Zwitsers onderzoek: praktische inzichten voor afstandsonderwijs
Wat maakt afstandsonderwijs echt goed? Het recente Zwitserse onderzoek ‘Räumlich getrennter Unterricht’ (Unger, V., & Brauchle, J., 2026) geeft daar praktische antwoorden op, gebaseerd op de lessen uit de coronaperiode. De inzichten sluiten aan bij de vraagstukken rond afstandsonderwijs in de Nederlandse context. Hieronder vind je de belangrijkste conclusies.
Afstandsonderwijs is geen gewone school via Teams
Een regulier rooster zet je niet zomaar één-op-één online. Onderwijs op afstand heeft een eigen structuur en een eigen rooster nodig, met voorspelbaarheid en goede afstemming tussen leraren. Digitaal onderwijs is dan ook een eigen pedagogisch-didactisch ontwerp, geen andere plek waar dezelfde les wordt gegeven.
Niet alles hoeft achter een beeldscherm
Digitale middelen zijn nodig, maar te veel schermtijd beïnvloedt zowel de concentratie als het welzijn negatief. Gebruik digitale middelen dus doelgericht. Leerlingen kunnen die digitale werkwijzen al leren tijdens regulier onderwijs, zodat ze er niet pas mee starten zodra afstandsonderwijs nodig is. Het gaat daarbij om meer dan de keuze voor een platform:
- Weten waarvoor je welk digitaal middel gebruikt.
- Leerlingen ermee leren werken.
- Rekening houden met hun beschikbare apparatuur en digitale mogelijkheden.
- Online en offline activiteiten afwisselen.
School is meer dan kennisoverdracht
School draait niet alleen om leren en leerresultaten. Welbevinden, contact met leeftijdgenoten en leraren, en socialisatie horen er ook bij. Ook bij afstandsonderwijs is het dus nodig om na te denken over:
- Hoe je informele contactmomenten organiseert.
- Hoe je leerlingen laat samenwerken.
- Waar er ruimte is voor gesprekken die niet over de leerstof gaan.
- Hoe je met leerlingen praat over hoe het met hen gaat.
De vraag is dan niet meer alleen hoe je de lessen online krijgt, maar ook: hoe blijft een leerling op afstand onderdeel van de school?
Kwetsbare leerlingen vragen extra aandacht
Sociaaleconomische omstandigheden, de thuissituatie en andere persoonlijke uitdagingen bepalen mede of afstandsonderwijs aanslaat. Zorg er daarom voor dat je op de hoogte bent van die omstandigheden en neem barrières actief weg. Afstandsonderwijs kan bijvoorbeeld het risico op kindermishandeling vergroten en signalering nog lastiger maken. Ook op afstand moet duidelijk zijn hoe signalen worden gezien, geïnterpreteerd en opgepakt. Daarbij spelen ook ouderbetrokkenheid, beschikbare leerplekken en materialen, en taal- en culturele barrières een rol. Een laptop is nog geen garantie voor toegang tot onderwijs.
Andere opdrachten, meer zelfstandigheid en meer afwisseling
Afstandsonderwijs kent eigen logica en eigen regels: werkbladen en gewone lessen simpelweg online zetten werkt didactisch niet. Het is beter om een combinatie te maken van handelingsgerichte opdrachten en projecten met videomomenten, zelfstandig werken en samenwerken. Laat leerlingen af en toe letterlijk van hun werkplek opstaan en bewegen. Neem hierbij ook passende sociale en oefenvormen mee in de leerpakketten of dossiers.
Zelfregulatie is belangrijk
Let op het werk- en leergedrag van leerlingen. Leerlingen die moeite hebben zelfstandig te werken, gaan sneller uitstellen, met gevolgen voor zowel leerresultaten als welbevinden. Zelfregulatie is daarom een vaardigheid die al in het gewone onderwijs aandacht verdient, samen met transparante feedback en ruimte voor zelfreflectie.
Minder is soms beter
Het document bevat ook reflectievragen over of leerstof tijdens afstandsonderwijs bewust beperkt kan worden, met meer focus op de kern, zodat het welzijn van leerlingen niet ondersneeuwt. Dit zijn reflectie- en ontwerpvragen – de gedachte erachter: het volledige reguliere onderwijsprogramma hoeft niet koste wat kost overeind te blijven wanneer de omstandigheden fundamenteel anders zijn.
Wat dit betekent voor afstandsonderwijs in Nederland?
De inzichten uit het onderzoek leveren een bruikbare reeks ontwerpprincipes op voor goed digitaal en afstandsonderwijs: nabijheid, structuur, passende didactiek, autonomie, inclusie, welzijn en monitoring. Drie punten zijn daarbij leidend:
- Ontwerp afstandsonderwijs als een eigen onderwijsvorm, niet als een online versie van school.
- Bouw vaardigheden zoals zelfstandigheid, digitale routines, feedback, samenwerken en zelfregulatie al op in het reguliere onderwijs.
- Houd de pedagogische functie van school overeind: contact, erbij horen, gezien worden en welzijn horen bij het onderwijs.
Over het onderzoek
Bron: Pädagogische Hochschule St. Gallen, gepubliceerd juli 2026, onderdeel van het Zwitserse onderzoeksprogramma NFP80 (Leren van de gevolgen van de covid-19-pandemie), gefinancierd door de Swiss National Science Foundation.
Het document is een praktijkgerichte vertaling van onderzoek naar goed afstandsonderwijs. De aanbevelingen zijn in meerdere stappen ontwikkeld en getoetst met mensen uit onderzoek en onderwijspraktijk. De ondertitel vat de kernboodschap samen: ‘Nähe schaffen. Struktur geben. Wohlbefinden stärken.’ Oftewel: zorg voor nabijheid, geef structuur en versterk het welzijn.
Meer weten? Ga naar proforis.phsg.ch.