebeurt, niet. Dus we zien dat leerlingen enorm creatief zijn in het laten zien wat ze willen of wat ze niet willen. Dus ook daar komt een link bij. En een mailtje. Maak hem gewoon geheel eigen. Pas hem aan aan je eigen werkwijze. Maar alsjeblieft, zorg ervoor dat mensen voorbereid zijn.”
BEELDTEKST:
Vragen & Vertellen.
Wat wil jij je school en je ouders vragen in het gesprek? En wat wil je ze dan vertellen?
FAQ7, NIEUW.
Afspreken.
Welke afspraken wil je maken en met wie?
DOEL: wat wil je bereiken? Wat heb je daarvoor nodig?
-Van je leraren?
-Van je ouders?
Waarmee moeten ze doorgaan?
Waarmee moeten ze stoppen.
Drie cirkels met daarin:
- Kind
- Thuis, gezin, ouders, anderen.
- School, klas, andere kinderen, leraren.
(met tussen de cirkels pijlen en in de cirkels plusjes, pijltjes en vraagtekens)
3 Cirkels kindversie.
Bron: Noelle Pameijer (2026, www.hgw-noelle-pameijer.nl)
NOELLE: “Een kind kan geen hoorrecht doen, en ik chargeer een beetje. Maar door door te zeggen: Kom, we gaan even je OPP bespreken. We gaan tegenover elkaar zitten, zeg maar wat is je doel en wat heb je nodig? We hechten heel veel aan uitgebreide voorbereiding. Kun je ook klassikaal doen in het gespecialiseerd onderwijs. Laat ze met elkaar meedenken. Laat een leerling een OPP gesprek doen met de drie cirkels. Misschien wil er een vriendje of vriendinnetje mee die kan meedenken. En dit is de simpele versie die staat ook in de Frequently Asked Questions 7. Die nieuw is, wel heel uitgebreid. Maar dan kun je van alles uithalen als het je aanspreekt. En dan doen we de drie cirkels op deze manier samen met leerlingen. En dat past ook heel mooi. Je zo nog kunnen zeggen: We doen er een blok bij. Digitaal onderwijs. Afstandsonderwijs. Maak hem eigen. Voeg dat blok terug. Welke vakken doe je op school? Welke vakken doe je thuis? En wat doe je in die cirkel met het digitale afstandsonderwijs? Dan maak je het lekker concreet. En dan kun je het als praatpapier gebruiken.”
Beeldtekst: HANDELINGSDEEL en HOORRECHT: werk het blok in het midden van de cirkels samen met de leerling uit.
(Tabel:)
Plan van:
Groep/klas:
Ingevuld met leerkracht/mentor:
Datum:
Nu weet, kan of doe ik al:
Om dat te bepalen ga ik:
Leerkracht/docenten helpen mij door:
Ouders helpen me door:
Materialen:
Datum Evaluatie:
Wie evalueert:
Hoe weten we of het doel bereikt is?
Uitkomst van de evaluatie: is ons doel bereikt?
Hoe nu verder?
Bronnen: FAQ7, Hoorrecht (SPO, Pameijer, 2026) en Handelingsgericht werken (Pameijer 2021), hoofdstuk 4.
NOELLE: “Dit is het handelingsdeel, verplicht, terecht. Kun je ook met een kind heel mooi invullen. Daar zit je, als je op die link klikt straks dan zit dit erbij aan de achterkant van een A3-blad. En ook hier heb je dan alle verplichte onderdelen van het OPP.”
Beeldtekst:
Bureaucratie en papieren tijgers…. Pas format SPO aan (bevat wettelijke onderdelen + extra) OPP moet beknopt zijn om overbodige bureaucratie te vermijden. Alleen relevante en actuele informatie die nodig is voor:
- het begrijpen van de situatie’
- het fomuleren van doelen;
- de extra ondersteuning die nodig is.
Het streven is een OPP van twee tot maximaal vijf A4!
Bijlage 2:
Voorbeeld format OPP, ter inspiratie en om aan te passen aan de visie en de jaar- of kwaliteitscyclus van de school.
Een bruikbaar OPP is beknopt (bij voorkeur maximaal 5A4), haalbaar en toegankelijk. Hoe noteer je e.e.a. zo beknopt mogelijk?”
NOELLE: “En er is een bijlage twee. Want wat is het grote probleem toch nog altijd? Helaas, OPP’s zijn papieren tijgers. Administratieve rompslomp. Kosten, ja ik zeg even ‘ons’, te veel tijd om te maken. Kosten leerlingen, ouders, coaches en betrokkenen te veel tijd om te lezen. Dat is het waarom. Je ziet door de bomen het bos niet meer. Daarom hebben we een heel beknopt format gemaakt. Willeke, jij zei het al, twee bladzijden. Dat is een beetje om te triggeren. Maximaal vijf bladzijden. En daarin zie je alle wettelijke onderdelen. Nou hebben we hele interessante feedback gekregen. Waarbij mensen zeiden: Jullie hebben het steeds over beknopt maar jullie bijlage twee bevat meer dan wat wettelijk verplicht is. Want jullie zitten die bedoeling er maar in te verwerken. Hebben wij gezegd: Klopt. En daarom is er sinds heel kort dus download de laatste bijlage twee, hebben we, vind ik zelf, goed gedaan. In het zwart alles wat wettelijk verplicht is. In oranje wat je extra kunt doen om het handelingsgericht samenwerken te maken. En een van de dingen die we inderdaad daaraan toegevoegd hebben wat niet hoeft, wat mag, maar niet moet, is ondersteuningsbehoefte leraar. Wat heb jij nou nodig? Ondersteuningsbehoefte digicoaches, ondersteuners ouders. Het was te veel gefocust op alleen het kind. Maar maak je de omgeving sterk, dan hebben die daar ook wat voor nodig. Dus dat is dat OPP-format. Maak het je eigen. En als ik een tip mag geven: Ik heb liever als je toe wilt naar beknopt, neem het format van het Steunpunt Passend Onderwijs. En voeg toe wat strikt noodzakelijk is voor jullie. Ik heb wel eens gezien dat men dan de bestaande formats neemt van al tien, twintig, dertig bladzijden. En daar nog mooie vragen uit bijlage twee bij gaat halen. Dat is niet de bedoeling. Want dan worden ze nog groter. “
Beeldtekst:
Vraag leraren, ouders en leerlingen gericht om feedback op OPP-format en OPP-gesprek, doe er je voordeel mee!
Laat ze dit van tevoren weten, herhaal het bij aanvang gesprek en stel de vraag aan einde gesprek.
Bijvoorbeeld:
Top: wat is goed/prettig, waarmee moeten we doorgaan en waarom?
Tip: wat kan/moet beter, waarom en hoe, suggestie?”
NOELLE: “Nou, hier hebben we het al. Vraag ze om feedback. Ik noemde het al ook hier. En soms chargeer ik om het gewoon helder te maken. Je krijgt weinig feedback als je tegen ouders, kind of betrokkenen aan tafel aan het einde zegt, het is al bijna tijd: Oh ja, nog even de feedback vertellen. Stop, een tip. Nee, in het gouden mailtje staat al. Aan het eind gaan we aan jullie vragen: Wat hebben we goed gedaan? Waarmee moeten we doorgaan? Aan het eind vragen we: Wat zullen wij in het volgende gesprek beter doen? Dus dat is de eerste keer dat ze het horen. Bij de start van het gesprek kondig je het weer aan en dan vraag je om tops en tips. En dan kan iedereen met elkaar meedenken vanuit gelijkwaardigheid, waarbij we niet op elkaars stoel gaan zitten. De leerling beslist wat hij doet met zijn doelen. De ouders beslissen wat ze thuis doen. En de school wat ze op school doen. De regie blijft bij degene die de regie heeft.”
Beeldtekst:
*fronding blok 3.
Wanneer bepalen leerling, ouders, en school echt samen de koers, en wanneer praten we vooral over of namens elkaar? Zet in de chat.
Vragen & Reflectie.
Ruime voor vragen n.a.v. blok 3.
Zet in de chat. “
NOELLE: “Nog 15 minuten zagen we. Dank Ellen.
WILLEKE: “Ja. Zijn er nog vragen naar aanleiding van dit blok? Dus zet die nog even in de chat. En dan gaan we nog even naar het laatste deel waarin we nog even willen kijken naar het stukje opbouw. En we nog een wat elementen willen toevoegen van: Hoe doe je dat nou? Ook naar aanleiding van die eerdere vragen over de doelen.”
Beeldtekst:
- Blok 4. Opbouw.
Ondersteuning inzetten om steeds meer deel te nemen. Onderwijs als een sociaal proces. Opbouw meer dan urenopbouw.
(Afbeelding van mensen die samenwerken)”
NOELLE: “Oh sorry, moet ik?”
WILLEKE: “Ja, nee, is heel goed. Nou, wat we zeiden, in dit laatste blokje ging het nog even over opbouw. Omdat we zeiden: Het is wel belangrijk bij afstandsonderwijs dat we ook kijken naar: Wat, hoe zetten we dat nou in? Wij zeggen van: Afstandsonderwijs kan prima natuurlijk tijdelijk ingezet worden. Maar daarmee blijft de vraag natuurlijk wel: Hoe zorgen we dat we in ieder geval wel weer kunnen deelnemen of deelname mogelijk maken. Nou, dat zien we ook inmiddels terug in de aangepaste beleidsregel voor maatwerk in onderwijstijd. Die er sinds januari 2026 ook ligt. Waarin je echt toewerkt naar uitbreiding van het aantal uren. Wij zeggen daarbij wel: Wij vinden die uren niet zozeer relevant. Moet het nou echt alleen maar gaan over die urennorm? Maar vooral ook wat die leerling doet, met wie die dat doet en hoe die leerling dan ook echt weer meer kan deelnemen aan het onderwijs. Terugkomen bij die bril, omdat we dat echt als sociaal proces belangrijk vinden.”
Beeldtekst:
Soms kunnen kinderen vanwege psychische of lichamelijke beperkingen tijdelijk niet of niet volledig naar school. De school kan dan een op maat gemaakt onderwijsprogramma aanbieden door af te wijken van het minimumaantal uren onderwijstijd. Het bestuur vraagt hiervoor instemming van de inspectie.
Per 1 januari veranderd de beleidsregel rond het afwijken an de onderwijstijd. De schoolmoet in een ontwikkelingsperspectief (OPP) vastleggen:
-Waarom afgeweken wordt van de onderwijstijd
- hoe het onderwijs op school vormgegeven wordt
- welke ondersteuning en begeleiding de leerling krijgt als de leerling niet op school is
- hoe de school concreet en planmatig toewerkt naar uitbreiding van het aantal uren dat de leerling onderwis op school volgt.”
WILLEKE: “Dus voor ons gaat het er vooral omdat we zeggen: Opbouw betekent dus niet zo snel mogelijk weer van weinig naar volledig onderwijs. Het moet een beredeneerde ontwikkelroute zijn. Dus wat we steeds zeggen: Een beredeneerd aanbod vanuit de gesprekken die we met elkaar ook steeds volgen. Dus steeds kijken. Waar staat die leerling nu? Wat lukt al en wat is van daaruit dan een betekenisvolle vervolgstap? En daarbij kan dus dat digitaal onderwijs onderdeel van de route zijn. Maar het betekent ook dat we zeggen: Het is niet een alternatief eindpunt voor ons. Het is echt een middel om iets te behouden. Dus niet alleen uren opbouwen. Ook deelname, relaties en vooral die zelfstandigheid. En wat is dan de stap die daarin kan bijdragen?”
Beeldtekst:
Leren en ontwikkelen doe je met anderen.
KWALIFICATIE
Kennis en vaardigheden.
SOCIALISATIE
Leren met en van anderen deel worden van praktijken en gemeenschappen.
PERSOONSVORMING
Jezelf ontwikkelen in relatie tot de wereld en anderen
School is zoveel meer dan het volgen van lessen en het maken van opdrachten. “
WILLEKE: “En waarom vinden we het dan zo belangrijk? Wij zeiden daar in ieder geval nog van, deze kennen jullie misschien van Biesta: Kwalificatie, socialisatie, persoonsvorming. Dat we in ieder geval zeiden: Ja, onderwijs is meer en school is meer dan alleen meedoen in de klas of de les volgen. Onderwijs is ook echt een sociaal proces waarin ontmoeting is met andere kinderen. En dat we daarin ook kijken: Hoe doe je dat nou? Nou, vanuit dat beeld, vanuit het sociale proces. Hoe doe je dat ook met anderen?”
Beeldtekst:
Hoe draagt digitale ondersteuning bij aan verdere deelname?
Risico’s
- Leerling Thuis
- digitale lessen
- Individuele begeleiding
- Onderwijs geregeld.
Kansen
- Verbinden met leraar/docent
- Verbinden met klasgenoten
- Deelname aan lessen
- Deelname aan (in)formele momenten
- Opbouw van zelfstandigheid
- Geloof in eigen kunnen”
WILLEKE: “Hebben wij in ieder geval een aantal dingen waarvan we zeiden: Hoe zorg je er nou ook voor? Want hier zit wel een belangrijk kantelpunt in Digitale ondersteuning kan heel erg helpen. Maar kan ook ongemerkt een soort nieuwe werkelijkheid worden. De leerling volgt dan thuis de lessen, krijgt de ondersteuning. En we kunnen denken: Nou, het is geregeld. Maar waartoe zetten we dit dan in? En helpt het ook echt om die verbinding met de leraar en de eigen klasgenoten te houden? Blijft de leerling onderdeel van de lessen, van de groep? Dus niet alleen: Werkt het aanbod? Maar wat maakt het nou mogelijk voor die volgende stap? Noëlle, had jij nog een…”
NOELLE: “Ja, een vraag tussendoor inderdaad. Dat ik die nu doe? Ja?”
WILLEKE: “Ja.”
NOELLE: “De vraag is wanneer wij als uitvoerende, ik zet mijn leesbril even op, uitvoerende onderwijsvoorziening geen zorgplicht hebben. Wat is dan verplicht in het OPP?”
WILLEKE: “Wanneer? Ik ben wat zoekend dan in”
COLLEGA: ” Wiens verantwoordelijkheid is het dat er een OPP komt?”
NOELLE: “Als er een schoolinschrijving is. “
COLLEGA: “Ja, maar als die er niet is.”
NOELLE: “Als die er niet is, dan betekent het dat er wel weer een school gevonden moet worden. Dus dan is in die zin wel belangrijk dat er een school van inschrijving is of komt.”
COLLEGA: “De school heeft vaak helemaal geen actueel beeld van de leerling.”
WILLEKE: “Nee, dat klopt, maar dat is misschien wel de allerbelangrijkste. Zorg dat je dat beeld houdt en dat het dus niet zover komt dat je zover los bent. Dus dan zou onze boodschap toch zijn: Zorg dan dat je wel die school erbij houdt. Dat je wel met elkaar kijkt: Hoe komen we op een punt van elkaar weer begrijpen en leren kennen? Dat vraagt misschien wat meer tijd, maar dat is echt belangrijk. Want anders kun je dat niet doen. Dus eigenlijk zeggen we altijd: Je kunt het lijntje niet doorknippen tussen school de leerlingen en de ouders. Dus houd altijd het lijntje en die verbinding want die heb je nodig om het plan te kunnen maken. En zonder school kun je ook geen OPP maken. Dus je blijft dat echt samen doen. En daar zitten dus inderdaad ook de risico’s. Wat we hier ook al een beetje hadden gezegd: Dan kom je zo ver op afstand en dan lijkt het alsof het onderwijs geregeld is. Maar missen we wel de verbinding met de leerling en de docent. En missen we wel de verbinding met klasgenoten Of ook die deelname aan informele momenten. Het is meer dan alleen school. Juist ook als je weer een beetje wilt opbouwen. Of toe wilt werken naar volgende stappen, dan wordt het zo’n grote stap. Als je dit lijntje met de leerkracht, de school en ook met je klas al helemaal kwijt bent. Dus daar hadden we dit modelletje ook een beetje bij gemaakt.”
Beeldtekst:
Waar, wat en met wie?
(TABEL:
Eerste rij, kolom 1-3:
- Waar?
- Formeel ontwikkelen en leren: activiteiten en met wie.
- Informeer ontwikkelen en leren: activiteiten en met wie.
Eerste kolom, rij 2-4:
- In school, in de klas.
- In school, in apart lokaal.
- Buiten de school.
Tweede kolom, rij 2-4:
- Activiteiten + met wie?
- Activiteiten + met wie?
- Activiteiten + met wie?
Derde kolom, rij 2-4:
- ontmoeten, contact, erbij horen + met wie?
- ontmoeten, pauze, contact + met wie?
- ontmoeten, relaties, verbinden + met wie?)
Ontmoeting
Als een leerling digitaal onderwijs volgt: wat blijft er dan behouden van zowel formele als informele leren met anderen?
Hoe werken we in het OPP naar behoud en uitbouw van formeel leren?
WILLEKE: “Wij denken namelijk dat leren heel vaak gaat over alleen het eerste stuk. Het formeel leren in de school. Dus onderwijs in de klas met een leraar. Zoveel kinderen in de klas. En wij zeiden van: Wij proberen hiermee vaak, zoals wij het noemen: Out of the box te kijken. En voor ons zit dat leren dus ook in het formeel leren of het informeel leren: Dus hoe een leerling het formele deel. Dat is echt het onderwijs wat met de doelen door de leerkracht gegeven wordt. Het formeel leren buiten de school. Dat is ook het deel waarvan je eigenlijk zou kunnen kijken: Hoe kunnen we dat eventueel digitaal, of op afstand of op andere manieren vormgeven? Maar let nou ook op, zeggen we dat je ook het stukje organiseert rondom informeel leren. Dus het contact met de klas, met de groep. Het meedoen aan de kerstviering Of de schoolband of de dansgroep op school na schooltijd. Er zijn zoveel andere activiteiten omheen die ook belangrijk zijn. En vergeet daarin niet de leerlingen maar heb daarbij ook aandacht voor de ouders. Want vaak is het al heel ingewikkeld om het over leerlingen te hebben. Maar hoe kunnen we ook met de ouders een lijntje houden? En ook het onderling contact tussen ouders op het moment dat het even niet lukt? Of als een leerling al wat langere tijd uit beeld is. Dus ja, probeer ook. Als je dus gaat kijken naar de doelen, kan dit schemaatje je dus ook helpen om misschien eerst vanuit de informele lijn binnen en buiten de school eens te kijken. Kunnen we daar eerst kleine doelen op maken die helpen om vervolgens ook weer de stap naar het formele leren te maken. En wij vinden dit op zich ook een interessante uitdaging als je kijkt naar de nieuwe curriculumontwikkeling. Alle scholen moeten een nieuw curriculum maken. Onderwijscurriculum. En wij zeggen wel eens: Hoe mooi zou het zijn als scholen in het nadenken over curriculum dat formeel en informeel leren, zowel binnen en buiten de school ook veel meer een plek geeft in het nadenken over hoe je je onderwijs vormgeeft. Op het moment dat er dan een leerling daar iets van nodig heeft dat je daar niet op dat moment pas over na gaat denken. Maar dat je al veel meer nadenkt hoe we dat nou kunnen organiseren.”
Beeldtekst:
Opbouw?
Activiteiten altijd koppelen aan uitstroomprofiel: draagt het bij aan het behalen hiervan?
Als ja? hoe realiseren we dit?
Als nee? Niet doen!
- Waartoe?
Aan welk onderwijsdoel en onderwijsdeelname draagt dit bij? - Met wie?
Hoe blijft of komt de leerling in leren en ontwikkelen met anderen? - Wat bouwen we op?
Welke volgende stap in deelname en zelfstandigheid? - Wat kan worden afgebouwd?
Hoe worden leerling en context minder afhankelijk van extra ondersteuning?”
WILLEKE: “Nou, en als je dan kijkt naar die doelen. Formeel en informeel, ook als het wat meer op afstand is, zorg dan in ieder geval dat je het koppelt aan het uitstroomprofiel. Dus wat zijn dan nu die doelen die belangrijk zijn? Die echt helpen om alvast een beetje weer naar die droom waar je naartoe wilt werken. Dus een praktisch voorbeeld van een leerling in het voortgezet onderwijs. Een leerling die al een tijdje eruit was. En die heel graag wilde werken in de scheepsbouw en graag wilde leren lassen. De hele week de hele les meedoen, dat lukte nog niet. Maar we konden wel stapjes maken met de leerling rondom het halen van een lascertificaat. En die praktijklessen meedoen. Nou, zo kun je dat ook in het basisonderwijs natuurlijk bekijken. Probeer echt voorbeelden te zoeken dat je het echt weer heel klein maakt. En dan zit je dus veel meer op het informele leren. Maar wel vanuit de praktijk en misschien op een andere plek dan school. Misschien kun je een stagebedrijf vinden of een plek waarin dat kan. Probeer daar nou vooral die samenwerking in op te zoeken, zodat je goed weet: Wat is nou die volgende stap in zelfstandigheid? Of hoe kunnen we misschien toch de overstap goed voorbereiden naar het vervolgonderwijs. Of van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. Of van voortgezet onderwijs, naar werken of naar vervolgopleiding. En echt heel belangrijk: Hoe zorg je nou ook dat we niet afhankelijk blijven van die ondersteuning? En dat is wel een spannende. We zijn vaak toch aan het kijken. Dat wanneer er eenmaal zorg of ondersteuning is ingezet, of een stukje extra begeleiding dan is dat ook vertrouwd en veilig. En denk dan nog even terug aan de pijlen van Noëlle in het model. Hoe blijven we wel ambitieus of uitdagen? Dat het niet, ondanks dat het een prachtig aanbod is de digitale school. Maar dat we niet met de inzet van de digitale school eigenlijk het vastzetten waardoor we denken dat het formele leren of het echt meedoen in een schoolse setting nooit meer haalbaar zal zijn. Dus hoe houden we dat perspectief ook nog open?”
Beeldtekst:
Schema, model (in)formeel leren met cirkels, vakjes en pijlen”
Vakje linksboven:
Vragen & onderzoeken.
- Wat wil jij dat we samen onderzoeken?
- Wanneer lukt deelnemen wel?
- War, metwie en waardoor?
- Wat is helpend en wat maakt het moeilijker?
Vakje rechtsboven:
Afspraken.
- Wat gaan we proberen of anders doen?
- Wie doet wat?
- Hoe merken we of deelname daardoor toeneemt?
Cirkel boven:
LEERLING.
Push. Wat belemmert (verdere) deelname?
Pull. Wat bevordert (verdere) deelname?
Cirkel links:
SCHOOL/ KLAS.
Andere kinderen, leraren, school.
Push. Wat belemmert (verdere) deelname?
Pull. Wat bevordert (verdere) deelname?
Cirkel midden:
DEELNAME
Formeel leren. Lessen, instructie, opdrachten, feedback, onderwijsdoelen.
Formeel + informeel leren met en van anderen.
Informeel leren. Ontmoeten, samen doen, pauze, erbij horen, oefenen in dagelijkse situaties
Cirkel rechts:
THUIS/OMGEVING.
Gezin, ouders, anderen.
Push. Wat belemmert (verdere) deelname?
Pull. Wat bevordert (verdere) deelname?
Vakje onder cirkel in midden:
DOEL
Wat willen we bereiken Wat heb je daarvoor nodig?
- Van leraren?
- Van je ouders?
- Waarmee moeten we doorgaan?
- Waarmee moeten we stoppen?
Vakje linksonder:
PUSH (trekt richting afstand, belemmert deelname).
- Gedrag als vaststaand / onveranderbaar zien.
- Problemen vooral bij de leerling school of ouders neerleggen.
- Verschillen tussen thuis en school als tegenstellingen zien.
- Negatieve ervaringen stapelen zich op.
- Onvoldoende aansluiting, weinig verbinding.
PULL (trekt richting verbinden, bevordert verdere deelname)
- Gedrag en situatie als beinvloedbaar zien
- Verschillen tussen thuis en school benutte als informatie
- Onderzoeken: wanneer lukt het wel, waar, met wie, en waardoor?
- Positieve ervaringen en relaties opbouwen.
- Onderwijscontext aanpassen, succeservaring creeren.
Vakje in het onderaan in het midden:
Verschillen tussen thuis en school zijn informatie voor de analyse en opbouw.
Onderste vakje:
OPBOUW VANN DEELNAME:
Meer deelnemen aan formeel en informeel leren, meer leren met anderen, meer zelfstandigheid, minder afhankelijk van extra ondersteuning.
WILLEKE: “Nou, we hebben hier zelf nog even een modelletje geknutseld. Noëlle en ik. Dat we zeiden: Als je dus in gesprek gaat juist ook over die kleine doelen. Dus als je zegt: Onderwijs is direct in die schoolse setting misschien niet haalbaar. Dat we dat model vanuit leerling, school en thuis ook even wat hebben gemaakt waarin je en dat formeel en het informeel leren ook in het gesprek een plek kunt geven. En ook de push- en de pullfactoren. Dus wat zijn factoren die misschien niet helpen aan weer meedoen, naar school? Bijvoorbeeld doordat we de schuld leggen bij ouders, bij de leerling of bij school. En wat zijn de factoren waarvan we weten dat die heel erg helpen bij die stap weer maken en weer naar school gaan? Dus dit was vanuit ons nog een voorzetje om te kijken hoe we nou die verschillende elementen nog weer een plek konden geven.”
NOELLE: “Deze wordt in een filmpje toegelicht. Dus daar zal ik kort over zijn, gezien de tijd. En ik wilde wel nog, op jullie site staat een mooi interview met Kimberley van Tol. Ik zal het wel niet goed uitspreken. “
Beeldtekst:
Focus op onderwijsbehoeften & zoek de overeenkomsten in de verschillen.
En versterk daarmee de basis (UDL)
Kansen: curriculumontwerp.
Maak formeel en informeel leren binnen en buiten de school onderdeel van reguliere onderwijsprogramma voor alle leerlingen.
Is hij. nou druk of ADHD, ernstige leesproblemen of dyslexie, dwars of ODD? Doet het ertoe? Eigenlijk niet, want hetzelfde nodig!
(AFBEELDING visuele uitleg van drie kaders met toeschouwers langs de zijlijn. Een met schutting en iedereen een kistje. Een met een schutting en alleen kortere personen kistje(s), en een met doorzichtig hek zodat iedereen de wedstrijd ziet).
Deze leerling heeft … nodig. Hebben meer leerlingen dit nodig? Essential for one, beneficial for all.
(Hargreaves & Fullan, 2014)”
WILLEKE: ” WeromRûte.”
WILLEKE: “WeromRûte Friesland. En zij beschrijft daarin heel mooi hoe je vanuit UDL, Universal Design for Learning. Hoe je daar, ja. Zij beschrijft dat heel mooi, concreet en compact. Er zijn heel ingewikkelde teksten over. Maar dit is heel helder. En waar je naartoe wil, is dat er altijd wel meer leerlingen zijn die hetzelfde nodig hebben. En dat biedt prachtige kansen om leerlingen samen informeel en formeel te laten leren.”
Beeldtekst:
Afronding blok. Als digitale ondersteuning morgen start: wat willen we daarmee behouden en welke volgende stap in deelname willen we opbouwen? Zet in de chat. Vragen & reflectie. Ruimte voor vragen n.a.v. blok 4. Zet in de chat.
WILLEKE: “Dit is de afronding. En er zaten nog wat slides achter. Maar die laten we erin. Voor als je nog wat meer wilt weten over hoe het staat met het OPP Die laten we er wel in, die nog komen. Maar dit is de afronding. En mochten er nog vragen zijn.”
COLLEGA: “Ja, een heel verhaal.”
WILLEKE: “Dan horen we dat graag.”
NOELLE: “Wij laten dit even toe. Wij vertrouwen het toe aan de moderatoren. Er zitten hier vier mensen in de chat te kijken.”
WILLEKE: “En ik denk dat voor het blok opbouwen het allerbelangrijkste is dat we zeggen: Hou altijd open, wat willen we ervan behouden, hoe helpt het ons? En hoe zorgen we toch dat we nog stappen kunnen maken in die deelname?”
COLLEGA: “Op de laatste vragen komen we nog even apart terug. Want er is nu geen tijd.
NOELLE: “Ja. Zijn er korte vragen bij, kort antwoord?
WILLEKE: “Nee? We hebben vooral wat grotere vragen binnengekregen. Dus wat wij in ieder geval zullen doen, is dat we alle vragen die vandaag in de chat zijn gesteld zullen verzamelen. Zodat we die ook nog mee kunnen nemen en kunnen kijken: Waar zit misschien overlap in? En we daar.”
NOELLE: “Ja, en samen met de digitale school kunnen beantwoorden.”
WILLEKE: “Samen met jullie nog antwoord op kunnen geven.”
NOELLE: “Ja
COLLEGA: “Mooi. Dan wil ik graag nog heel kort afronden. Want deze sessie is opgenomen. We gaan dit ook op de website publiceren. Op Les op afstand. Met een artikel erbij waar ook alle linkjes nog in komen te staan die door Willeke en Noëlle genoemd zijn. En wil je op de hoogte blijven van Les op afstand? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief. Cynthia heeft de link al in de chat gezet. En op 20 november aanstaande is de tweede dag van digitaal afstandsonderwijs. Iedereen is daar van harte welkom. Meld je dan ook aan via de link. En dan is er nog plek voor je. Heel fijn, Noëlle en Willeke. Dat jullie zo uitgebreid de tijd hebben genomen om het OPP hier nog eens goed toe te lichten. En ook met de focus op digitaal afstandsonderwijs voor thuiszittende leerlingen. Daar zijn we heel blij mee. Ik denk dat het voldoet aan een grote vraag. Het is ons in ieder geval nog wat helderder geworden. En ik hoop de mensen thuis ook. Mochten jullie nog grote vragen hebben, zet ze in de chat. We nemen ze mee. Dank jullie wel dat jullie erbij waren. En tot de volgende keer.”
Webinar Digital agency
In dit webinar vertelde Nadira Saab (hoogleraar Onderwijswetenschappen bij Universiteit Leiden) over digital agency in relatie tot (digitaal) afstandsonderwijs, digitale geletterdheid en het actieprogramma Digitale School. Als je begrijpt hoe systemen werken, kan je ze ook sturen. Digital agency betekent dat je zelf richting geeft aan wat je leert, maakt en deelt in een digitale wereld. Bekijk hieronder het webinar.
Webinar stappenplan digitaal afstandsonderwijs
Hoe bereid je je voor op digitaal afstandsonderwijs? In dit webinar van Kennisnet en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap lopen Ellen Ros en Vanessa Lambrecht stap voor stap door het stappenplan digitaal afstandsonderwijs. Van het beschrijven van de situatie tot het evalueren en bijstellen van de aanpak. Het webinar geeft ook context over het actieprogramma Digitale School. Kijk het webinar hier terug of ga naar het stappenplan.
Webinar Beter zicht op verzuim
Kennisnet organiseerde samen met het ministerie van OCW het webinar ‘Beter zicht op verzuim’. Mariska Roelofs en Rita Kennis van KBA Nijmegen presenteerden de uitkomsten van een onderzoek naar schoolverzuim en thuiszitten. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW en had als doel om beter zicht te krijgen op de omvang van de groep thuiszittende leerlingen, de oorzaken van verzuim en de vraag welke groepen met de huidige definitie buiten beeld blijven.
In het webinar lichtten de onderzoekers toe hoe verzuim is uitgesplitst naar verschillende typen en categorieën, en welke verschillen daarbij zichtbaar worden. Ook gingen zij in op de beperkingen van de huidige definitie van verzuim en wat volgens het onderzoek nodig is om tot een scherpere en meer passende definitie te komen. Kijk hieronder het webinar terug.
Themasessie Digitaal afstandsonderwijs in de praktijk: lesgeven
Hoe zet je je pedagogisch-didactische vaardigheden in als leraar in het digitale afstandsonderwijs? Leraren met voldoende kwaliteiten zijn van cruciaal belang voor succesvol afstandsonderwijs. Belangrijker dan digitale vaardigheden, snelle computers of wifi. Linda Sleegers van vso De Korenaer in Deurne, en Naomi Lijbaert van vso De Argo in Terneuzen, zijn leraren die dagelijks digitaal afstandsonderwijs geven. Gedragswetenschapper Marianne Braken van vso De Korenaer in Deurne, ondersteunt hierbij. In deze themasessie van Kennisnet en OCW vertellen ze hoe ze dit doen en delen ze tips en aandachtspunten.
Themasessie literatuuronderzoek ‘De toepasbaarheid van onderwijs op afstand’
Hoe ga je om met leerlingen die door hun gezondheidssituatie (tijdelijk) niet of niet volledig naar school kunnen? Digitaal afstandsonderwijs biedt voor veel leerlingen een uitkomst. Dit blijkt uit het literatuuronderzoek ‘De toepasbaarheid van onderwijs op afstand’ dat Oberon in opdracht van Kennisnet uitvoerde. Het onderzoek geeft inzicht in de inzet, randvoorwaarden en opbrengsten van digitaal afstandsonderwijs. De onderzoekers en auteurs gaven in deze themasessie van Kennisnet en OCW een presentatie over hun bevindingen.
Themasessie Digitaal afstandsonderwijs asynchroon met de klas
Kennisnet organiseerde samen met het ministerie van OCW op 12 maart 2024 een themasessie over digitaal afstandsonderwijs. Deze sessie ging over afstandsonderwijs aan jongeren die lessen asynchroon met de klas volgen. Roos Sutthoff, Manon Smit en Esther Kortus van Bits Rotterdam deelden hun ervaringen met het geven van digitaal afstandsonderwijs aan thuiszittende jongeren. Ook vertelden ze hoe ze samenwerken met IVIO@school. Kijk de sessie hieronder terug!
Themasessie Digitaal afstandsonderwijs synchroon met de klas
Kennisnet organiseerde samen met het ministerie van OCW op 7 maart 2024 een themasessie over digitaal afstandsonderwijs. Deze sessie ging over afstandsonderwijs aan kinderen en jongeren die lessen synchroon met de klas volgen. Onderwerpen die aan bod kwamen waren de inzet van ICT zoals AV1 en Klassecontact. Petra van Dam en Anita Elst vertelden over hoe zij digitaal afstandsonderwijs in de praktijk vormgeven op het Heer Bokelcollege in Rotterdam. Kijk de sessie hieronder terug!
Webinar Digitaal Onderwijs
Steunpunt Passend Onderwijs organiseerde samen met het ministerie van OCW een interactief webinar over digitaal afstandsonderwijs in de situatie dat een leerling tijdelijk niet naar school kan. Tijdens dit webinar vertelde Marjolein Andringa, coördinerend beleidsmedewerker Digitale School bij het ministerie van OCW wat er al mogelijk is en ging zij in op twee brochures van de Rijksoverheid. Peter Nooitgedagt, regio directeur en Niels Krol, adjunct-directeur vertelden over hoe zij digitaal afstandsonderwijs in de praktijk vormgeven op het Aurum College, een bovenregionale vso voor havo en vwo in Lelystad. Bekijk de webinar bij Steunpunt Passend Onderwijs