Noord-Holland bouwt aan digitale schoolvoorziening voor thuiszittende leerlingen
Hoe geef je als regio vorm aan afstandsonderwijs voor thuiszittende leerlingen? In Noord-Holland werkt een coalitie van 12 samenwerkingsverbanden aan een antwoord op die vraag. Ze ontvingen hiervoor subsidie vanuit het actieprogramma Digitale School van het ministerie van OCW. Schoolbestuur Vonk is penvoerder en startte met een digitale schoolvoorziening. Projectleider Saskia van Breukelen vertelt over pionieren, lef en leerlingen die weer opbloeien.

Via de mobiele telefoon van zijn vader luisterde hij mee met het intakegesprek van zijn ouders met Saskia van Breukelen, over afstandsonderwijs. ‘Deze jongen zat al een tijd thuis, had al anderhalf jaar lang niemand van buiten het gezin gesproken en durfde niet meer naar buiten. Hij was bang om een buurvrouw of oud-klasgenoot tegen te komen die zou vragen op welke school hij zat.’ Maar toen hij hoorde dat digitaal afstandsonderwijs een mogelijkheid was, wilde hij de dag erna wel online met Van Breukelen in gesprek: ‘Hij had veel zin om te beginnen. De ouders waren zichtbaar geëmotioneerd, omdat zij weten dat dit voor hem een hele spannende en grote stap is. Er werd eindelijk naar hem geluisterd en gevraagd wat hij nodig heeft.’
Van Breukelen stond zelf 22 jaar voor de klas en was eerder betrokken bij afstandsonderwijs op andere scholen. Ze is nu projectleider van de coalitie Noord-Holland-Noord, een samenwerkingsverband van twaalf regio’s met schoolbestuur Vonk als penvoerder. Met subsidie vanuit het actieprogramma Digitale School van het ministerie van OCW bouwen 16 coalities aan een regionale oplossing voor leerlingen die door lichamelijke of psychische redenen tijdelijk niet of niet volledig naar school kunnen en dreigen uit te verdwijnen.
Groepsgevoel behouden
‘Er gebeurt al ontzettend veel voor thuiszittende leerlingen in onze regio, maar vaak los van elkaar. We kunnen zoveel van elkaar leren en verbinden met elkaar’, vertelt Van Breukelen. Maar de diversiteit in de provincie is groot: van het stedelijke Amsterdam tot het groene Enkhuizen. ‘We willen niet één blauwdruk opleggen, maar juist ruimte laten voor lokale invulling. In Amsterdam kun je makkelijk naar een museum om de hoek, in West-Friesland zijn de natuur en het lokale bedrijfsleven de leeromgeving.’ Zo zoeken ze naar manieren om aan te sluiten bij de lokale context en om het groepsgevoel van leerlingen te behouden.
De samenwerking tussen besturen, samenwerkingsverbanden en scholen bleek soms best een uitdaging, vertelt Van Breukelen: ‘Er zijn culturele verschillen en andere opvattingen over wat werkt. Sommige regio’s staan erg open voor vernieuwing, terwijl andere eerst vragen stellen over het waarom.’ De beginfase was deels daarom ook niet zonder hobbels: verwachtingen en verantwoordelijkheden waren niet direct helder. Inmiddels is de stuurgroep omgevormd tot een kopgroep die als critical friend meedenkt, en de samenwerking met Noord-Holland-Zuid is intensiever geworden. ‘Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: het beste voor deze leerlingen. Dat vertrouwen is er als goede basis.’
De instroom van leerlingen verliep langzamer dan gehoopt. Samenwerkingsverbanden waren voorzichtig: welke leerling breng je als eerste naar voren? ‘Dat zit hem in lef en moed. Een kantelpunt was het besluit om vaste gereserveerde plekken per regio los te laten: wie het eerst komt, het eerst maalt. Daarna kwamen meer aanmeldingen op gang.’
Starten op één locatie
Vonk startte in januari 2026 met een digitale schoolvoorziening met als uitvalsbasis Hoorn. ‘We werken met coaches die met veel toewijding maatwerk bieden aan thuiszittende leerlingen. We starten bewust met één locatie, zodat we goed kunnen leren wat werkt. Vanuit die ervaring willen we straks ook op andere plekken in de regio teams opzetten.’ Ze werken vanaf het begin gericht toe naar terugkeer in het reguliere systeem, mits dat haalbaar is voor de leerling. Dat doen ze in nauwe samenwerking met de school van herkomst, het samenwerkingsverband en de ouders of verzorgers.
Bij het opzetten van de digitale schoolvoorziening komt veel kijken: van visievorming en locatiekeuze tot personeelswerving en de koppeling met jeugdzorg. ‘Wat kunnen we bijvoorbeeld redelijkerwijs vragen van een coach, die zowel onderwijskundig als zorgsensitief moet zijn?’ De coaches moeten dan ook meer zijn dan alleen vakdocenten. ‘Je bent ook een vertrouwenspersoon. Veel leerlingen hebben het vertrouwen in de zorg of het onderwijs verloren. Dan ben jij hun rots in de branding. Maar je moet ook weten waar je grenzen liggen, want sommige problematiek is complex of raakt je diep.’
De coaches werden daarom niet alleen geselecteerd op diploma, maar ook op houding en karakter: creativiteit, durf en veerkracht. In de praktijk moeten coaches namelijk altijd zoeken naar wat een leerling weer in beweging brengt. Van Breukelen: ‘Zo was er bijvoorbeeld een jongen van tien, die moeilijk contact maakte en online snel afhaakte als het hem niet interesseerde. Hij bleek dol te zijn op techniek en gamen. De coach bedacht een apparaatje waarmee hij spelenderwijs kon programmeren en dat werd het middel om hem aangehaakt te houden en aan te sluiten op zijn leefwereld.’
Ontwerpen met en voor leerlingen
Het projectteam van Vonk werkt intensief aan de digitale schoolvoorziening en leert daarbij in de praktijk wat werkt. Ze houden rekening met inschrijvingen, dagindeling, begeleiding en leerdoelen. Het is daarnaast volgens Van Breukelen belangrijk dat leerlingen het gevoel hebben dat ze onderdeel zijn van een school of groep, en dat ze klasgenootjes hebben. Daarom starten de leerlingen elke dag gezamenlijk online, altijd gekoppeld aan een thema of schoolvak, en sluiten ze samen af.
De begeleiding is gericht op kleine stappen, op tempo en niveau dat past bij de leerling. Veel van hen zijn hoogbegaafd, hebben een schooltrauma of zijn prikkelgevoelig. Ze passen vaak niet binnen het reguliere systeem, maar willen wel leren. Soms vraagt dat ook om out-of-the-box kijken naar wat een leerling uiteindelijk wil bereiken. Van Breukelen denkt aan een meisje dat al een jaar thuiszat en nu twee dagen per week stage loopt, op weg naar het mbo. Haar moeder kan daardoor ook weer aan het werk. Zo heeft het project volgens Van Breukelen grote impact op het gehele gezin rond een thuiszittende leerling.
Loopbaanoriëntatie is ook een vast onderdeel van het aanbod voor leerlingen van veertien jaar en ouder. ‘Ze moeten ooit keuzes maken: waarop baseer je die? Dat is ook iets wat je moet leren.’ In de praktijk gaan coaches met leerlingen op pad: naar een school voor een vliegtuigopleiding, naar de militaire academie in Breda, of naar de dierenambulance. ‘Op een gewone school is daar vaak geen tijd voor.’
Een digitale snelweg voor kennisdeling
Van Breukelen hoopt dat de coalitie straks niet alleen zelf leert, maar ook anderen op weg helpt. ‘Ik zou het geweldig vinden als we een digitaal platform kunnen maken waar professionals en ouders informatie kunnen vinden, inspiratie kunnen halen, en vragen kunnen stellen. Bijvoorbeeld: hoe werkt jullie intakeformulier? Of: welke leerroutes werken bij leerlingen die niet in het reguliere curriculum passen?’ Samen met andere coalities en Kennisnet werkt Vonk ook aan een maatschappelijke businesscase om dat breder zichtbaar te maken.
De samenwerking binnen de coalitie inspireert haar. ‘Er is heel wat nodig om dit aan te gaan. Maar als we samen blijven reflecteren en kennis delen, kunnen we de komende jaren iets moois neerzetten, zodat thuiszittende leerlingen weer mee kunnen doen. Alle kinderen worden leergierig geboren, maar door omstandigheden kan die knop op pauze staan. Met de Digitale School willen we die knop weer op play krijgen.’
Op de hoogte blijven van nieuwe interviews en updates over digitaal afstandsonderwijs? Meld je aan voor de nieuwsbrief van Les op afstand.