Veelgestelde vragen basisonderwijs
voor PO | bijgewerkt op 23 juni 2021
- Op de pagina Protocollen en checklists vind je de protocollen voor het basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs.
- Deze Q&A geldt voor de situatie dat de scholen geopend zijn.
- Meer weten over ventilatie? Kijk voor informatie en de handreiking ‘Optimaal ventileren op scholen’ bij Ventilatie.
- Vragen en antwoorden zijn gerangschikt op de onderwerpen zoals genoemd in de protocollen.
- Staat je vraag er niet tussen? Stel je eigen vraag.
- Heb je een vraag over arbo? Kijk ook eens bij de Arbocatalogus PO.
- In de zogenoemde beslisbomen van de AJN Jeugdartsen Nederland en BOinK vind je richtlijnen voor het wel of niet toelaten van neusverkouden kinderen op de kinderopvang en school.
- In de handreikingen bij besmetting, bron- en contactonderzoek en gegevensdeling vind je richtlijnen hoe te handelen bij een vastgestelde coronabesmetting van een leerling of leerkracht.
- Het ministerie van OCW heeft in samenspraak met de PO-Raad en VO-raad posters voor scholen en ouders ontwikkeld waarin alle voorzorgsmaatregelen uitgelegd staan.
- I Algemeen
- II Aanwezigheid van leerlingen op school en lesaanbod
- III In en rondom schoolgebouw
- IV Gezondheid
- V Privacy
- VI Capaciteit
- VII Overig
- 1.
Wat is de status van de protocollen?
De protocollen zijn opgesteld door PO-Raad, AOb, CNV Onderwijs, FvOv, en AVS. Het protocol basisonderwijs en so/sbo in afstemming met Ouders en Onderwijs, Sectorraad GO, BOinK, BMK, BK, VNG, VO-raad, Siméa en Vivis. Het protocol vso in afstemming met VNG, VO-raad, Siméa, Vivis, LBVSO, Sectorraad Praktijkonderwijs en de Sectorraad GO. Daarnaast zijn ze gebaseerd op nadere adviezen van de betreffende autoriteiten en collegiaal getoetst door het RIVM.
De protocollen dienen nadrukkelijk als handreiking voor de sector. De kabinetsbesluiten zijn leidend, met inachtneming van de RIVM-voorschriften. Scholen en werknemers zijn niet gehouden aan het onmogelijke.
- 2.
Tot wanneer gelden de protocollen?
Zolang de huidige corona-maatregelen gelden en tot nadere besluitvorming en communicatie van het kabinet en het RIVM.
- 3.
Is er een protocol over een (onverhoopte) uitbraak?
De PO-Raad heeft een handreiking voor scholen ontwikkeld m.b.t. hoe te handelen bij een bevestigde besmetting. Van scholen wordt verwacht dat ze zelf een stappenplan opstellen, in afstemming met de GGD.
- 4.
Is er een sectorbrede richtlijn over schoonmaak in de schoolgebouwen?
Er is geen sectorbrede richtlijn, protocol o.i.d. voor schoonmaak in de schoolgebouwen. Er bestaat ook geen kwaliteitskeurmerk voor de schoonmaak in schoolgebouwen. Het RIVM geeft hygiënerichtlijnen voor basisscholen.
- 5.
Hoe kunnen we de schoonmaak organiseren?
We adviseren om leermiddelen, speelmaterialen, devices etc. bij gebruik door meerdere leerlingen met regelmaat schoon te maken. We adviseren tevens de schoonmaak van het schoolgebouw dagelijks te laten plaatsvinden. De nadruk ligt op contactpunten en de toiletbediening en dat de prullenbakken dagelijks worden geleegd. Overleg met uw schoonmakers of schoonmaakbedrijf hoe dit georganiseerd kan worden.
Ontsmetten van oppervlakken met desinfecterende middelen heeft geen toegevoegde waarde ten opzichte van reinigen met water en zeep. Wij wijzen op het gezondheidsrisico bij aanwezigheid van deze middelen in klaslokalen met kinderen.
- 6.
Mag een school om een bewijs van een negatieve coronatest vragen?
Nee, dit mag niet. Dit zijn bijzondere (medische) persoonsgegevens. Zie verder hoofdstuk V Privacy. OCW heeft een handreiking gegevensdeling opgesteld die hier nader op in gaat.
- 7.
Hoeveel kinderen mogen er maximaal in een lokaal?
Er geldt geen absoluut maximumaantal leerlingen per lokaal of school. De 1,5 meter afstand tussen volwassenen en – in het vo – tussen leerlingen en volwassenen geldt wel nog steeds, dus de grootte van de ruimte bepaalt hoeveel personen bij elkaar kunnen komen.
- 8.
Welke regels gelden in het po en s(b)o als leerlingen 12 jaar of ouder zijn?
Bij de regels rondom COVID-19 gaat het erom of een leerling op de basisschool zit. Indien dat het geval is, gelden de op de basisschool van toepassing zijnde richtlijnen en regels die zijn vastgelegd in het servicedocument po, het sectorprotocol en de onderliggende richtlijnen van het RIVM, het zogeheten generiek kader.
- 9.
Hoe handhaven de leerplichtambtenaren tijdens de coronacrisis?
Ongeoorloofd verzuim moet op de reguliere manier worden gemeld voor leer- en kwalificatieplichtige jongeren. Verzuimmeldingen worden gebaseerd op het al dan niet deelnemen aan het verplichte onderwijsprogramma op school, of aan het als alternatief aangeboden afstandsonderwijs. Voor verzuim in het geval van ziekte of quarantaine geldt dit uiteraard niet.
Na een verzuimmelding door de school kan volledig en regulier gehandhaafd worden door leerplicht. De leerplichtambtenaar werkt volgens de methodische aanpak schoolverzuim. Dit betekent dat hij een onderzoek instelt en aan de hand daarvan bepaalt welke route wordt ingezet.
Er geldt een specifieke uitzondering voor de situatie dat een leerling, vanwege het dringende thuisquarantaine advies, direct na terugkomst van vakantie niet naar school komt. Het belang van de volksgezondheid is hierbij doorslaggevend. In deze situatie adviseren we scholen om zoveel als mogelijk met ouders en leerling(en) te overleggen over de mogelijkheden tot afstandsonderwijs.
Wanneer een leerling op medische indicatie vanwege risico op coronabesmetting niet fysiek naar school kan komen (en dus in quarantaine is), en de school biedt als alternatief een afstandsonderwijsprogramma, wordt de leerling geacht dat programma daadwerkelijk te volgen. Voor adviezen over hoe hiermee om te gaan, download Het Handelingskader Thuisblijvers Corona.
- 10.
Wanneer is er sprake van ongeoorloofd verzuim?
Het uitgangspunt is dat alle leerlingen fysiek onderwijs volgen op school. Er is sprake van ongeoorloofd verzuim als de leerling niet deelneemt aan het onderwijsprogramma op school, of aan het als alternatief aangeboden afstandsonderwijs, zonder geldige reden. De school hoeft geen verzuimmelding te doen voor leerlingen die, vanwege het dringende thuisquarantaine advies, niet naar school kunnen. Het belang van de volksgezondheid is hierbij doorslaggevend.
Als ouders of leerlingen angst ervaren om naar school te gaan, is het belangrijk dat scholen, ouders en leerlingen in gesprek gaan om samen te kijken naar de mogelijkheden die er zijn om onderwijs te volgen. Leerplicht kan betrokken worden. Een tijdelijk alternatief onderwijsaanbod kan een mogelijkheid zijn om te zorgen dat leerlingen zo min mogelijk achterstanden oplopen. Dit is echter geen verplichting.
Voor het onderwijsprogramma dat op school plaatsvindt heeft de school de verplichting om ongeoorloofd verzuim te melden bij DUO. Het is daarbij belangrijk dat de school in gesprek gaat met de ouders, om hen ertoe te bewegen de leerling weer naar school te laten komen. De leerplichtambtenaar kan hierbij helpen. Meer informatie over het melden van verzuim is te vinden op de website van DUO.
- 11.
Is er nu een verplicht continurooster? Moet de school zorgen voor aansluiting van schooltijden op de buitenschoolse opvang?
Het uitgangspunt is dat scholen bij volledige opening hun normale schoolrooster aanhouden. Hierbij houden zij rekening met eventuele noodzakelijke gespreide breng- en haaltijden om voor voldoende afstand tussen volwassenen te zorgen. De buitenschoolse opvang (BSO) is open, zoals in het contract van ouders staat. Als een school de vaste schooltijden wil aanpassen, gelden de normale procedures, zoals afstemming met de medezeggenschapsraad van school. Ook heeft de school de verantwoordelijkheid voor een goede aansluiting van de kinderopvang op de schooltijden. Daarom zal school met de BSO’s afspraken moeten maken. Als een BSO mogelijkheden heeft het aanbod te verruimen met aangepaste openingstijden, zal de BSO dit ook eerst moeten afstemmen met de Oudercommissie van de BSO. Extra opvanguren worden in rekening gebracht bij de ouders. Ouders moeten wel instemmen met een contractuitbreiding en een wijzing doorgeven bij de Belastingdienst voor de kinderopvangtoeslag.
- 12.
Hoe mogen groepsactiviteiten zoals schoolkampen, excursies en musicals georganiseerd worden?
De beperking van contacten op school is per 26 juni 2021 opgeheven. Daardoor is het weer mogelijk om musicals en diploma-uitreikingen te houden in de school en om schoolkampen en excursies te houden. Ook de beperkingen rondom sportdagen zijn opgeheven. Hierbij is het wel belangrijk dat er nog steeds oog is voor de veiligheid van alle deelnemers en dat het zo wordt georganiseerd dat de basisregels voor gezondheid en hygiëne in acht genomen worden. Alle volwassenen moeten 1,5 meter afstand van elkaar houden.
Zie voor meer informatie de Q&A van OCW en de website van de Rijksoverheid over publiek toegankelijke locaties. Hier lees meer over hoe je bijeenkomsten veilig kunt organiseren.
- 13.
Zijn bijeenkomsten in het kader van feesten en evenementen toegestaan op school?
Scholen zorgen ervoor dat op school alleen onderwijs, (onderwijsondersteunende) zorg en opvang van leerlingen plaatsvindt.
- 14.
Hoe zit het met muziek- en zanglessen op school?
Voor muziekonderwijs geldt specifiek: zang en gebruik van blaasinstrumenten voor leerlingen in het primair onderwijs is toegestaan. Dit gaat dus over muziek- en zangles binnen het normale onderwijsaanbod in het primair onderwijs.
- 15.
Hoe gaan we om met het traktatiebeleid / uitdelen van lekkernijen?
Het staat scholen en besturen vrij om te beslissen hoe om te gaan met traktaties. Vanuit de corona-richtlijnen zijn daar geen beperkingen op. We adviseren om alleen voorverpakte traktaties toe te staan.
- 16.
Hoe kunnen zwemlessen onder schooltijd georganiseerd worden?
Sinds 16 maart 2021 zijn de zwemlessen tot en met diploma C weer begonnen. Schoolzwemmen en zng. ‘natte gymlessen’ zijn toegestaan. Hierbij geldt:
- kleedkamers en toiletten zijn open voor de kinderen met zwemles.
- ouders en begeleiders wachten buiten.
Hulp bij het aan- en uitkleden van jonge kinderen door ouders/verzorgers/vrijwilligers is niet toegestaan. Als dit de organisatie van het zwemmen bemoeilijkt, is het advies de zwemles voor de jonge kinderen niet door te laten gaan.
- 17.
Mag er bewegingsonderwijs plaatsvinden met hele klassen in de gymzaal of moet dit buiten?
Gymlessen gaan door en worden bij voorkeur buiten gegeven. Voor meer info, zie het protocol van de KVLO.
- 18.
Mogen leerlingen de kleedkamers en douches gebruiken van de schoolgymzaal?
Dit is toegestaan.
- 19.
Hoe wordt het leerlingenvervoer georganiseerd?
In het leerlingenvervoer hoeven leerlingen van het so/sbo geen mondneusmasker te dragen. Dit mag wel. De chauffeur draagt een chirurgisch mondneusmasker die hij/zij van de werkgever ontvangt.
In het vso dragen leerlingen zoveel mogelijk een mondneusmasker in het leerlingenvervoer. Verder wordt verwezen naar de protocollen leerlingenvervoer.
- 20.
Wat kunnen scholen doen om voor goede ventilatie te zorgen?
Zie de veelgestelde vragen over ventilatie en de handreiking Optimaal ventileren op scholen.
- 21.
Zijn fysieke teamvergaderingen mogelijk?
Activiteiten zoals teamvergaderingen, studiedagen, vieringen of ouderavonden mogen weer op school plaatsvinden, maar houd er rekening mee dat de 1,5 meter afstand tussen volwassenen en – in het vo – tussen leerlingen en volwassenen nog steeds geldt, en dat de grootte van de ruimte bepaalt hoeveel personen bij elkaar kunnen komen. Dit kan bijvoorbeeld lastig zijn als ouders/verzorgers aan het begin van de dag op hetzelfde tijdstip de school in zouden komen om hun kind naar de klas te brengen. Als de ruimte het niet toelaat dat volwassenen 1,5 meter afstand van elkaar houden, dan kan een school ervoor kiezen dat ouders/verzorgers op dat moment niet (gelijktijdig) de school in mogen komen, of kunnen looproutes worden gehanteerd. Voor oudergesprekken over een individuele leerling zou het houden van 1,5 meter afstand meestal geen probleem hoeven te zijn.
- 22.
Hoe kunnen we als school omgaan met personeelsleden die tot de risicogroep behoren of een huisgenoot hebben die behoort tot de risicogroep en om die reden niet naar school willen komen?
In het protocol staat als richtlijn:
- Personeelsleden die in een risicogroep vallen, kunnen worden vrijgesteld van werk op school (keuze werknemer in overleg met de arbo-/ bedrijfsarts of behandelend arts en werkgever).
- Personeelsleden met gezinsleden die in een risicogroep vallen, kunnen worden vrijgesteld van werk op school (keuze werknemer in overleg met de werkgever). In gesprek tussen werkgever en werknemer wordt gekeken naar een andere invulling van de werkzaamheden.
Het RIVM heeft uitgangs- en aandachtspunten opgesteld rondom de inzet van kwetsbare werknemers.
Het uitgangspunt hierbij is dat zo lang er consequent en volgens de bestaande richtlijnen/procedures van de organisatie wordt gewerkt (naast de richtlijnen van het RIVM en eventueel de GGD) en oncontroleerbare situaties worden vermeden, ook een kwetsbare werknemer in principe zijn eigen werk kan blijven doen. De inhoud van het werk en de individuele gezondheidsfactoren en werkomstandigheden vormen altijd het vertrekpunt.
Tevens is het advies van het RIVM over risicogroepen hierbij relevant.
Als gevolg van deze aangepaste adviezen en uitgangspunten van het RIVM kan – in overleg tussen werkgever en werknemer – sneller worden beslist dat een werknemer uit de risicogroep of met een huisgenoot in de risicogroep zijn/haar werk fysiek op school verricht.
- 23.
Als werkgever mag je geen gezondheidsvragen stellen. Werknemers kunnen we hiervoor naar de arbo-/bedrijfsarts laten gaan. Maar hoe kunnen we vaststellen of een gezinslid van een werknemer daadwerkelijk in de risicogroep valt?
Wij gaan ervan uit dat uit de gesprekken tussen schoolleiding en werknemer duidelijk wordt wie wel of niet in een risicogroep valt. Meer informatie is te vinden op de website van het RIVM.
- 24.
Bestaat de verplichting om het salaris door te betalen als iemand zelf beslist om thuis te blijven als een gezinslid in de risicogroep zit?
Uitgangspunt is dat in goed overleg tussen werkgever, werknemer en arbo-/bedrijfsarts en/of behandelend arts wordt bepaald of een werknemer zijn werk veilig op school kan verrichten. Als dat niet zo is, werkt de werknemer vanuit huis. Dan bestaat recht op loon. Als wordt vastgesteld dat er geen redenen zijn om vanuit huis te werken, dient een werknemer zijn werk fysiek op school te verrichten. Als hij/zij dat niet doet, zou dat mogelijk een aanleiding kunnen zijn om het loon niet (langer) uit te betalen. In alle gevallen is echter vooral van belang dat goed overleg plaatsvindt.
Bij dat overleg kunnen de uitgangs- en aandachtspunten van het RIVM behulpzaam zijn.
- 25.
Wat moet je als werkgever doen als personeel niet naar school durft te komen?
In principe wordt verwacht dat personeelsleden weer aan het werk gaan. Toch zal er rekening gehouden moeten worden met het gevoel wat deze situatie heeft voortgebracht. Het gesprek tussen werkgever en werknemer zal gevoerd moeten worden over een andere invulling van de werkzaamheden en/of aanvullende veiligheidsmaatregelen. Lukt het niet om tot afspraken te komen, dan kunnen de PO-Raad en de vakbonden ingeschakeld worden voor bemiddeling en advies.
Als er voor een personeelslid geen goede (gezondheids-)redenen zijn om zijn werk niet op school te komen verrichten, kun je in overleg kijken of het personeelslid vanuit huis kan werken. Maar is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat er dan te weinig capaciteit is voor het geven van fysiek onderwijs, dan is het verstandig uit te leggen waarom het noodzakelijk is dat het personeelslid zijn werk op school dient te verrichten.
- 26.
Welke richtlijnen zijn er voor zwangere werknemers?
Zie RIVM-richtlijn (zwangerschap en werk). Ons advies is om in afstemming met de werkgever, de werknemer en arbo-/bedrijfsarts hier een zeer weloverwogen beslissing in te nemen. Vanaf 28 weken zwangerschap dient een zwangere 1,5 meter afstand te houden tot alle anderen, dus ook kinderen. Dit geldt ook wanneer de werknemer gevaccineerd is. In veel gevallen zal dat erop neerkomen dat het werk niet meer fysiek op school verricht kan worden. Werkgever en werknemer maken afspraken over het (vervangende) werk dat werknemer vanaf 28 weken zwangerschap gaat verrichten.
- 27.
Ik ben zwanger en werk in het onderwijs/op een kinderdagverblijf, kan ik nog werken?
Als het voor je werk niet lukt om 1,5 meter afstand van anderen te houden, dan moet je vanaf het derde trimester (28 weken) ander werk doen waarbij je de afstand wel kan houden. Dit geldt ook wanneer de medewerker gevaccineerd is. In het derde trimester komen de longen door de dikke buik wat meer in de verdrukking, waardoor goed doorademen lastiger wordt. Luchtweginfecties zoals COVID-19 zouden dan sneller complicaties kunnen geven. In overleg met de bedrijfsarts wordt dan vervangend werk gezocht. Dit geldt dus ook voor pedagogisch werknemers en leraren. Zie RIVM-richtlijn (zwangerschap en werk).
- 28.
Ik ben zwanger en werk in het onderwijs/op een kinderdagverblijf. Betekent afstand houden van anderen, dat ik ook afstand moet houden van kinderen?
Vanaf het derde trimester worden zwangere werknemers op school geadviseerd om ook 1,5 meter afstand te houden van kinderen. Tot 28 weken gelden de standaard maatregelen, waarbij volwassenen afstand houden van kinderen vanaf 12 jaar. Dit geldt ook wanneer de medewerker gevaccineerd is. Meer informatie over zwangerschap, werk en COVID-19 is te vinden bij het RIVM.
Het advies is om in overleg tussen de werkgever, werknemer en de bedrijfsarts te kijken naar de mogelijkheden.
- 29.
De RIVM-richtlijn zegt dat mensen werkzaam in cruciale beroepen of vitale processen met verkoudheidsklachten of bij zieke huisgenoot in overleg met de werkgever kunnen werken. Klopt dit?
Voor het onderwijs is besloten dat werknemers met corona-gerelateerde klachten en/of met een zieke huisgenoot niet naar school gaan.
- 30.
Op welke wijze verloopt het testen van personeel met klachten?
Onderwijspersoneel kan zich met voorrang laten testen. De voorrangsprocedure is bedoeld om lesuitval zoveel mogelijk te voorkomen. De schoolleider bepaalt wie er voor de voorrangsprocedure in aanmerking komt. Om de voorrangsprocedure te laten werken, mogen alleen werknemers met voorrang getest worden die ook echt nodig zijn voor de continuïteit van het primaire proces.
De sectorraden hebben de procedure gedeeld met besturen in het primair- en voortgezet onderwijs. Besturen die geen lid zijn van de raden (zowel po/s(b)o als v(s)o) kunnen met de sectorraden contact opnemen. Schoolbesturen hebben hiervoor een speciaal telefoonnummer ontvangen. Tevens is er een speciaal nummer voor werknemers die wonen in de grensstreken.
- 31.
Geldt deze voorrang bij testen ook voor schoolleiders, IB’ers en Rt’ers?
De voorrangsprocedure is bedoeld om lesuitval te voorkomen. En op die manier de continuïteit van het primaire proces zoveel als mogelijk te waarborgen. De schoolleider bepaalt wie er op basis van deze criteria in aanmerking komt voor voorrang bij het testen.
- 32.
Krijgen kwetsbare leerlingen voorrang bij het vaccineren?
Sinds begin juni 2021 kunnen ook kwetsbare jongeren tussen de 12 tot en met 17 jaar met voorrang een vaccinatie krijgen. Het gaat dan om jongeren die jaarlijks worden uitgenodigd voor de griepprik. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld jongeren met longziekten, kanker en immuundeficiënties. Ook jongeren met obesitas, jongeren met het syndroom van Down en jongeren die vanwege gezondheidsproblemen in instellingen verblijven zullen uitgenodigd worden voor coronavaccinatie. Daarnaast vindt vaccinatie van naasten plaats bij jongeren uit risicogroepen die om medische redenen zelf niet gevaccineerd kunnen worden. De huisgenoten van deze jongeren die 12 jaar of ouder zijn kunnen gevaccineerd worden om deze kwetsbare jongeren beter te beschermen. Ook gezonde jongeren van 12 tot en met 17 jaar die een huisgenoot hebben die ernstig ziek is, kunnen in bepaalde situaties gevaccineerd worden.
- 33.
Mijn kind heeft klachten, mag hij/zij naar school? En moet ik mijn kind laten testen?
Zie https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen en https://lci.rivm.nl/COVID-19-bco, voor de meest recente richtlijnen.
De Brancheorganisatie Kinderopvang en GGD GHOR Nederland ontwikkelden een voorlichtingsfilm (met ondertiteling en zonder ondertiteling) voor ouders/verzorgers van kinderen in de leeftijd 0-12 jaar over het testen van kinderen. In de film volgen we hen van aankomst tot vertrek op een testlocatie van de GGD. Hiermee kunnen ouders/verzorgers en kinderen zich voorbereiden op het testen en alvast een kijkje nemen op zo’n testlocatie om te zien hoe dat er in de praktijk aan toe gaat.
- 34.
Mogen leerlingen/personeel die negatief getest zijn maar nog wel verkoudheidsklachten hebben, naar school?
Op de site van het RIVM staat op de pagina over langdurig neusverkouden kinderen dat kinderen van 0 t/m 12 jaar die getest worden, thuis moeten blijven totdat de uitslag bekend is. Als de testuitslag negatief is, mogen kinderen naar school of kinderopvang tenzij er een quarantaine-advies geldt zoals in de volgende situaties:
- Kinderen die bij iemand in huis wonen die naast (milde) klachten die passen bij COVID-19, ook koorts heeft en/of benauwd is. Dan geldt: iedereen in het huis blijft thuis totdat die persoon een negatieve testuitslag heeft.
- Kinderen met een huisgenoot met COVID-19.
- Kinderen die een nauw contact zijn van iemand met COVID-19.
- Kinderen die terugkomen uit een hoog-risicogebied.
- 35.
Hoe worden zelftesten ingezet en voor wie zijn die bedoeld?
Onderwijspersoneel zonder klachten heeft de mogelijkheid om zich twee per week preventief te laten testen. Dat geldt ook voor het personeel van de kinderopvang als zij in het gebouw van een school zit. Een zelftest is eenvoudig af te nemen, doordat ze minder diep de neus ingaan dan de reguliere testen in de GGD-teststraat. De test geeft binnen 30 minuten een uitslag. Het gebruik van zelftesten is altijd vrijwillig. De zelftesten worden kosteloos aan scholen beschikbaar gesteld en verspreid. Let op: de zelftest is niet in alle gevallen geschikt. Bij klachten moet een zelftest bijvoorbeeld niet worden gebruikt. Voor het gebruik van zelftesten is toegankelijke informatie beschikbaar op www.zelftesteninhetonderwijs.nl.
De scholen informeren hun medewerkers over de mogelijkheid van de zelftesten. De vertrouwelijkheid van persoonsgegevens is van groot belang. De uitslag van de testen van onderwijspersoneel worden niet op persoonsniveau geregistreerd door scholen. De GGD is verantwoordelijk voor de registratie van coronabesmettingen.
In het po zijn de zelftesten er alleen voor onderwijspersoneel, en niet voor leerlingen. Leerlingen kunnen nog steeds terecht bij de bestaande testlocaties. Zie ook ‘de veel gestelde vraag ‘Zijn er betrouwbare kindvriendelijke testen en wanneer worden deze landelijk ingezet door de GGD?’.
Het verspreiden van de zelftesten naar de scholen wordt gecoördineerd door OCW. De PO-Raad en VO-raad denken hierin mee.
- 36.
Wat is de status van een zelftest in verhouding tot de testen die de GGD afneemt?
Er komen steeds meer testen in omloop, waaronder zelftesten die volgens sommige commerciële aanbieders goedgekeurd zijn door het RIVM. Echter, alleen de testen die in de teststraat van de GGD afgenomen zijn geven uitsluitsel over (het opheffen van) thuisquarantaine.
‘Waarom mag ik na een quarantaineadvies niet na 5 dagen een zelftest doen en uit quarantaine als deze negatief is?‘ Dit mag inderdaad niet. U kunt pas uit quarantaine als u zich bij de GGD heeft laten testen en als die test een negatieve uitslag geeft.
De uitslag van een zelftest is minder nauwkeurig. Het RIVM adviseert daarom om zelftesten niet te gebruiken als u:
- coronaklachten heeft;
- dichtbij iemand met corona was;
- terugkeert uit een hoog-risicogebied;
Maak in bovenstaande gevallen dus nog steeds een testafspraak bij de GGD. Op die manier kan ook het bron- en contactonderzoek na een positieve test worden opgestart.
De betrouwbaarheid van een test hangt af van meerdere aspecten. De test moet juist afgenomen zijn, de test zelf moet betrouwbaar zijn (‘gevoelig’ genoeg om virusdeeltjes aan te tonen) en het moment moet juist zijn. Daarom is de meest betrouwbare test nog altijd de test die bij de GGD wordt afgenomen door een professional. Zie voor meer informatie over zelftesten: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/testen/zelftesten-en-het-coronavirus
- 37.
Wat te doen als een vrijwilliger niet wil komen i.v.m. risico?
Hiervoor geldt hetzelfde advies als voor overig personeel: ga met een vrijwilliger die niet tot de risicogroep behoort maar zich wel ernstig zorgen maakt, in gesprek. Kijk of er afspraken gemaakt kunnen worden over de precieze invulling van de werkzaamheden. Indien een individuele vrijwilliger toch behoefte heeft aan persoonlijke beschermingsmiddelen, kan daarover overlegd worden. Vanuit veiligheidsoverwegingen is het niet nodig.
- 38.
Onduidelijkheid in het protocol bco: 7 of 10 dagen thuis na besmetting?
Als je zelf besmet bent (leerling of leerkracht) dan blijf je 7 dagen thuis (isolatie), en als je daarna 24 uur geen klachten hebt mag je weer naar school/aan het werk. Als iemand in het huishouden ziek is, dan blijf je 10 dagen thuis (quarantaine) i.v.m. de incubatietijd van 10 dagen: je kunt besmet zijn zonder dat je het merkt, maar binnen 10 dagen klachten ontwikkelen. Je moet die periode dus thuisblijven om het risico van verdere besmettingen buitenshuis (terwijl je nog geen klachten hebt) te voorkomen.
Als er een besmetting op school plaatsvindt, volgen school, leerlingen en ouders de instructies van de GGD. Alle huisgenoten en nauwe contacten van de besmette persoon (of: categorie 1- en 2-contacten zoals verwoord in het protocol bco) gaan in quarantaine. Dit geldt ook voor alle kinderen die hieronder vallen, ongeacht de leeftijd. Dat betekent dat als een kind positief wordt getest, de hele klas in thuisquarantaine gaat. Wanneer een school heeft georganiseerd dat kinderen alleen contact hebben met een deel van de klas door vaste groepen te vormen, kan in overleg met de GGD bekeken worden of een deel van de leerlingen beschouwd kan worden als overige contacten (categorie 3), waarvoor geldt: testen op dag 5 na het laatste contact wordt geadviseerd en geen quarantaine.
- 39.
Wat zijn de quarantaine regels na een reis naar een risicogebied?
Het dringende advies is om niet op reis te gaan naar een land waarvoor code rood of code oranje geldt (zie hiervoor het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken). Als een werknemer of leerling toch naar een risicogebied reist, dan wordt een quarantaine van 10 dagen bij terugkomst dringend aangeraden. Op dag 5 kan men zich laten testen en bij negatieve uitslag uit quarantaine.
De quarantaine bij terugkomst uit een risicogebied geldt alleen voor degenen die ook daadwerkelijk in het buitenland zijn geweest. Zo lang degenen die terugkomen geen klachten en koorts/benauwdheid hebben (of uiteraard positief zijn getest op corona), hoeven familieleden (of andere huisgenoten) die niet mee zijn geweest naar het risicogebied, zelf niet in quarantaine. Het is belangrijk dat degenen die terugkomen uit een risicogebied de quarantaine-adviezen van Rijksoverheid opvolgen, o.a. het zo veel mogelijk 1,5 meter afstand houden van familie/huisgenoten tijdens de quarantaine.
Geldt het dringende advies voor thuisquarantaine, dan mag diegene niet op school of op het schoolplein komen.
- 40.
Wat te doen als een werknemer ziek wordt gedurende of na een verblijf in een risicogebied?
Als uitgangspunt geldt dat een zieke werknemer recht heeft op loondoorbetaling. Dit is anders wanneer de ziekte door opzet is veroorzaakt. Hiervan is echter (bijna) nooit sprake.
Als de werknemer bewust naar een risicogebied afreist, dien je ervan uit te gaan dat de werknemer daar niet naar toe reist met de intentie om ziek te worden. Dat betekent dat een werknemer in principe recht heeft op doorbetaling van zijn loon als hij/zij ziek wordt.
- 41.
Mogen we als school een leerling weigeren als deze leerling in een risicogebied (code rood of oranje) op vakantie is geweest?
Het advies is de richtlijnen, zoals hierboven genoemd, op te volgen en uit te dragen naar de ouders. Leerlingen wordt dringend geadviseerd in thuisquarantaine te gaan voor 10 dagen. Na 5 dagen kunnen kinderen zich laten testen. Bij een negatief testresultaat kan de quarantaine worden opgeheven. Op basis van haar zorgplicht voor de veiligheid op school mag een school leerlingen wegsturen die dit advies niet in acht nemen.
- 42.
Wat is de uitkomst van RIVM-onderzoek naar besmetting onder kinderen?
Meer informatie over het corona-virus bij kinderen vind je op de website van het RIVM.
- 43.
Wat moet een school doen bij een (verdenking op een) besmetting?
De PO-Raad heeft een Handreiking “Wat te doen bij een besmetting” opgesteld. Hierin staan de verschillende stappen omschreven die een schoolbestuur kan/moet nemen.
- 44.
Wat gebeurt er als er een besmetting is vastgesteld op school?
Bij alle patiënten met een bevestigde coronavirusinfectie doet de GGD bron- en contactonderzoek. De GGD vraagt dan aan de patiënt met wie hij precies contact heeft gehad in de besmettelijke periode en neemt zo nodig maatregelen om verdere verspreiding tegen te gaan.
Huisgenoten van een COVID-19-patiënt moeten tot 10 dagen na het laatste contact met de patiënt in thuisquarantaine blijven. Dat is omdat zij tot 10 dagen na het laatste contact nog ziek kunnen worden.
Welke maatregelen precies genomen moeten worden op de school en of er meer personen getest moeten worden is afhankelijk van de omstandigheden en wordt bepaald door de GGD. De GGD neemt daarover contact op met de school. Zie voor meer informatie over hoe te handelen de handreiking bij besmetting.
- 45.
Als een leerkracht in PO/SO/SBO positief getest is op corona, moet dan de hele klas in quarantaine i.v.m. afstandsregel van 1,5 meter?
Als er een besmetting plaatsvindt, volgen school, leerlingen en ouders de instructies van de GGD. Alle huisgenoten en nauwe contacten van de besmette persoon (of: categorie 1- en 2-contacten zoals verwoord in het protocol bco) gaan in quarantaine. Dit geldt ook voor alle kinderen die hieronder vallen, ongeacht de leeftijd. Dat betekent dat als een leraar positief wordt getest, de hele klas in thuisquarantaine gaat.
- 46.
Hoe gaan we ermee om dat de leraar langer in quarantaine moet (nl.7 dagen) na een positieve testuitslag dan zijn/haar leerlingen (nl. 5 dagen)?
Wanneer een leraar positief getest is, moet hij/zij 7 dagen in quarantaine en (als het ziektebeeld dit toelaat) wordt ook 7 dagen onderwijs op afstand gegeven. De leerling is nauw contact geweest van de leraar en hoeft dan maar 5 dagen in quarantaine. Na een negatieve test, mag de leerling na dag 5 weer naar school. De school maakt hierbij een afweging die past bij de eigen situatie. Zij kunnen een kiezen voor een vervanger voor de klas (die de ‘bubbel’ doorbreekt) of 3 dagen extra afstandsonderwijs verzorgen (3 dagen omdat de leraar na 7 dagen isolatie nog 24 uur klachtenvrij moet zijn voordat hij/zij weer naar school mag. Scholen nemen dit besluit in afstemming met de MR.
- 47.
Uitgangspunt: school registreert geen coronabesmettingen
Scholen hebben geen in principe geen grondslag om coronabesmettingen te verwerken (registeren, delen, bewaren) van leerlingen en medewerkers op individueel niveau, dat is onderdeel van de wettelijke taak van de GGD. Gegevens over de gezondheid van personen zijn bijzondere persoonsgegevens in de zin van de AVG en in principe verboden te verwerken. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft een Q&A over het registeren van corona-besmettingen op school opgesteld. De AP raadt het sterk af om als school coronabesmettingen bij te houden van leerlingen op basis van toestemming. Het bijhouden van coronabesmettingen van medewerkers is verboden, zie deze Q&A van de AP. Voor het delen van beperkte gegevens van personeel en leerlingen om de GGD te helpen met bron- en contactonderzoek is wel ruimte, daarvoor is een handreiking opgesteld door OCW.
- 48.
Wat is de rol van de GGD en de rol van de school in het bestrijden van corona en bron- en contactonderzoek?
Rol GGD:
– De GGD heeft een wettelijke taak in de bestrijding van het coronavirus. Dit houdt in dat de GGD, naast preventie- en informatietaken, registreert welke personen besmet zijn met het coronavirus, bron- en contactonderzoek uitvoert en informatie en adviezen over testen en quarantaine verstrekt aan personen die als contact uit bron- en contactonderzoek naar voren komen. Daarnaast heeft de GGD speciale scholenteams ingericht die scholen adviezen geven over (extra) maatregelen, het (deels) sluiten van de school en indien nodig wordt er uitbraakonderzoek op school verricht.Rol school:
– Meldplicht
De school heeft een belangrijke rol in het per ommegaande melden bij de GGD van een besmetting op school. Deze melding bevat geen tot personen herleidbare gegevens. Die meldplicht vloeit voort uit het nationaal testbeleid en artikel 26 van de Wet Publieke Gezondheid (Wpg).
– Ouders en medewerkers informeren
Scholen moeten ouders en medewerkers informeren na een besmetting op school. Dit gebeurt anoniem. De GGD voorziet scholen van standaardbrieven die voor de communicatie gebruikt kunnen worden. Het advies is dan ook om van deze standaardbrieven gebruik te maken en in die brief anoniem te melden dat er een coronabesmetting is vastgesteld. Zie hiervoor de handreiking bij besmetting COVID-19.
– Gegevensdeling GGD voor bron- en contactonderzoek
Sinds de heropening van het funderend onderwijs (in februari en maart 2021) is het bron- en contactonderzoek aangescherpt. Het is belangrijk dat de school meewerkt aan het onderzoek in het kader van de publieke gezondheid, zoals vastgelegd in de Wpg). In de handreiking gegevensdeling bij bron- en contactonderzoek vind je een opsomming van de gegevens van contacten die een school kan delen met de GGD, en welke gegevens beslist niet mogen worden gedeeld. Het onderscheid tussen deze categorieën is ook bekend bij de GGD’en.Het is belangrijk dat de school ouders en medewerkers hierover goed informeert. Ouders en medewerkers mogen bezwaar maken tegen het delen van contactgegevens.
Kijk ook de webinar terug die de GGD organiseerde voor basisonderwijs, speciaal (basis)onderwijs en buitenschoolse opvang en voor de kinderopvang.
- 49.
Welke gegevens mag de school uitwisselen met de GGD?
Het is belangrijk dat de school meewerkt aan het bron- en contactonderzoek in het kader van de publieke gezondheid, zoals vastgelegd in de Wpg. Het ministerie van OCW heeft een handreiking gegevensuitwisseling bron- en contactonderzoek gepubliceerd. Hierin lees je meer informatie over het uitwisselen van persoonsgegevens aan de GGD. In dit schema vind je een opsomming van de gegevens die mogen worden uitgewisseld en welke niet. Het is belangrijk dat de school ouders en medewerkers hierover goed informeert. Zij mogen wel bezwaar maken tegen het delen van contactgegevens.
- 50.
Mag de school vragen aan een leerling of deze corona heeft?
Nee, de school mag vanwege privacyredenen bij een absentmelding niet vragen of een leerling corona heeft of dat een leerling positief is getest (zie ook vraag 1). De leerling of de ouder/verzorger kan dit enkel vrijwillig, uit zichzelf, melden. Ook staat het de leerling of ouder/verzorger vrij om het niet bij de school te melden als de leerling besmet is met corona of nauw contact heeft gehad met iemand die positief is getest op corona. De school mag geen positieve of negatieve consequenties verbinden aan het wel/niet melden.
- 51.
Mag de school vragen aan een medewerker of deze corona heeft?
Nee, je mag als werkgever vanwege privacyredenen niet vragen of iemand corona heeft. De AVG bepaalt dat een werkgever niet mag vragen naar de reden van ziekmelding. Diegene kan dit enkel vrijwillig, uit zichzelf, melden. Ook staat het iedereen vrij om het niet bij de school te melden. Hier worden geen positieve of negatieve consequenties aan verbonden door de school. De Autoriteit Persoonsgegevens meldt dat een ziekmelding moet worden behandeld als een ‘normale’ ziekmelding: registratie van afwezigheid en een melding bij de bedrijfsarts.
- 52.
Mag de school uitwisselen met de GGD welke leerling corona heeft?
Nee, de school mag vanwege privacyredenen geen bijzondere persoonsgegevens (welke leerling is er besmet) registreren en/of uitwisselen met de GGD. Dit gebeurt anoniem. Bovendien is dat niet nodig, want de GGD weet meestal wie er besmet is, doordat een positieve coronatest wordt gemeld en wordt geregistreerd.
- 53.
Mag de school bijhouden welke leerling corona heeft?
Om privacyredenen is dit in algemene zin niet toegestaan. Alleen als er expliciete individuele toestemming is gegeven en is voldaan aan de voorwaarden zoals opgesteld door de Autoriteit Persoonsgegevens in de Q&A over het registeren van corona-besmettingen op school. Het wordt sterk afgeraden om als school bij te houden welke leerlingen besmet zijn met corona. Dit is een taak van de GGD. Daarnaast is de kans dat er onverhoopt fouten ontstaan aanwezig, en kan er druk op de school ontstaan om met ouders te delen welke leerlingen of personeelsleden besmet zijn. Daarom raden we het aan om goed contact te onderhouden met de door de GGD speciaal ingerichte scholenteams. Zij kunnen u informeren over het bron- en contactonderzoek op uw school.
- 54.
Mag de school communiceren welke leerling of medewerker corona heeft?
Nee, gegevens over de gezondheid van personen zijn bijzondere persoonsgegevens. De school kan ouders en medewerkers informeren over een besmetting, maar altijd zonder te noemen om welke persoon het gaat. De GGD voorziet scholen van standaardbrieven die voor de communicatie gebruikt kunnen worden. Het advies is dan ook om van deze standaardbrieven gebruik te maken en in die brief anoniem te melden dat er een coronabesmetting is vastgesteld.
Mocht de school en/of de besmette persoon toch reden zien om te delen wie er besmet is, dan kan dit alleen met expliciete individuele toestemming (en leg die toestemming vast, bijvoorbeeld via uw administratiesysteem). Ook moet de school kunnen aantonen dat die toestemming vrijelijk is gegeven en voor dit specifieke doel. We adviseren om in het geval van een medewerker aan de medewerker zelf te vragen om collega’s te informeren. Als het gaat om leerlingen, dan is ook daar de vraag of het echt noodzakelijk is om de naam te delen en wat de (sociale) gevolgen zijn als u dat als school doet.
- 55.
Mag de school aan een medewerker vragen of diegene gevaccineerd is?
Nee, je mag als werkgever niet vragen of iemand gevaccineerd is. De vraag is namelijk wat de school wil bereiken met deze informatie en of het daarvoor noodzakelijk is om een inbreuk te maken op iemands privacy. Indien die behoefte wordt gevoeld, is het algemene advies als volgt: ga eerst het gesprek met elkaar aan over eventuele zorgen en bespreek of er een oplossing mogelijk is zonder daarvoor privacygevoelige informatie te vragen of delen.
- 56.
Mag de school bijhouden wie in quarantaine zit?
Nee, de school mag niet bijhouden wie in quarantaine zit. We raden aan om te noteren dat de leerling of medewerker vanuit huis onderwijs volgt of lesgeeft vanuit huis.
Leerlingen
De school noteert alleen de afwezigheid van een leerling. Het is niet nodig om bij te houden wie in quarantaine zit. Als een leerling niet ziek is, maar wel thuis moet blijven kan genoteerd worden dat de leerling onderwijs vanuit huis volgt. De leerling wordt dan geacht (op afstand) bij de lessen aanwezig te zijn (zie ook de website van DUO).Medewerkers
Voor een medewerker geldt hetzelfde als voor leerlingen. Als een medewerker niet ziek is, maar wel thuis moet blijven (quarantaineverplichting), dan kan bijvoorbeeld genoteerd worden op welke dag de medewerker naar verwachting weer op school aanwezig is. In overleg met de medewerker kan worden afgesproken welke werkzaamheden (bijv. digitale les) vanuit huis kunnen worden uitgevoerd. - 57.
Mag een school een leerling de toegang weigeren omdat hij/zij nog in quarantaine zit?
De school mag de quarantaineduur voor leerlingen niet registreren. De kans op fouten zou hier ook groot zijn. De school mag een leerling met een beroep op de zorgplicht in algemene zin wel de toegang tot de school ontzeggen als men hier goede redenen voor heeft, zoals bij waterpokken of griepklachten.
- 58.
Mag een school om een bewijs van een negatieve of positieve coronatest vragen?
Nee, dit mag niet. De GGD verstrekt deze bewijzen ook niet.
- 59.
Mag de school de uitslag van een coronatest registreren?
Nee, de school registreert de uitslag van een coronatest niet en mag hier ook niet naar vragen.
- 60.
Wie betaalt vervanging voor leerkrachten uit de risicogroep? Het zal voor bepaalde leerkrachten nog maanden niet mogelijk zijn om voor de groep te staan. Overlegt PO-Raad met VF / verzekering?
Het Vervangingsfonds bekostigt de vervanging mits je geen eigenrisicodrager bent. Bij eigenrisicodragerschap moet de school de vervanging zelf bekostigen. Zie voor meer informatie de website van het Vervangingsfonds.
- 61.
Hoe gaan we om met de arbeidstijden en -rusttijden voor personeel?
De arbeids- en rusttijden zijn weer conform de situatie voorafgaand aan de sluiting van de scholen, en daarmee volgen de werknemers de werktijdenregeling van de school.
- 62.
Kan een werkgever aansprakelijk zijn voor een werknemer die corona oploopt op de werkvloer?
Op een werkgever rust de wettelijke verplichting om zoveel als in redelijkheid mogelijk is, zorg te dragen voor een veilige en gezonde werkomgeving van werknemers. Dit wordt ook wel de zorgplicht genoemd. Concreet betekent dit dat een werkgever die maatregelen moet nemen en aanwijzingen moet verstrekken die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat besmetting plaatsvindt. Het is de vraag hoe deze zorgplicht moet worden ingevuld in het kader van het besmettingsrisico dat het coronavirus met zich meebrengt. Van een werkgever wordt verlangd dat hij rekening houdt met wat er over het risico bekend is en wat over het bestrijden en beperking van het risico bekend is. Daarom is het belangrijk dat je als werkgever de aanwijzingen van het RIVM en van de overheid (op)volgt én dat je actief controleert of werknemers zich aan deze aanwijzingen houden. Communiceer de aanwijzingen/het beleid richting werknemers en stel bij of vul aan als er nieuwe aanwijzingen beschikbaar komen.
Een werknemer zal moeten aantonen dat er een besmetting op werk heeft plaatsgevonden. Bovendien moet er als gevolg hiervan schade zijn. Vervolgens moet de werkgever aantonen dat hij voldaan heeft aan de op hem rustende zorgplicht. Dat noemen we omkering van de bewijslast.
- 63.
Dienen de protocollen als aangepaste RI&E of dien ik een apart RI&E check te doen?
Werkgevers hebben volgens de Arbowet een zorgplicht. Die bepaalt dat zij moeten zorgen dat werknemers hun werk veilig en gezond kunnen doen. De risico’s die werknemers in de organisatie lopen, dienen te worden vastgelegd in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Bij de RI&E hoort ook een plan van aanpak. Als de arbeidsomstandigheden in de organisatie veranderen, moet de ook RI&E (en het plan van aanpak) worden aangepast. De RI&E moet ter toetsing worden voorgelegd aan een arbodienst of gecertificeerde deskundige. De P(G)MR heeft instemmingsrecht.
Het volgen van de protocollen vervangt niet de verplichting om een RI&E op te stellen en/of aan te passen. Een corona-protocol heeft namelijk geen juridische status. Daarom is verstandig om op korte termijn de RI&E en het plan van aanpak aan te vullen met maatregelen uit het protocol en eventuele eigen maatregelen.
- 64.
Hoe zit het met de (rol van de) medezeggenschap in het kader van het verantwoord open zijn van de school?
In het protocol staat hierover:
“Bij de uitvoering van dit protocol wordt de medezeggenschapsraad betrokken op basis van de WMS, waarbij de termijnen voor overleg in redelijkheid worden ingevuld, zodanig dat snel besluiten kunnen worden genomen.”
Als algemeen advies geldt dat het verstandig is je (G)MR goed te informeren en te betrekken bij alle onderwerpen die in deze corona-tijden spelen. Verder kunnen, afhankelijk van de wijze waarop scholen/schoolbesturen geven aan het heropenen van de scholen, specifieke medezeggenschapsrechten spelen.
Hieronder staan de belangrijkste bevoegdheden van de (P)(G)MR opgesomd die een rol kunnen spelen bij het heropenen van de scholen en het toepassen van de protocollen:
- de MR heeft een instemmingsbevoegdheid bij de vaststelling of wijziging van regels op het gebied van het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid (voor zover niet behorend tot de bevoegdheid van de personeelsgeleding) (art. 10 lid 1 onder e WMS);
- de MR heeft een adviesbevoegdheid bij de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school (art. 11 lid 1 onder f WMS);
- de P(G)MR heeft een instemmingsbevoegdheid bij de vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het re-integratiebeleid (art.12 lid 1 onder k WMS);
- de P(G)MR heeft een instemmingsbevoegdheid bij de vaststelling of wijziging van een arbeids- en rusttijdenregeling van het personeel (art. 12 lid 1 onder f WMS);
Gezien deze bevoegdheden van de (P)(G)MR, is het van belang om uw medezeggenschap erbij te betrekken. Bedenkt u dat bijvoorbeeld het vormgeven van het criterium van 1,5 meter afstand iets betekent voor de organisatie van uw school (adviesbevoegdheid MR).
Maar de medezeggenschap is breder. De volgende bevoegdheden van het ouders/leerlingendeel van de MR zouden bijvoorbeeld ook een rol kunnen spelen:
- Instemmingsrecht bij de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de leerlingen (art. 13 lid 1 onder d WMS). Kan bijvoorbeeld spelen als een school een andere vorm van onderwijs aanbiedt voor de dagen dat leerlingen niet op school zijn;
- Instemmingsrecht bij de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot activiteiten die buiten de voor de school geldende onderwijstijd worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag (art. 14 lid 1 onder b WMS). In het protocol wordt ervan uitgegaan dat groepsactiviteiten niet doorgaan.
Het is aan te raden om goede proces- en werkafspraken te maken met de medezeggenschap.
Hier vind je veelgestelde vragen en antwoorden met betrekking tot de protocollen. De vragen en antwoorden worden gemaakt door de PO-Raad en zijn terug te vinden als lijst. Wil je snel antwoord vinden op je vraag? Maak dan gebruik van de zoekbalk. De Q&A van het ministerie van OCW gaat in op de servicedocumenten, deze vind je bovenin als download. Het Servicedocument en de Q&A van OCW zijn leidend, de veelgestelde vragen van de PO-Raad zijn hierop een aanvulling.
Vragen en antwoorden over verruimingen 26 juni in het funderend onderwijs
Het ministerie van OCW heeft en aantal veelgestelde vragen en antwoorden gepubliceerd naar aanleiding van de versoepelingen van de coronamaatregelen die per 26 juni ingaan. Voor het funderend onderwijs gaat het daarbij vooral om het vervallen van de richtlijnen om het aantal contactmomenten tussen mensen te beperken. De generieke kaders van het RIVM en de servicedocumenten worden in de loop van de week van 21 juni nog aangepast om deze bijstellingen en de doorwerking hiervan in de richtlijnen voor het funderend onderwijs te verwerken. De sectorprocotollen zijn inmiddels aangepast aan de laatste ontwikkelingen.
Vragen en antwoorden heropening scholen ministerie van OCW (versie juni)
Het ministerie van OCW heeft een aantal veelgestelde vragen en antwoorden gepubliceerd over de heropening van scholen in het primair onderwijs, speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs. Deze gaan in op de aanvullende servicedocumenten die je kunt vinden bij Protocollen en checklists.