Stap 4: Evalueren en bijstellen
Na de afgesproken periode van werken aan de doelen is het tijd om te evalueren en de plannen bij te stellen. In de onderstaande afbeelding zie je een visualisatie van deze stap.

4.1 Evalueren: Input
Om goed te kunnen evalueren, heb je eerst input nodig. Dat zijn de behaalde resultaten van de doelen zoals vastgelegd in het OPP. Deze resultaten kunnen lesopbrengsten zijn, maar ook praktijkopdrachten, bezoeken aan musea of het welbevinden van de leerling.
4.2 Evalueren: Personen
De groep die betrokken is vanaf de aanvang, komt bij voorkeur in dezelfde samenstelling bij elkaar. Bespreek ook of dit de beste aanpak is. Hou de groep zo klein mogelijk en alleen diegenen die echt iets te melden hebben sluiten aan. Anderen, zoals het samenwerkingsverband (SWV) en leerplicht worden, waar nodig, door betrokkenen geïnformeerd (spreek ook af wie wie informeert).
Vragen hierbij voor de leerling, leraar, ouders, zorgcoördinator en IB’er:
- Zijn de doelen behaald?
- Wat ging er goed?
- Wat was nog moeilijk?
- Hoe is er gewerkt?
- Is er vertrouwen in de ingeslagen weg?
Vragen hierbij voor de leerling, leraar, ouders, zorgcoördinator en IB’er:
- Zijn de doelen behaald?
- Wat ging er goed?
- Wat was nog moeilijk?
- Hoe is er gewerkt?
- Moet er getoetst worden? Zo ja, hoe?
4.3 Evalueren: Vervolg
Samen kijk je of wat was bedacht ook zo is gelopen. Hoe gaat de volgende periode eruitzien en welke nieuwe afspraken maak je? Ook hier is het goed voor het perspectief om je te realiseren dat de situatie van de leerling bepalend is voor hoe groot de stappen moeten zijn. Ook als de eerste periode heel goed is gegaan: blijf bewust en bedachtzaam en ga niet overhaast te werk.
Na deze evaluatie kan het bestaande plan bijgesteld worden in stap twee.