Coalities zetten stappen met digitaal afstandsonderwijs
Zestien coalities bouwen in hun eigen regio aan digitaal afstandsonderwijs voor thuiszittende leerlingen. In het voorjaar van 2025 keurde het ministerie van OCW hun plannen van aanpak binnen het actieprogramma Digitale School goed. Hoe staat het er nu voor? We vroegen ze naar de stand van zaken. Het beeld: bijna alle coalities bieden inmiddels een vorm van digitaal afstandsonderwijs aan, en steeds meer leerlingen die niet naar school kunnen, volgen les op afstand.
Wat werkt in de praktijk?
De aanpakken verschillen sterk per regio, maar een paar dingen komen steeds terug:
- Maatwerk staat centraal. Elke leerling volgt een eigen route, afgestemd op wat op dat moment haalbaar is.
- De vaste coach of mentor speelt een sleutelrol bij het opbouwen van vertrouwen.
- Hybride vormen, waarbij een leerling deels digitaal en deels fysiek onderwijs volgt, helpen bij het dagritme en de sociale binding.
- Coalities zoeken elkaar op. Ze delen kennis, wisselen ervaringen uit en bouwen aan regionale netwerken en expertisecentra, zodat digitaal afstandsonderwijs ook na de subsidie kan blijven bestaan.
- Steeds meer coalities zetten technische hulpmiddelen in zodat leerlingen vanuit huis de les in de klas kunnen volgen.
Een paar voorbeelden laten zien hoe verschillend het maatwerk eruitziet. In Limburg is een online leeromgeving gebouwd met drie onderdelen: een Leerlab om kennis op te doen, een Babbellab voor contact met klasgenoten en de leraar, en een Spiegellab voor reflectie en persoonlijke groei. Friesland werkt aan een Werom-route met tien geselecteerde pilotscholen en op elke school een eigen coach die enkele leerlingen persoonlijk begeleidt. En in Overijssel-Oost ontwikkelden studenten van Saxion Hogeschool een online game waarmee leerlingen weer in beeld of contact komen met begeleiding. Die game wordt in 2026 op vijf locaties getest.
De eerste opbrengsten
Sommige coalities zijn voorlopers en al langer bezig, andere coalities zitten nog in de opstart- of onderzoekende fase. Bij de koplopers zijn de eerste resultaten zichtbaar: leerlingen ervaren weer sociale verbinding, bouwen een dagritme op en krijgen perspectief op terugkeer naar school. In Zeeland is dat perspectief al concreet: leerlingen stromen daar terug naar onderwijs op locatie. Bij een aantal voorlopers ligt het bereik zelfs hoger dan vooraf gedacht.
Wat er nog te doen is
Tegelijk laat de uitvraag zien dat er nog veel werk ligt. De instroom van leerlingen verloopt soms trager dan gepland: veel coalities bereiken nog niet het aantal leerlingen dat ze voor ogen hadden. Ook de toeleiding van leerlingen vanuit de samenwerkingsverbanden komt nog niet overal goed op gang.
De grootste vraag voor de langere termijn is hoe de coalities het digitale afstandsonderwijs ook na afloop van de subsidie kunnen blijven bekostigen en organiseren. Om daaraan te werken, zetten veel coalities in op kennisdeling en willen ze hun leraren en coaches verder opleiden. Verschillende coalities bouwen daarom aan een regionaal expertisepunt, waar andere scholen in de regio terechtkunnen met vragen over het opzetten van digitaal afstandsonderwijs. Zo richt coalitie Groningen een Centraal Kenniscentrum in, Zuid-Holland Noord een coalitiebreed Expertisepunt Digitaal Onderwijs, en Flevoland en Overijssel-West werken samen aan een lerend netwerk. De komende tijd werken de coalities aan uitbreiding hiervan.
Meer weten? Bekijk het praktijkonderzoek en de tussentijdse rapportages.